Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-003032-09 Uitspraak d.d.: 17 mei 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 11 november 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1973], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren, een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren, subsidiair zestig dagen hechtenis en tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. H.W. van Eeuwijk, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: verdachte op of omstreeks 3 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of (een) goed(eren), welk geweld bestond uit - het rukken en/of trekken aan en/of schoppen/trappen tegen (een) (stalen) (drang)hek(ken) waarachter personen, te weten stewards, stonden en/of. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: verdachte op 3 juni 2009 te [plaats], met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het stadion van [voetbalclub], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, welk geweld bestond uit het rukken en/of trekken aan en schoppen/trappen tegen een stalen dranghek waarachter personen, te weten stewards, stonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het bewezenverklaarde levert op: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft, nadat een voetbalwedstrijd met een voor hem teleurstellende uitslag was afgelopen, in het stadion deelgenomen aan een massale openlijke geweldpleging. De menigte waar verdachte deel van uitmaakte richtte zich aanvankelijk massaal tegen een aantal stewards. Deze stewards trachtten te voorkomen dat het publiek van de thuisclub - waartoe verdachte behoorde - in contact zou komen met het publiek van de bezoekende club. Blijkens de stukken in het dossier en de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte, samen met een grote groep medeverdachten, enige tijd luidkeels en dreigend geschreeuwd naar en tegen genoemde stewards. De stewards gebruikten dranghekken om de dreigende menigte tegen te houden. Op enig moment ging de groep - waar verdachte deel van uitmaakte - ertoe over om aan deze dranghekken te rukken en trekken. Ook schopte en trapte men tegen die hekken. Deze gehele gang van zaken is voor de stewards erg dreigend en intimiderend geweest. Daar komt bij dat dit soort van geweld een groot gevoel van onveiligheid in de maatschappij in z'n algemeen en ook in de maatschappelijke beleving rond een sportief evenement als een voetbalwedstrijd teweeg brengt. Het hof rekent het verdachte niet alleen aan dat hij aan de vorenomschreven handelingen heeft deelgenomen. Het hof verwijt verdachte ook dat hij ter terechtzitting nauwelijks blijk heeft gegeven van enig inzicht in de ernst van zijn eigen gedragingen. Verdachte stelt dat hij "alleen maar" een beetje heeft lopen schreeuwen en dat hij "slechts" wat aan een dranghek heeft lopen trekken. Hij gaat er echter geheel aan voorbij dat hij door dergelijk gedrag, onder de gegeven omstandigheden, een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan een geweldsuitbarsting door een grote groep losgeslagen mensen. Anders dan de advocaat-generaal, ziet het hof in het tijdsverloop in de onderhavige zaak geen aanleiding om de op te leggen straf te matigen. Het feit heeft zich afgespeeld op 3 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.