GERECHTSHOF LEEUWARDEN Sector strafrecht Parketnummer: 24-000234-11 Uitspraak d.d.: 9 september 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 8 december 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 17-754766-08, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1962], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 ten laste gelegde tot een geldboete van € 1.000,--, subsidiair te vervangen door 20 dagen hechtenis, een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 10 maanden en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren, en ter zake van het onder 3 ten laste gelegde tot een geldboete van € 450,--, subsidiair te vervangen door 9 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging toegewezen zal worden. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. B.P.M. Canoy, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: feit 1: hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; feit 2: hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straatnaam], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; feit 3: hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straatnaam], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden; Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Het hof acht op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het dossier bevat niet de stukken waaruit kan volgen dat het Openbaar Ministerie de stukken van de ontzegging van de rijbevoegdheid, welke de ten laste gelegde datum omvat, op juiste wijze kenbaar heeft gemaakt aan verdachte. Hiermee ontbreekt ter zake van het onder 2 ten laste gelegde het wettige bewijs dat verdachte wist, dan wel redelijkerwijs moest weten dat hij reed tijdens een rijontzegging. Daarnaast kan het hof op basis van het dossier niet onomstotelijk vaststellen dat het voertuig dat verdachte bestuurde op 27 augustus 2009 onverzekerd was, zodat het wettige bewijs ontbreekt voor hetgeen onder 3 ten laste is gelegd. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: feit 1: hij op 27 augustus 2009 te [plaats], als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 725 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het onder 1 bewezen verklaarde levert op: overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.