← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7448

Parketnummer: 24-001610-08 (ontneming) Parketnummer eerste aanleg: 18-673001-08 Arrest van 26 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 13 juni 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1968] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank Groningen heeft bij voormeld vonnis de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen. Gebruik van het rechtsmiddel De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal vernietigen en de zaak zal terugverwijzen naar de rechtbank om aldaar te worden berecht en afgedaan. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel In de strafzaak van verdachte heeft de rechtbank in haar vonnis van 30 mei 2008 vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) dermate is overschreden dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. De rechtbank heeft op grond daarvan bij vonnis van 13 juni 2008 de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen. Nu het hof in de strafzaak, bij arrest van 26 november 2010, met vernietiging van het vonnis van 30 mei 2008 heeft geoordeeld dat het openbaar ministerie alsnog ontvankelijk is in de vervolging en het hof de strafzaak van verdachte heeft teruggewezen naar de rechtbank om op de bestaande inleidende dagvaarding opnieuw recht te doen, dient de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw te worden beoordeeld. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: wijst de zaak terug naar de rechtbank Groningen, teneinde, met inachtneming van dit arrest, na hernieuwde oproeping van de veroordeelde en de raadsman het onderzoek opnieuw aan te vangen en deze zaak op de bestaande ontnemingsvordering opnieuw te berechten en af te doen. Dit arrest is aldus gewezen door mr. K.J. van Dijk, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Van Dijk voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.