← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2010:BM8270

Arrest d.d. 8 juni 2010 Zaaknummer 200.029.096/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de derde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellante], thans geliquideerd, gevestigd te [vestigingsplaats], opposante, hierna te noemen: [appellante], advocaat: mr. H.G.M. van Zutphen, kantoorhoudende te Almelo, tegen [geïntimeerde], gevestigd te [vestigingsplaats], geopposeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudende te Emmen, Het geding in hoger beroep Het hof heeft op 3 februari 2009 onder zaaknummer 107.001.542/01 arrest gewezen in het geschil tussen [geïntimeerde] als appellante en [appellante] als geïntimeerde. [appellante] is in die procedure niet in het geding verschenen en het hof heeft tegen haar verstek verleend. Bij exploot van 16 maart 2009 is [appellante] in verzet gekomen van het arrest van 3 februari 2009, met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 31 maart

  1. Het petitum van de verzetdagvaarding in hoger beroep luidt: "te vernietigen het vonnis gewezen tussen partijen op 25 oktober 2006 (zaak-/rolnummer 49403/HA ZA 04-884) door de rechtbank Assen en, opnieuw recht doende, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering der gronden, bij arrest de vordering in conventie van geïntimeerde af te wijzen door haar daarin niet-ontvankelijk te verklaren danwel te ontzeggen, alsmede de vordering in reconventie van appellante alsnog toe te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, alsmede haar arrest uitvoerbaar bij voorraad te verklaren." Voorts heeft [geïntimeerde] een akte genomen en vervolgens heeft [appellante] een antwoordakte genomen. Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De beoordeling De ontvankelijkheid
  2. [appellante] heeft op 16 maart 2009 de dagvaarding in verzet aan [geïntimeerde] doen betekenen.
  3. Het hof zal als eerste ingaan op het door [geïntimeerde] ingenomen standpunt dat [appellante] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzet, omdat [appellante] niet meer bestaat.
  4. In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel van 4 februari 2009 is vermeld: "Op 03-01-2007 is geregistreerd dat de ontbonden rechtspersoon is opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 14-12-
  5. Op 03-01-2007 is geregistreerd dat de onderneming is opgeheven met ingang van 14-12-
  6. Laatstelijk stond ingeschreven: Rechtspersoon: Rechtsvorm : [Besloten vennootschap] : [appellante] Statutaire zetel : [vestigingsplaats] Correspondentieadres : [adres] [vestigingsplaats] Eerste inschrijving in het handelsregister : 28-06-2001 Akte van oprichting : 27-06-2001 Ontbinding, reden ontbinding:14-12-2006, door Besluit van de algemene vergadering/stichtingsbestuur Einde rechtspersoon : 14-12-2006 (…) Enig aandeelhouder: Naam : [appellante] Dienstengroep B.V. Adres : [adres] [vestigingsplaats] (…) Bestuurder Naam : [appellante] Dienstengroep B.V. Adres : [adres] [vestigingsplaats] (…) Overige functie(s) Naam: : [appellante] (…) Adres : [adres] Functie en infunctietreding : Bewaarder van boeken en bescheiden, 14-12-2006"
  7. Het hof stelt vast dat [appellante] per 14 december 2006 is ontbonden en dat zij volgens voormelde opgave geen (bekende) baten meer had op dat moment. Gelet op artikel 2:19 lid 4 BW is zij vanaf dat tijdstip opgehouden te bestaan.
  8. Namens een niet (meer) bestaande rechtspersoon kunnen geen rechtshandelingen worden verricht en daarmee ook geen rechtsmiddelen worden aangewend. Derhalve heeft mr. Van Zutphen geen verzet namens [appellante] kunnen instellen tegen het arrest van 3 februari 2009 en dient [appellante] in dat verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  9. Het feit dat [appellante] er belang bij heeft om in verzet te gaan tegen het arrest van 3 februari 2009, omdat zij haar activiteiten heeft ondergebracht in [appellante] Dienstengroep B.V., zoals mr. Van Zutphen in de antwoordakte van 7 juli 2009 naar voren heeft gebracht, maakt dat oordeel niet anders. Het verzet is immers ingesteld namens [appellante] en niet namens [appellante] Dienstengroep B.V. Wanneer [appellante] haar rechten en verplichtingen bij [appellante] Dienstengroep B.V. heeft ondergebracht, had [appellante] Dienstengroep B.V. desgewenst zelf in verzet kunnen komen. Slotsom
  10. Het hof zal [appellante] niet-ontvankelijk verklaren in haar verzet en haar veroordelen in de kosten van de procedure. Deze kosten worden begroot op € .. aan verschotten en € 632,- (1 punt, tarief I, € 632,- per punt) aan geliquideerd salaris voor de advocaat. De beslissing Het gerechtshof: verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde verzet; veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure en begroot die aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak op nihil aan verschotten en € 632,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat; verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gewezen door mrs. Verschuur, voorzitter, Streppel en Hofstee, raden en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 8 juni 2010 in bijzijn van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.