Arrest d.d. 29 maart 2011 Zaaknummer 200.052.265/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: De vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV Bondgenoten, gevestigd te Utrecht, appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: FNV, advocaat: mr. A.A.M. Broos, kantoorhoudende te Utrecht, tegen Arriva Openbaar Vervoer N.V., gevestigd te Heerenveen, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: Arriva, advocaat: mr. P.H.E. Voûte, kantoorhoudende te Amsterdam. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 21 oktober 2009 door de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Heerenveen, hierna: de kantonrechter. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 21 december 2009 is door FNV hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van Arriva tegen de zitting van 2 februari 2010. FNV heeft in de appeldagvaarding haar eis vervat. FNV heeft in de memorie van grieven haar eis gewijzigd. De conclusie van de memorie van grieven luidt: "het vonnis van de rechtbank Leeuwarden, sector kanton, locatie Heerenveen, gewezen op 21 oktober 2009 onder zaak-\rolnummer: 274778\CV EXPL 09-1165 tussen Arriva als gedaagde en FNV Bondgenoten als eiseres te vernietigen en opnieuw rechtdoende Arriva te veroordelen: A. tot nakoming van de geldende gemiddelede OT/GD-regelingen in de concessies Brabant Oost en HWGO, dit met terugwerkende kracht vanaf 14 december 2008, dan wel 1 januari 2009, en onder verbeurte van een dwangsom van € 5000,-- per dag voor elke dag dat Arriva vanaf 1 maand na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis hiermee in gebreke blijft; B. om aan iedere werknemer in de concessies Brabant Oost en HWGO een inzichtelijk overzicht verstrekt van de sinds 14 december 2008, dan wel 1 januari 2009 betaalde individuele OT/GD en van de sedert voornoemde data verschuldigde gemiddelde OT/GD, dit onder verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag per werknemer voor elke dag dat Arriva vanaf 1 maand na betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis in gebreke blijft om aan de veroordeling te voldoen; C. tot betaling aan iedere werknemer in de concessies Brabant Oost en HWGO van de eventuele achterstallige OT/GD, te verhogen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625, redelijkheidshalve te stellen op 50% hiervan, en de wettelijke rente vanaf de vervaldata tot aan de datum der voldoening; D. tot terugbetaling van een bedrag van € 450,-- als de proceskosten in eerste aanleg; E. een en ander met veroordeling van Arriva in zowel de proceskosten in eerste aanleg, als de proceskosten in hoger beroep." Bij memorie van antwoord is door Arriva verweer gevoerd met als conclusie: "om het vonnis van de Rechtbank Leeuwarden, sector Kanton, locatie Heerenveen, gewezen op 21 oktober 2009 onder zaak/rolnummer 274778/CV EXPL 09-1165 te bevestigen en alle vorderingen van FNV Bondgenoten af te wijzen met veroordeling van FNV Bondgenoten in de proceskosten van deze procedure, waaronder het salaris van de advocaat van Arriva." Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven FNV heeft vier grieven opgeworpen. De beoordeling ten aanzien van de feiten 1. Tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten in rechtsoverweging 2. (2.1 tot en met 2.6) van genoemd vonnis van 21 oktober 2009 is geen grief ontwikkeld met dien verstande dat FNV in grief I de door Arriva gestelde instemming van haar ondernemingsraad ter discussie heeft gesteld. In hoger beroep zal daarom van de door de kantonrechter vastgestelde feiten worden uitgegaan behoudens hetgeen door hem in r.o. 2.3. omtrent het overleg met en de instemming van de ondernemingsraad is overwogen. Het hof zal hierna die feiten herhalen, aangevuld met enige feiten die in hoger beroep tevens als vaststaand hebben te gelden. 