Parketnummer: 24-002339-08 Parketnummer eerste aanleg: 19-605016-08 Arrest van 24 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 12 september 2008, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen: [veroordeelde], geboren op [1952] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman, mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Assen heeft bij voormeld vonnis, op tegenspraak gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 12 september 2008 van voormelde politierechter in de rechtbank Assen in de strafzaak met parketnummer 19-605016-08, het door veroordeelde uit baten van de door haar gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op negenenveertigduizend euro en haar de verplichting opgelegd negenveertigduizend euro aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel. Gebruik van het rechtsmiddel De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat zal vaststellen op € 60.685, 85 en dat de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen. De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-002338-08) veroordeeld voor het onder 1 primair ten laste gelegde "opzettelijk aanwezig hebben van hennep", maar vrijgesproken van het onder 1 meer of anders ten laste gelegde "opzettelijk telen van hennep". Beoordeling van de vordering van het openbaar ministerie Niet aannemelijk is dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het (enkele) aanwezig hebben van hennep. De vordering moet derhalve worden afgewezen. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: wijst de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter, mr. W.P.M. ter Berg en mr. L.T. Wemes, in tegenwoordigheid van K.J. Reinke als griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.