GERECHTSHOF LEEUWARDEN Sector strafrecht Parketnummer: 24-002656-10 Uitspraak d.d.: 7 oktober 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 8 oktober 2010 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-670074-06, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1967], volgens eigen opgave wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde tot een geldboete van € 250,--, subsidiair te vervangen door 5 dagen hechtenis en de toewijzing van de vorderingen benadeelde partij met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. H.J. Veen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 20 juli 2009, in de gemeente [gemeente], [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen de deur van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] geslagen en/of geschopt en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je af" en/of "Als ik je tegen kom dan maak ik je af" en/of "Ik kom je tegen jongen, en ik maak je af godverdomme", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 20 juli 2009, in de gemeente [gemeente], [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen de deur van die [benadeelde 1] geslagen en hem daarbij dreigend de woorden toegevoegd : "Ik maak je af" en "Als ik je tegen kom dan maak ik je af" en "Ik kom je tegen jongen, en ik maak je af godverdomme". Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde het bewezen verklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en/of maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft op 20 juli 2009 zijn onderbuurman [benadeelde 1] bedreigd met de dood door meermalen naar hem te roepen dat hij hem af zou maken. Hierbij heeft verdachte dreigend tegen de deur van [benadeelde 1] geslagen. Verdachte heeft hierdoor gevoelens van angst en onveiligheid bij [benadeelde 1] opgewekt. Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 september 2011 blijkt dat verdachte sinds het bewezen verklaarde feit niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Het hof heeft voorts in aanmerking genomen de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht. Verdachte woont inmiddels in een huis dat speciaal geschikt is voor mensen met psychische problemen. In tegenstelling tot zijn eerdere woning in [plaats], is zijn nieuwe woning gelegen in een heel rustige omgeving. Verder heeft hij op vrijwillige basis contact met de reclassering en heeft hij gedragstherapie. Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof - overeenkomstig de door de rechtbank Groningen opgelegde en de door de advocaat-generaal gevorderde straf - oplegging van een geldboete van € 250,--, subsidiair te vervangen door 5 dagen hechtenis, passend en geboden. Het hof zal verdachte, anders dan de rechtbank Groningen, weliswaar vrijspreken van de ten laste gelegde bedreiging gericht tegen de vriendin van aangever, [benadeelde 2], maar is van oordeel dat dit niet af doet aan de ernst van het feit, waardoor voornoemde straf gerechtvaardigd blijft. Gelet op de aannemelijk geworden - geringe - financiële draagkracht van verdachte, ziet het hof aanleiding te bepalen dat verdachte de geldboete mag voldoen in termijnen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.