Raadkamernummer: 0354-10 Parketnummer eerste aanleg: 18-630587-07 Parketnummer hoger beroep: 24-001436-10 15 juni 2010 GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Voorlopige hechtenis Het hof heeft gezien de vordering d.d. 14 juni 2010 van de advocaat-generaal ex artikel 66a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot de gevangenneming van de nog niet in vrijheid gestelde: [verzoeker], geboren op [1977] te[geboorteplaats], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, thans verblijvende in de P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen. Blijkens verzoekschrift van 7 mei 2010 is door verdachte bovendien verzocht de voorlopig hechtenis op te heffen. Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam. Desgevraagd deelt de raadsman van verdachte mede dat de verdachte instemt met een behandeling in raadkamer buiten zijn aanwezigheid. Overwegingen Vordering tot gevangenneming Artikel 66a, eerste lid, aanhef van het Wetboek van Strafvordering - voor zover hier van belang -bepaalt dat de gevangenneming van de nog niet in vrijheid gestelde verdachte ten spoedigste wordt gevorderd. Het hof stelt vast dat het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte - met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, achtste lid, Wetboek van Strafvordering - van kracht was tot 21 mei 2010. Op 14 juni 2010 heeft de advocaat-generaal de gevangenneming van verdachte gevorderd. Gelet op het tijdsverloop en in aanmerking genomen dat de advocaat-generaal bij de behandeling in raadkamer heeft erkend dat er procedurele fouten zijn gemaakt, is het hof van oordeel dat de gevangenneming van verdachte niet ten spoedigste is gevorderd. Derhalve voldoet de vordering niet aan de eisen die daaraan zijn gesteld in artikel 66a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het vorenstaande brengt mee dat het hof de advocaat-generaal niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering tot gevangenneming. Nu de voorlopige hechtenis van verdachte niet is gebaseerd op een bevel tot voorlopige hechtenis, zal het hof de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte bevelen. Verzoek van verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis Gegeven deze beslissing heeft verdachte geen belang meer bij de beoordeling van zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Het hof zal om die reden verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Beslissing Het gerechtshof, beschikkende: verklaart de advocaat-generaal niet-ontvankelijk in zijn vordering tot gevangenneming ex artikel 66a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering; beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte; verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Aldus gewezen op 15 juni 2010 door mr. W.M. van Schuijlenburg als voorzitter, mrs. J.J. Beswerda en D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd. De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte. Leeuwarden, de advocaat-generaal,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.