Arrest d.d. 7 september 2010 Zaaknummer 200.011.693/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: 1. De Stichting Protestants-Christelijke Zorg Stichting Philadelphia, gevestigd te Nunspeet, hierna te noemen: Stichting Philadelphia, 2. De Stichting Philadelphia Egbertsduin Schiermonnikoog, gevestigd te Nunspeet, hierna te noemen: Philadelphia Egbertsduin, appellanten in het principaal appel, geïntimeerden in het incidenteel appel, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen: Philadelphia c.s., advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden, tegen 1. [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: [geïntimeerde], 2. [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: [geïntimeerde], geïntimeerden in het principaal appel, appellanten in het incidenteel appel, in eerste aanleg: eisers, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat: mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het tussen partijen uitgesproken vonnis van 26 maart 2008 door de rechtbank Leeuwarden. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 24 juni 2008 is door Philadelphia c.s. hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerden] tegen de zitting van 20 augustus 2008. De conclusie van de memorie van grieven luidt: "te vernietigen het vonnis van 26 maart 2008 door de rechtbank te Leeuwarden tussen partijen gewezen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van geïntimeerden, oorspronkelijk eisers, alsnog niet-ontvankelijk te verklaren, althans hen deze te ontzeggen, met veroordeling van geïntimeerden in een uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest tot terugbetaling van al hetgeen appellanten uit hoofde van het in eerste aanleg gewezen vonnis aan geïntimeerde hebben voldaan, vermeerderd met de rente vanaf de dag der betaling tot aan de dag der algehele terugbetaling met veroordeling van geïntimeerden in de kosten van beide instanties." Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerden] verweer gevoerd en incidenteel beroep ingesteld, waarbij zij onder vermeerdering van eis hebben geconcludeerd: "bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad; In het principaal appel: Het vonnis van de rechtbank te Leeuwarden, op 26 maart 2008 onder zaak- en rolnummer 81703/HA ZA 07-252 tussen partijen gewezen, zonodig onder verbetering en/of aanvulling van de gronden, te bekrachtigen In het incidenteel appel: Philidelphia terzake van de doorverkoop van het perceel duingrond, kadastraal bekend gemeente Schiermonnikoog, sectie A (voorheen) nummer 1040, zal veroordelen tot betaling aan [geïntimeerde] van een bedrag van € 80.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2007 (datum passeren akte van levering) tot aan de dag der algehele voldoening; Met veroordeling van Philadelphia in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep." Door Piladelphia c.s. is in het incidenteel beroep geantwoord met als conclusie: "Philadelphia het Gerechtshof verzoekt, bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [geïntimeerde] niet-ontvankelijk te verklaren in het incidenteel appel, althans de door [geïntimeerde] in het incidentele appel ingestelde vermeerdering van eis af te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het incidenteel appel." Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven Stichting Philadelphia heeft acht grieven opgeworpen. De beoordeling In het principaal en het incidenteel beroep 1. Niet in geschil zijn de tussen partijen vaststaande feiten, zoals in voormeld vonnis onder 2 verwoord. Deze feiten komen kort gezegd op het volgende neer: 1.1 In maart 2004 hebben [geïntimeerden], eigenaren van [hotel], staande en gelegen aan de [adres], aan Stichting Philadelphia verkocht en geleverd het eveneens aan de [adres] gelegen St. Egbertshuis, zijnde een voormalig koloniehuis; 1.2 In de desbetreffende akte van levering van 12 maart 2004 is onder artikel 9 een meerwaardeclausule opgenomen die verwijst naar artikel 20 van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst, luidend als volgt: "MEERWAARDECLAUSULE Artikel 20 Partijen verklaren te zijn overeengekomen, dat de koper het verkochte zal gebruiken en blijven gebruiken conform haar statutaire doelstelling. Aangezien dit voor verkoper een belangrijke reden is om de voornoemde voorwaarden met koper te zijn aangegaan (waaronder andere begrepen voornoemde koopprijs) zal dit voor de nabije toekomst gewaarborgd worden. Partijen verklaren teneinde het vorenstaande te waarborgen het volgende te zijn overeengekomen: In geval de koper of haar rechtsopvolger binnen tien jaar na de datum van levering overgaat tot gehele of gedeeltelijke vervreemding van het verkochte (vestiging zakelijk recht daaronder begrepen), alsmede bij ingebruikgeving van het geheel of een gedeelte van het verkochte binnen tien jaar na de datum van levering, aan een koper of gebruiker die het verkochte niet zal gebruiken voor hetzelfde doel als waar de koper of diens rechtsopvolger het voor dient te gebruiken, is de koper of diens rechtsopvolger alsdan gehouden aan de verkoper een vergoeding te betalen, welke is gebaseerd op de huidige meerwaarde van vierhonderd duizend euro (EUR 400.000). Deze meerwaarde zal ieder jaar aflopen met een jaarlijkse afbouw van tien procent (10%). Dit houdt in, dat indien koper of diens rechtsopvolger na tien jaar van de datum van levering overgaat tot vervreemding of ingebruikgeving er geen verrekening van vergoeding meer dient plaats te vinden. Het hiervoor bepaalde zal niet gelden in geval van vervreemding als bedoeld in artikel 268 Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek." 