← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO6385

WAHV 200.052.787 27 oktober 2010 CJIB 124282452 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 november 2009 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 51,-. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
  2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat doorbreking van het appelverbod gerechtvaardigd is. Hij voert daartoe aan dat de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage ten onrechte een beslissing heeft genomen. Niet hij maar de kantonrechter van de rechtbank Roermond was bevoegd om over onderhavige zaak te oordelen. Indien de zaak was behandeld door de bevoegde kantonrechter, dan zou er van de zijde van de betrokkene wel iemand verschenen zijn. De grote reisafstand naar 's-Gravenhage heeft er nu echter toe geleid dat zowel de betrokkene als diens gemachtigde er van hebben afgezien om ter zitting te verschijnen.
  3. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV gewettigd is.
  4. Uit de stukken blijkt dat de onderliggende gedraging op 4 november 2008 op de Rijksweg A2 te Weert zou zijn verricht. Ingevolge artikel 10 WAHV is de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de gedraging is verricht bevoegd om over het tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep te oordelen. Nu de onderliggende gedraging te Weert zou zijn verricht, had het beroep gericht tegen de beslissing van de officier van justitie aan de kantonrechter van de rechtbank Roermond voorgelegd dienen te worden. De kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage was derhalve onbevoegd om in onderhavige zaak op het beroep te beslissen.
  5. Het enkele feit dat een andere dan de op grond van artikel 10 WAHV bevoegde kantonrechter op een op de voet van artikel 9, eerste lid, WAHV ingesteld beroep beslist, levert niet op een situatie waarin het appelverbod moet worden doorbroken. Bepalend daarvoor acht het hof dat de relatieve onbevoegdheid van de kantonrechter als zodanig niet meebrengt dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het beroep geen sprake meer kan zijn. Wel kan het feit dat een andere dan de op grond van artikel 10 WAHV bevoegde kantonrechter op zodanig beroep beslist, meebrengen dat een fundamenteel rechtsbeginsel, te weten het beginsel van hoor en wederhoor, wordt geschonden, namelijk indien de betrokkene of diens gemachtigde, in verband met de grotere reisafstand, af moet zien van het bijwonen van de zitting. Daarvan is in de onderhavige situatie geen sprake. In zijn brief van 13 november 2009 heeft de gemachtigde aangegeven dat er van de zijde van de betrokkene niemand ter zitting aanwezig zal zijn. Van een professionele rechtsbijstandverlener als gemachtigde mag, als de reden daarvan was geweest de reisafstand nu de zaak was aangebracht bij de onbevoegde kantonrechter, worden verwacht dat hij dat aangeeft. Echter, de brief van 13 november 2009 bevat geen enkele reden voor het niet verschijnen van betrokkene of zijn gemachtigde ter zitting. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat het feit dat een andere dan de op grond van artikel 10 WAHV bevoegde kantonrechter op het beroep heeft beslist, tot gevolg heeft gehad dat schending moet worden aangenomen van een zo fundamenteel beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het beroep. Het hof verwerpt het beroep op doorbreking van het appelverbod. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Sekeris en Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Samplonius als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.