Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-002676-09 Uitspraak d.d.: 4 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 14 oktober 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1991], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 5 november 2010 en 20 april 2011, en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het meer subsidiair ten laste gelegde tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest en de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 549,50, subsidiair 11 dagen jeugddetentie, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. T. van der Goot, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 24 mei 2009 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] van het leven te beroven, dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde] (nadat deze naar of tegen de grond was geslagen en/of geduwd, dan wel gewerkt en/of zijn bewustzijn had verloren) meermalen en/of met kracht in en/of tegen het gezicht, dan wel op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte hij op of omstreeks 24 mei 2009 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit - het (meermalen) duwen tegen de borst, althans het lichaam van die [benadeelde] en/of - het (meermalen en/of met kracht) slaan in en/of tegen het gezicht en/of op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam van die [benadeelde] en/of - het naar de grond duwen en/of slaan, dan wel werken van die [benadeelde] en/of - het (meermalen en/of met kracht) schoppen in en/of tegen het gezicht, dan wel op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam van die [benadeelde]; meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte hij op of omstreeks 24 mei 2009 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]) (meermalen) tegen de borst, althans het lichaam heeft geduwd en/of (meermalen en/of met kracht) in en/of tegen het gezicht en/of op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of naar de grond heeft geduwd en/of geslagen, dan wel gewerkt en/of (meermalen en/of met kracht) in en/of tegen het gezicht, dan wel op en/of tegen het hoofd en/of (elders) op en/of tegen het lichaam heeft geschopt. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof acht het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Hoewel vast staat dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen aangever, is niet komen vast te staan dat verdachte tegen het lichaam en/of het hoofd heeft geschopt dan wel tegen het hoofd heeft geslagen, zoals in het primair ten laste gelegde omschreven. Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag alsmede de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Overweging met betrekking tot het bewijs De raadsman heeft - voor zover van belang - betoogd dat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde te komen. Daartoe is aangevoerd dat verdachte weliswaar een slaande beweging heeft gemaakt, maar dat hij dit enkel heeft gedaan om de schermutseling die tussen aangever en medeverdachte [medeverdachte 1] plaatsvond, te beëindigen. Daarbij was sprake van een eenmansactie van verdachte zodat geen sprake kan zijn van het 'in vereniging' plegen van geweld, aldus de raadsman. Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van de gehele tenlastelegging wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt in het bijzonder het volgende. Op grond van de verklaringen van aangever [benadeelde], getuige [getuige], medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte zelf, stelt het hof vast dat verdachte verwikkeld is geraakt in een schermutseling in een feesttent tussen aangever en medeverdachte [medeverdachte 1]. Op een zeker moment besluit verdachte om tussenbeide te komen. Daarbij maakt hij een slaande beweging naar aangever. Deze slaande beweging wordt door aangever afgeweerd. Vervolgens komt medeverdachte [medeverdachte 2] erbij staan en slaat aangever met kracht tegen zijn gezicht, waardoor aangever op de grond terecht komt. [medeverdachte 2] valt zelf ook op de grond en slaat meermalen en met kracht in het gezicht van aangever. Verdachte heeft ter zitting van het hof bekend dat hij een slaande beweging heeft gemaakt. Voordat verdachte zich met de situatie bemoeide, bestond het incident enkel uit het nodige duw- en trekwerk. De slaande beweging van verdachte heeft eraan bijgedragen dat een en ander is geëscaleerd. Dat verdachte slechts beoogde het incident tussen aangever en [medeverdachte 1] te sussen, acht het hof niet aannemelijk. Een slaande beweging is voor dat doel niet bepaald geschikt en kan als het uitoefenen van geweld worden aangemerkt. Door het maken van deze slaande beweging, die aangever heeft afgeweerd, heeft verdachte een significante bijdrage geleverd aan het geweld. Aldus acht het hof bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 24 mei 2009 te [plaats 1], in de gemeente [gemeente], met een ander, aan de openbare weg, de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit - het slaan tegen het lichaam van die [benadeelde] en - het naar de grond slaan van die [benadeelde]. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het subsidiair bewezen verklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Strafbaarheid van de verdachte Namens verdachte is een beroep gedaan op noodweer. De raadsman van verdachte heeft bepleit dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het lijf van medeverdachte [medeverdachte 1] door aangever. Daardoor was het voor verdachte gerechtvaardigd om in te grijpen en een slaande beweging te maken. Op deze wijze heeft hij [medeverdachte 1] kunnen behoeden voor letsel, aldus de raadsman. Het hof oordeelt als volgt. Voor de aanvaarding van een beroep op noodweer dient te zijn voldaan aan de voorwaarden van artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Die houden in dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding. Naar het oordeel van het hof is vast komen te staan dat - op het moment dat verdachte zich in het gebeuren mengde - sprake was van niet meer dan een schermutseling tussen aangever en [medeverdachte 1], waarbij over en weer werd geacteerd. Het is niet aannemelijk gemaakt of geworden dat sprake was van een situatie waarin [medeverdachte 1] tegen een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van aangever beschermd moest worden. Het verweer van verdachte kan daarom niet slagen. Verdachte is strafbaar aangezien ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [benadeelde]. Hierdoor is aan [benadeelde] letsel toegebracht. Door het incident is zijn zelfvertrouwen aangetast en ervaart hij gevoelens van onveiligheid. Verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke en psychische integriteit van [benadeelde] geschonden. Daarbij pleegt een dergelijk feit, nu dit in de openbaarheid van een feesttent is gepleegd, ook bij omstanders gevoelens van onveiligheid teweeg te brengen. Uit een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 16 februari 2011 blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is voor enig strafbaar feit. Aldus kan verdachte als 'first offender' worden aangemerkt en lijkt sprake te zijn van incidenteel gedrag. Met betrekking tot de persoon van verdachte is door de Raad van de Kinderbescherming op 3 juni 2009 een rapport opgemaakt. Op 24 september 2009 is dit rapport aangevuld. Uit beide rapportages blijkt niet dat de ontwikkeling van verdachte wordt bedreigd en ook overigens zijn er geen redenen tot zorg. Gelet op de voorgaande overwegingen en het gegeven dat het bewezen verklaarde als een incident kan worden beschouwd, acht het hof een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.474,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.