Parketnummer: 24-001022-10 Parketnummer eerste aanleg: 19-830297-09 Arrest van 29 oktober 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Assen van 6 april 2010 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1967] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], thans verblijvende in PI Veenhuizen, gevangenis Bankenbosch BB te Veenhuizen, verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen. Het vonnis waartegen het beroep is gericht De rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 13 maanden en 19 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat: hij op of omstreeks 23 december 2009, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of C1000, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte - voorzien van een (bivak)muts en/of een mes het pand van Supermarkt C1000 (aan de [adres]) is binnengegaan en/of - (vervolgens) (medewerker) [slachtoffer 2] heeft vastgegrepen en/of een/dat mes (na)bij de keel en/of de borst van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en/of die [slachtoffer 2] (aldus) heeft gedwongen mee te gaan naar het kassa-kantoor en/of - (vervolgens) - terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 2] met het/een mes bedreigde - tegen de in dat kantoor aanwezige [slachtoffer 1] heeft gezegd/geroepen: "openmaken, geld, geld" en/of "geld, zo snel mogelijk" en/of "opschieten" en/of "moet ik hem opensnijden?", althans woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 23 december 2009, te [plaats], met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, toebehorende aan C1000, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte - voorzien van een bivakmuts en een mes het pand van Supermarkt C1000 aan de [adres] is binnengegaan en - vervolgens medewerker [slachtoffer 2] heeft vastgegrepen en dat mes nabij de keel en de borst van die [slachtoffer 2] heeft gehouden en die [slachtoffer 2] aldus heeft gedwongen mee te gaan naar het kassa-kantoor en - vervolgens - terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 2] met het mes bedreigde - tegen de in dat kantoor aanwezige [slachtoffer 1] heeft gezegd: "openmaken, geld, geld" en "geld, zo snel mogelijk" en "opschieten". Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf: afpersing. Strafbaarheid Omtrent verdachte is door drs. C.J.F. Kemperman, psychiater en vast gerechtelijk deskundige, op 4 maart 2010 een rapport uitgebracht. Dit rapport houdt als conclusie in dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde lijdende was aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een aanpassingsstoornis. De stoornis beïnvloedde de keuzevrijheid van verdachte in die zin dat hij door de stressgeïnduceerde blikvernauwing zijn eigen gedrag enigszins verminderd onder controle had. Ten aanzien van de feiten en de omstandigheden waarin verdachte zich op het moment van het plegen van het ten laste gelegde bevond kan, aldus Kemperman, verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. Het hof verenigt zich met de voormelde conclusie en maakt die tot de zijne, in zoverre dat het hof vaststelt dat verdachte ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten leed aan een ziekelijke stoornis, waardoor het feit hem in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend. Het hof acht verdachte overigens strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich, voorzien van een bivakmuts en een mes in de hand, op de ochtend van 23 december 2009 te [plaats] schuldig gemaakt aan afpersing van een filiaal van de C
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.