WAHV 200.052.783 24 juni 2010 CJIB 129821204 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage van 2 december 2009 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats], voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep. Beoordeling
- Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 40,-. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
- De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat doorbreking van het appelverbod gerechtvaardigd is. De kantonrechter heeft naar zijn mening de door hem aangevoerde grond inzake de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant niet behandeld. De betrokkene is hierdoor ernstig in zijn belangen geschaad, aldus de gemachtigde. Hij heeft immers recht op een inhoudelijke behandeling.
- Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV gewettigd is.
- Een beroep als hierboven bedoeld wordt niet reeds gedaan door het bezigen van de term "doorbreking van het appelverbod", maar dient op zijn minst argumenten te bevatten die kunnen leiden tot de conclusie, dat sprake is van schending van fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging. Daarvoor is onvoldoende dat de beslissing van de kantonrechter onjuist wordt geacht, dan wel dat de motivering daarvan ongenoegzaam wordt geoordeeld.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.