1.1. Arriva heeft de concessies Brabant Oost en HWGO (Hoeksche Waard, Goeree Overflakkee) per 1 januari 2007 respectievelijk per 1 januari 2008 overgenomen van de vervoerders BBA respectievelijk Connexxion. Zowel BBA, Connexxion als Arriva vallen - voor zover in deze zaak relevant - onder de werkingssfeer van de algemeen verbindend verklaarde CAO Openbaar Vervoer 2007 (hierna: de CAO). 1.2. In de artikelen 29, 33, 33A en 34 van de CAO is bepaald: Artikel 29 (wijze van betaling van het inkomen) 1. Maandelijks worden het salaris alsmede eventuele toeslagen en toelagen betaald, zoals deze overeenkomstig deze CAO berekend worden. (…) 3. In overleg met de ondernemingsraad kan besloten worden, dat toelagen - voor zover deze zich daarvoor lenen - worden gemiddeld. (…) Artikel 33 (toelage voor onregelmatige arbeid) 1. Aan de werknemer die is ingedeeld in een loonschaal lager dan 11 en arbeid verricht op de hierna te noemen dagdelen, wordt een onregelmatigheidstoeslag toegekend voor arbeidsuren op: (…) Artikel 33A (toelage voor onregelmatige arbeid voor technisch personeel) 1. Aan technisch personeel dat in onregelmatige dienst arbeid verricht, wordt een onregelmatigheidstoelage toegekend voor arbeidsuren op: (…) Artikel 34 (toelage voor gebroken diensten) 1. Aan de werknemer die een gebroken dienst verricht, wordt een toelage uitbetaald, genoemd in bijlage 22 van deze overeenkomst. 1.3. BBA en Connexxion zijn met hun respectieve ondernemingsraden overeengekomen dat de toelagen voor gebroken diensten en onregelmatige arbeid (OT/GD) zouden worden gemiddeld. Deze afspraken zijn vastgelegd in de binnen die bedrijven geldende regelingen. Na de overgang van voornoemde concessies heeft Arriva op grond van het bepaalde in art. 37 lid 1 jo art. 38 lid 1 sub b. Wet Personen Vervoer 2000 deze bedrijfsregelingen ten aanzien van de met de concessies van BBA en Connexxion overgekomen werknemers voortgezet. 1.4. Arriva heeft in haar bedrijfsregeling geen gebruik gemaakt van de in art. 29 lid 3 CAO geboden mogelijkheid de toelagen voor OT/GD te middelen. 1.5. In het verslag van de overlegvergadering van Arriva met de ondernemingsraad van 27 maart 2008 staat met betrekking tot het verslag van de overlegvergadering d.d. 28 januari 2008 onder het kopje 'inhoudelijk' onder d. opgenomen dat Arriva de overgang naar een individueel OT/GD in de nieuwe concessies bekijkt. 1.6. De secretaris van de ondernemingsraad heeft bij brief van 2 oktober 2008 - voor zover in dit geding van belang - aan de secretaris van de vestigingscommissie in Veghel geschreven: "Vorig jaar heeft Arriva een instemmingverzoek (artikel 27 WOR) gedaan bij de Ondernemingsraad om de Arriva-bedrijfsregels integraal van toepassing te verklaren op onze nieuwe medewerkers in Oost Brabant. De Ondernemingsraad heeft hier vervolgens mee ingestemd, waarna Arriva daarover op 2 juli 2007 een Ondernemersbesluit heeft genomen. Met de overgang naar de Arriva - bedrijfsregelingen (versie 3, geldend vanaf 1-6-2007) kwam er een einde aan het gebruik van oude procedures en bedrijfsregels (vanuit BBA). Anders gezegd, de bedrijfsregels van BBA bestaan niet meer. Dit geldt ook voor de BBA-regeling t.a.v. gemiddeld OT/GD, waarover de Ondernemingsraad van BBA op grond van artikel 29, lid 3 kennelijk een afspraak had met het bedrijf. De daadwerkelijke overgang van individueel OT/GD hebben is gepland in 2008." 1.7. Arriva heeft het voornemen bekend gemaakt om de gemiddelde OT/GD per medio december 2008 (concessie Brabant Oost) respectievelijk per 1 januari 2009 (concessie HWGO) om te zetten in een individuele OT/GD. 1.8. FNV heeft bij brief van 22 april 2008 ter zake de concessie Brabant Oost aan Arriva kenbaar gemaakt dat het personeel binnen voornoemde concessie zich niet kan vinden in een wijziging van de OT/GD. Voorts heeft zij aangegeven dat de omzetting juridisch gezien evenmin mogelijk is. 1.9. Arriva heeft bij brief van 26 mei 2008 gereageerd. Zij heeft o.a. met verwijzing naar de CAO, de Arriva-bedrijfsregeling en het standpunt van haar ondernemingsraad aangegeven dat zij heeft mogen besluiten om ook ter zake de concessie Brabant Oost een individuele OT/GD toe te passen. 