Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-001403-09 Uitspraak d.d.: 12 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 5 juni 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1987], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 september 2010 en 28 april 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien dagen met een proeftijd van twee jaren, een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van acht maanden. Ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van tien uren, subsidiair vijf dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een week hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. D.C. Poiesz, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: feit 1: hij op of omstreeks 25 april 2008 te [plaats 1], (althans) in de gemeente [gemeente 1], als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten cannabinoïden (THC en/of 11-OH-THC) en/of amfetamine en/of cannabis (THC-COOH) en/of cocaïne (benzoylecgonine en/of methylecgonine), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; feit 2: hij op of omstreeks 25 april 2008, te of bij [plaats 2], (in elk geval) in de gemeente [gemeente 2], als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde; feit 3: hij op of omstreeks 25 april 2008, te of bij [plaats 2], (in elk geval in de gemeente [gemeente 2], buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], niet zijnde een autoweg of autosnelweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 154 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: feit 1: hij op 25 april 2008 te [plaats 1], als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten cannabinoïden (THC en 11-OH-THC) en amfetamine, waarvan hij redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht; feit 2: hij op 25 april 2008, in de gemeente [gemeente 2], als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de [straat], zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde; feit 3: hij op 25 april 2008, in de gemeente [gemeente 2], buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], niet zijnde een autoweg of autosnelweg, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 154 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het onder 1 bewezenverklaarde levert op: overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.