Parketnummer: 24-002805-08 Parketnummer eerste aanleg: 18-645116-05 Arrest van 11 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1952] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], verschenen in persoon. De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 21 oktober 2008 het arrest van dit gerechtshof van 6 november 2006 vernietigd. Het arrest van het hof was gewezen in hoger beroep van een vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Groningen van 12 december 2005. De Hoge Raad heeft de zaak, in zoverre naar dit hof teruggewezen om, met inachtneming van zijn arrest, op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Het vonnis waarvan beroep De economische politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte schuldig zal verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na toelating in eerste aanleg van de gevorderde wijziging - ten laste gelegd, dat: hij in de gemeente Veendam, in elk geval in Nederland, als degene die op of omstreeks 1 oktober 2004, althans op of omstreeks 18 en/of 19 januari 2005, althans in de periode van 1 oktober 2004 tot en met 19 februari 2005, in perceel [adres] te [woonplaats] een inrichting voor het uitsluitend of in hoofdzaak onderhouden en/of repareren en/of behandelen van de oppervlakte en/of keuren en/of reinigen en/of proefdraaien en/of verhandelen van motorvoertuigen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer, heeft opgericht, al dan niet opzettelijk, dit niet tenminste vier weken voor de oprichting aan het bevoegd gezag heeft gemeld, immers had verdachte op of omstreeks 19 januari 2005 en/of 18 februari 2005, op welke data/datum die inrichting (telkens) in werking was, die melding nog niet gedaan. Vrijspraak Gelet op de verklaringen van verdachte, in het bijzonder die ter terechtzitting van het hof afgelegd, acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode en/of op de data die in de tenlastelegging zijn opgenomen, een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer heeft opgericht. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij. Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van K.J. Reinke als griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.