Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-002541-10 Uitspraak d.d.: 22 juni 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 11 oktober 2010 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1991], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 6 april 2011 en 8 juni 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot strekkende tot veroordeling van verdachte tot een werkstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J. Buitenhuis, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 3 maart 2010 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een raam/ruit (van de [bedrijf], gelegen aan of bij de [adres], aldaar), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 3 maart 2010 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van de [bedrijf], gelegen aan de [adres], aldaar, toebehorende aan [benadeelde], heeft vernield. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vernielen van een van de ruiten van [bedrijf] te [plaats]. Hij heeft met dit handelen schade en overlast berokkend aan de gedupeerden en hij heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van die gedupeerden. Het hof heeft bij het bepalen van de straf tevens rekening gehouden met het verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 februari 2011, waaruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld ter zake van - onder meer - soortgelijke strafbare feiten. Het hof heeft voorts gelet op hetgeen de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting van het hof hebben aangevoerd met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met hetgeen daaromtrent overigens is gebleken uit het strafdossier. Met name de omstandigheid dat verdachte reeds eerder werd veroordeeld, en dus was gewaarschuwd, maakt dat naar het oordeel van het hof dat oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden duur passend en geboden is. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 425,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.