Arrest d.d. 18 januari 2011 Zaaknummer 200.050.394/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: Sanitech Holding B.V., gevestigd te Veenendaal, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: Sanitech, advocaat: mr. J.W.B. van Till, kantoorhoudende te Amsterdam, tegen Montarlot Beheer B.V., gevestigd te Groningen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: Montarlot, advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het kortgeding- vonnis uitgesproken op 19 oktober 2009 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Groningen. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 12 november 2009 is door Sanitech hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Montarlot tegen de zitting van 8 december 2009. De conclusie van de dagvaarding in hoger beroep luidt: "dat het Uw Gerechtshof behage te vernietigen het op 19 oktober 2009 door de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Groningen tussen partijen gewezen vonnis voor zover daarin afwijzende beslissingen en motiveringen zijn vervat ten aanzien van de vordering van appellante en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van appellante alsnog toe te wijzen met dien verstande, en geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties". Bij memorie van antwoord is door Montarlot verweer gevoerd met als conclusie: "dat Uw Gerechtshof het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen op 19 oktober 2009 tussen partijen gewezen vonnis, voor zoveel nodig onder verbetering en/of aanvulling van de gronden, zal bekrachtigen en Sanitech zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep". Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven Sanitech heeft vier grieven opgeworpen. De beoordeling De feiten 1. Grief I richt zich tegen diverse feiten die de rechtbank in het vonnis heeft vastgesteld. Het hof zal de bestreden feiten voorshands buiten beschouwing laten en daarop zo nodig naderhand terugkomen. Met inachtneming van deze overweging staat in hoger beroep in ieder geval het volgende vast. 1.1 In 2005 zijn Sanitech en Montarlot een joint venture aangegaan op het gebied van de ontwikkeling en productie van beheer- en registratiesystemen voor sanitaire watervoorzieningen. Sanitech maakt onderdeel uit van de groep De Melker. De heer [naam bestuurder Montarlot] is bestuurder/enig aandeelhouder van Montarlot. 1.2 De joint venture is destijds vormgegeven door een gezamenlijk belang in de vennootschappen Protho BV en Thorin Control BV (kortweg Thorin te noemen). Deze bedrijven waren in 2001 opgericht door Montarlot en Synspec, het bedrijf van de broer van [naam bestuurder Montarlot]. In de joint venture hield Montarlot zich bezig met de techniek, terwijl Sanitech werd belast met de verkoop en de financiën. 1.3 In de loop van 2006 is de verhouding tussen partijen verslechterd. Uiteindelijk heeft Sanitech aangegeven geen verdere samenwerking met Montarlot te willen. 1.4 Partijen zijn vervolgens met elkaar in overleg getreden, waarbij mr. Brouwer is opgetreden namens [naam bestuurder Montarlot] en mr. Wilod Versprille namens De Melker. Op 13 februari 2008 hebben besprekingen plaatsgehad waarvan de resultaten met instemming van De Melker zijn vastgelegd in een e-mail van de fiscaal adviseur van [naam bestuurder Montarlot] van dezelfde datum. In deze e-mail zijn de hoofdlijnen van een voorstel tot ontvlechting van Protho en Thorin vastgelegd. Dat voorstel kwam er op neer dat de eigendom van Protho bij Montarlot zou komen te liggen, en dat Thorin eigendom van De Melker zou worden, waarbij door De Melker € 185.000,-- aan Montarlot zou worden voldaan. 1.5 Bij brief van 11 juni 2008 heeft mr. Van Veen namens Sanitech de intentieovereenkomst van 13 februari 2008 buitengerechtelijk ontbonden en De Melker aansprakelijk gesteld voor alle schade die het gevolg is van de daaraan ten grondslag liggende tekortkoming. 1.6 Nadat partijen vervolgens opnieuw in gesprek waren geraakt over de mogelijkheden en voorwaarden van een ontvlechting van de samenwerking, heeft de raadsman van Sanitech aan mr. Brouwer op 11 juni 2009 toegezonden de 'definitieve versies van de Overeenkomsten zoals deze door partijen zouden kunnen worden ondertekend in het kader van de ontvlechting'. In de bewuste e-mail wordt Montarlot gevraagd of zij zich met deze overeenkomsten (een ontvlechtings- en een kwijtingsovereenkomst) kan verenigen. Enige betaling van De Melker aan Montarlot maakt daarvan geen onderdeel meer uit. 1.7 In een e-mail van 23 juni 2009 antwoordt mr. Brouwer dat [naam bestuurder Montarlot] bereid is de overeenkomsten te tekenen mits ondertekening zo spoedig mogelijk plaatsvindt: "De heer [naam bestuurder Montarlot] stelt als uiterste termijn 14 juli 2009. Vanaf die datum acht zij zich volledig vrij". Deze e-mail eindigt met de mededeling dat een kopie naar [naam bestuurder Montarlot] is verzonden en dat per ommegaande correctie zal volgen indien het standpunt van [naam bestuurder Montarlot] niet correct is weergegeven. 1.8 Op 24 juni 2009 mailt mr. Brouwer aan de raadsman van Sanitech dat de accountant van [naam bestuurder Montarlot] nog wat opmerkingen heeft over de redactie van de kwijtingsovereenkomst: "Hij is bang voor ongewenste fiscale consequenties". In de eerste week van juli 2009 is dit van de zijde van Montarlot telefonisch toegelicht en is het verzoek gedaan een fiscaal vrijwaringsbeding te bespreken met de fiscalist van Sanitech. 1.9 Bij brief van 10 juli 2009 bericht de raadsman van Sanitech aan de raadsman van Montarlot dat de kwijtingsovereenkomst tekstueel is aangepast. Hij voegt daaraan toe dat de nog opgeworpen suggestie van het opnemen van een zogenaamde vrijwaringsverklaring in de kwijtingsovereenkomst niet in de overeenkomst is opgenomen omdat daarvoor geen aanleiding bestaat. 1.10 Op 15 juli 2009 zijn namens Sanitech overeenkomsten ter ondertekening aan Montarlot gezonden. In die overeenkomsten is geen vrijwaringsverklaring opgenomen. Namens Montarlot zijn die overeenkomsten niet getekend. Het geschil 2. Sanitech heeft kort gezegd primair gevorderd dat Montarlot onder verbeurte van dwangsommen wordt veroordeeld (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.