Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-002842-09 Uitspraak d.d.: 20 juli 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 28 oktober 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1951], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 juli 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, vrijspraak van het primair ten laste gelegde, bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde en veroordeling ter zake hiervan tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren, en een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis. De vordering strekt voorts tot niet-ontvankelijkverklaring van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A. Allersma, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: primair: hij op of omstreeks 27 december 2008, te [plaats], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de [straat], in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten discotheek de [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en) genaamd [benadeelde 1] en/of [getuige] en/of [benadeelde 2], welk geweld bestond uit het ten val brengen en/of slaan en/of met geschoeide voet trappen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde 1] en/of die [getuige] en/of die [benadeelde 2], zulks terwijl zij daarbij (deels) op de grond lagen, waarbij hij, verdachte, die [benadeelde 1] een (vuist)slag in het gezicht heeft gegeven, welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel (een gebroken neus), althans enig lichamelijk letsel voor die [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad; subsidiair: hij op of omstreeks 27 december 2008, te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend (een) perso(o)n(en), te weten [benadeelde 1] en/of [getuige] en/of [benadeelde 2] ten val heeft gebracht en/of heeft geslagen en/of met geschoeide voet heeft getrapt tegen het hoofd en/of het lichaam, zulks terwijl zij daarbij (deels) op de grond lagen waardoor voornoemde [benadeelde 1] en/of [getuige] en/of [benadeelde 2], letsel hebben/heeft bekomen en/of pijn hebben/heeft ondervonden. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof heeft met de rechtbank, de advocaat-generaal en de verdediging op grond van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: subsidiair: hij op 27 december 2008, te [plaats], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [benadeelde 1], tegen het hoofd heeft geslagen, waardoor voornoemde [benadeelde 1] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Bewijsoverweging Door en namens verdachte is ter zitting aangevoerd dat verdachte niet [benadeelde 1] heeft geslagen, maar diens tweelingbroer [getuige]. Op grond van de tegenover de verbalisanten afgelegde verklaringen van [benadeelde 1] en [getuige] is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte [benadeelde 1] heeft geslagen. Het hof acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [benadeelde 1] tegen het hoofd heeft geslagen. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het subsidiair bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte werkte op 27 december 2008 als portier in discotheek [bedrijf] in [plaats]. Vlak voor sluitingstijd heeft verdachte, met zijn collega, twee bezoekers van de discotheek, [benadeelde 1] en diens broer [getuige], na wangedrag op de dansvloer, naar de garderobe van de discotheek gebracht, teneinde hen uit de discotheek te zetten. Hierbij zijn door [getuige] en [benadeelde 1], zo is uit het dossier aannemelijk geworden, beledigende opmerkingen over Molukkers gemaakt. Verdachte, van Molukse afkomst, heeft zijn zelfbeheersing verloren en heeft [benadeelde 1] tegen het hoofd geslagen. Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van [benadeelde 1] geschonden. Van een portier van een uitgaansgelegenheid mag verlangd worden dat hij op een professionele en een beheerste manier omgaat met geweld en zorg draagt voor de veiligheid van de bezoekers in en om die uitgaansgelegenheid. Hoezeer een portier ook, doordat hij in gespannen situaties dient op te treden ten behoeve van het ordentelijke verloop in en om een horecagelegenheid, met geweld te maken kan krijgen, hij moet zich ervan bewust zijn dat zijn gedrag de-escalerend dient te zijn. Verdachte heeft in de onderhavige zaak zich niet op juiste wijze van zijn taak als portier gekweten door zich te laten gaan. Zijn optreden is verre van de-escalerend geweest. Het hof rekent het verdachte aan dat hij in zijn functie zijn zelfbeheersing heeft verloren. Bovendien heeft zijn handelen plaatsgevonden in het bijzijn van vele discotheekbezoekers. Zijn handelen draagt bij aan de versterking van gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name van het uitgaanspubliek. Daartegenover staat dat verdachte volgens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 mei 2011 niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf niet noodzakelijk is. Het hof is van oordeel dat oplegging van een werkstraf voor de duur van 80 uren passend en geboden is. Het hof heeft bij dit oordeel tevens rekening gehouden met het tijdsverloop, in die zin dat het al geruime tijd geleden is dat het strafbare feit zich heeft voorgedaan en is niet gebleken van strafrechtelijke incidenten nadien. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 502,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.