1.3 Volgens de statuten van Stichting Philadelphia heeft deze stichting tot doel, vanuit haar grondslag, het bieden van begeleiding, zorg en hulp aan mensen met een handicap en anderen die zorg behoeven; 1.4 Stichting Philadelphia heeft bij akte van 21 december 2004 het St. Egbertshuis geleverd aan de door haar, speciaal voor de exploitatie van het Egbertshuis, opgerichte stichting Philadelphia Egbertsduin (appellante sub 2). Ingevolge artikel 2 lid 1 van de statuten heeft deze stichting tot doel “het opzetten, in stand houden en exploiteren van hotel- en congresaccommodaties en aanbieden van horecafaciliteiten. De stichting richt zich met name, doch niet uitsluitend, op mensen met een handicap en anderen die zorg, ondersteuning en begeleiding behoeven”. Artikel 4 lid 1, eerste en tweede zin van deze statuten luidt: “Het bestuur van de stichting bestaat uit evenveel natuurlijke personen als waaruit de raad van bestuur van de te Nunspeet gevestigde stichting Protestants-Christelijke Stichting Philadelphia Zorg, hierna te noemen “Philadelphia” bestaat. Tot bestuurslid kunnen slechts worden benoemd personen die deel uitmaken van de Raad van Bestuur van Philadelphia.” Artikel 5 lid 2 van deze statuten luidt: “De stichting is een aangesloten rechtspersoon als bedoeld in de statuten van Philadelphia.” 1.5 Ook in deze leveringsakte van 21 december 2004 is een meerwaardeclausule opgenomen, waarbij gebruik gemaakt is van de hiervoor geciteerde meerwaardeclausule. 1.6 Nadien is Philadelphia Egbertsduin het St. Egbertshuis gaan exploiteren onder de naam Hotel Egbertsduin. 2. Voorts is in hoger beroep het volgende komen vast te staan. Blijkens een akte van levering van 11 juni 2004 hebben [geïntimeerden] aan Stichting Philadelphia ook een perceel duingrond, gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente Schiermonnikoog, sectie A nummer 1040, groot dertig are twintig centiare verkocht en geleverd; in deze akte is tevens onder A onder meer het volgende opgenomen: "(...) het verkochte door koper te gebruiken in het kader van haar statutaire doelstelling"; 3. Aanleiding tot het onderhavige geding is het inroepen door [geïntimeerden] van de onder 1.2 genoemde meerwaardeclausule. In eerste aanleg is de daarop gebaseerde vordering van [geïntimeerden] tot betaling van € 400.000,- (met rente) jegens Stichting Philadelphia toegewezen. De vordering tegen Philadelphia Egbertsduin is afgewezen. Stichting Philadelphia en Philadelphia Egbertsduin hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. De grieven in het principaal beroep zijn gericht tegen - kort gezegd - diverse rechtsoverwegingen, dienende ter motivering van de toewijzing jegens Stichting Philadelphia. Nu de vorderingen tegen Philadelphia Egbertsduin in eerste aanleg zijn afgewezen, valt haar belang bij het principaal beroep niet in te zien en moet haar beroep deswege worden verworpen. In het principaal beroep 4. De eerste grief is gericht tegen de overweging van de rechtbank (in rechtsoverweging 4.3) dat sprake is geweest van vervreemding in de zin van de meerwaardeclausule. Volgens Stichting Philadelphia is geen sprake van vervreemding in de zin van de meerwaardeclausule, aangezien het desbetreffende hotel feitelijk niet uit handen van Stichting Philadelphia is geraakt. Volgens haar ziet deze clausule slechts op strijdige activiteiten van een koper (“buitenstaander”) van Stichting Philadelphia; Philadelphia Egbertsduin kan echter met Stichting Philadelphia vereenzelvigd worden en is geen “buitenstaander”, reden waarom de meerwaardeclausule in het onderhavige geval - volgens Stichting Philadelphia - niet van toepassing is. [geïntimeerden] hebben dit standpunt bestreden, in die zin dat zij stellen dat met de overdracht aan Philadelphia Egbertsduin overdracht heeft plaatsgevonden aan een van de Stichting Philadelphia te onderscheiden rechtspersoon zodat er sprake is van vervreemding overeenkomstig de meerwaardeclausule. 5. Het hof overweegt dienaangaande het volgende. Partijen verschillen van mening over de uitleg van het begrip “vervreemding” in de omstreden clausule. Bij de uitleg van deze clausule komt het ingevolge HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze clausule mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In de clausule wordt (zie rechtsoverweging 1.2) overwogen dat de wijze waarop Stichting Philadelphia het verkochte zal gebruiken en zal blijven gebruiken conform haar statutaire doelstelling, voor Talma c.s. een belangrijke reden is voor verkoop tegen de thans overeengekomen verkoopprijs. Na voorop stelling van deze strekking volgt, teneinde het in de overeenkomst genoemde gebruik te waarborgen, de bepaling dat bij vervreemding of ingebruikgeving aan een koper of gebruiker die het pand niet voor hetzelfde doel zal gebruiken een meerwaarde van EUR 400.000,- verschuldigd is. Volledigheidshalve merkt het hof op dat de meerwaardeclausule dus geen toepassing vindt indien Stichting Philadelphia zelf gebruik van het pand zou maken in strijd met haar doelstelling, zoals Stichting Philadelphia ook onbestreden heeft gesteld. De vraag is thans of Stichting Philadelphia door het pand te verkopen en te leveren aan Philadelphia Egbertsduin heeft "vervreemd" in de zin van de meerwaardeclausule, zoals door [geïntimeerden] aan hun vordering ten grondslag is gelegd. Stichting Philadelphia heeft dit uitvoerig en gemotiveerd betwist sub 2.1 tot en met 2.24 van haar conclusie van dupliek in eerste aanleg. Stichting Philadelphia heeft in de toelichting op de grief naar dit betoog verwezen. De kern van dit betoog is dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.