WAHV 200.076.778 21 januari 2011 CJIB 134521678 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen het uitblijven van de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats], voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing op 29 september 2010 ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling
- Bij schrijven d.d. 22 september 2010 heeft de gemachtigde van de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Ter toelichting heeft de gemachtigde het volgende gesteld: "Op 1 september 2010 is in deze zaak een zitting geweest. (…). Inmiddels zijn de twee weken na de uitspraak waarbinnen de kantonrechter conform artikel 13 lid 2 Wahv uitspraak dient te doen, ruimschoots verstreken. Wij verzoeken u dan ook dit hoger beroep gegrond te verklaren wegens het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter en de zaak materieel zelf af te doen, een en ander op basis van het arrest met nummer WAHV 200.053.528."
- De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de stelling van de gemachtigde feitelijke grondslag mist, nu de kantonrechter in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, WAHV uiterlijk 14 dagen na de zitting uitspraak heeft gedaan. Voorts kent de wet geen termijn voor het toezenden van de beslissing van de kantonrechter.
- Artikel 13, tweede lid, WAHV houdt in: "De beslissing van de kantonrechter is met redenen omkleed en wordt hetzij terstond, hetzij uiterlijk binnen veertien dagen nadien, op een openbare zitting uitgesproken."
- Het hof stelt voorop dat in navolging van de uitspraak van de Hoge Raad van 28 juni 1994, NJ 1994/691, moet worden aangenomen dat de termijn gesteld in artikel 13, tweede lid, WAHV een termijn van orde is waaraan geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden.
- Uit het dossier blijkt dat de behandeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op 1 september 2010 heeft plaatsgevonden. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat hij na 14 dagen een beslissing zou geven. De beslissing van de kantonrechter is op 29 september 2010 in het openbaar uitgesproken en op 30 september 2010 aan de gemachtigde toegezonden.
- Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de termijn gesteld in artikel 13, tweede lid, WAHV niet in acht heeft genomen. De WAHV noch de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziet echter in de mogelijkheid van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen het niet tijdig beslissen door de rechter. Dat brengt mee dat het beroep van de gemachtigde niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Voor toewijzing van het kostenverzoek bestaat geen grond. Beslissing Het gerechtshof: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.