1.10. Partijen hebben vervolgens volhard in hun standpunt waarna FNV in kort geding bij de kantonrechter te Leeuwarden nakoming van de gemiddelde OT/GD heeft gevorderd. De kantonrechter heeft bij vonnis van 14 januari 2009 de vorderingen van FNV afgewezen. het geschil en de beslissing in eerste aanleg 2. FNV heeft met terugwerkende kracht vanaf 14 december 2008 dan wel 1 januari 2009 nakoming van de gemiddelde OT/GD in de concessies Brabant Oost en HWGO gevorderd. 2.1. Arriva heeft de vordering betwist. 2.2. De kantonrechter heeft in genoemd vonnis van 21 oktober 2009 de vordering van FNV afgewezen en FNV veroordeeld in de kosten van de procedure. met betrekking tot de grieven 3. Arriva heeft geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de eis, zodat bij de behandeling van het geschil van de gewijzigde eis zal worden uitgegaan, nu het hof ambtshalve (ook) geen reden ziet om de wijziging van de eis niet toe te staan. 4. FNV heeft in grief I betoogd dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat vast staat dat Arriva met instemming van haar ondernemingsraad het besluit heeft genomen om binnen haar bedrijf conform artikel 33 en 34 CAO een individuele OT/GD te hanteren en dat Arriva vervolgens met ingang van 14 december 2008 dan wel 1 januari 2009 voor de thans van belang zijnde concessies de gemiddelde OT/GD in een individuele OT/GD heeft gewijzigd. FNV heeft ter onderbouwing van haar grief aangevoerd dat Arriva in haar bedrijfsregeling niets over de OT/GD heeft opgenomen. Instemming van de ondernemingsraad met deze bedrijfsregeling kan dus niet worden aangemerkt als het op grond van art. 29 lid 3 CAO vereiste overleg met de ondernemingsraad noch als instemming van de ondernemingsraad met een individuele OT/GD. Uit de brief van Arriva van 26 mei 2008 blijkt dat Arriva al in 2007 het besluit heeft genomen in de betreffende concessies de gemiddelde OT/GD naar een individuele OT/GD om te zetten. FNV betwist derhalve dat Arriva dit besluit in overleg met de ondernemingsraad heeft genomen. Eerst nadat FNV tegen de wijziging bezwaar heeft gemaakt, heeft de ondernemingsraad brieven naar de lokale vestigingscommissies geschreven en zich achter het standpunt van Arriva geschaard. De ondernemingsraad heeft echter geen overleg met de lokale vestigingscommissies gehad of de achterban in de betreffende concessies geraadpleegd en heeft daarmee zijn vertegenwoordigende taak niet naar behoren uitgevoerd. 5. Arriva heeft de stellingen van FNV weersproken en daartoe onder meer verwezen naar de hiervoor in r.o. 1.5 weergegeven passage uit het verslag van 27 maart 2008 en de in r.o. 1.6. genoemde brief. 6. Het hof is van oordeel dat Arriva met het overleggen van het in r.o. 1.5 vermelde verslag van 27 maart 2008 en de brief van de ondernemingsraad van 2 oktober 2008 voldoende heeft onderbouwd dat Arriva met haar ondernemingsraad overleg heeft gevoerd over een wijziging van een gemiddelde OT/GD naar een individuele OT/GD in de door haar overgenomen concessies. FNV heeft de inhoud van deze bescheiden slechts in algemene termen betwist. Voor zover FNV heeft aangevoerd dat de ondernemingsraad zijn vertegenwoordigende bevoegdheid onvoldoende heeft waargemaakt, zal het hof deze stelling hierna behandelen. Grief I faalt derhalve. 7. Het hof zal de grieven II en III gezamenlijk behandelen. 7.1. FNV heeft in grief II aangevoerd dat de ondernemingsraad van Arriva zijn vertegenwoordigende taak niet goed heeft uitgevoerd door zijn achterban in de concessies Brabant Oost en HWGO niet te raadplegen. Daarom dient er bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een rechtsgeldige eenzijdige wijziging van (een) arbeidsvoorwaarde(n), aan de instemming van de ondernemingsraad geen gewicht ten voordele van de werkgever te worden toegekend. 7.2. FNV heeft in grief III ter discussie gesteld de overwegingen van de kantonrechter in r.o. 5.11 te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.