Arrest d.d. 13 december 2011 Zaaknummer 200.069.130/01 HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [appellante], advocaat: mr. J.G.H. Meijerink, kantoorhoudende te Assen, tegen de vennootschap onder firma [geïntimeerden], gevestigd te Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna mede te noemen: [geïntimeerden ], advocaat: mr. J.V. van Ophem, kantoorhoudende te Leeuwarden. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 2 juni 2010 door de rechtbank Assen. Het geding in hoger beroep Bij exploot van 18 juni 2010 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerden ] tegen de zitting van 3 augustus 2010. De conclusie van de memorie van grieven, tevens memorie van eis in reconventie, tevens memorie in gedingbrenging producties luidt: "dat het het hof moge behagen om, uitvoerbaar bij voorraad, zo nodig onder verbetering en/of aanvulling van feiten en gronden, het vonnis van de rechtbank Assen d.d. 2 juni 2010 met als zaaknummer/rolnummer 72802 / HA ZA 09-325 te vernietigen (met uitzondering overigens van het in rechtsoverweging 5.4 van het vonnis in prima bepaalde), en de vorderingen van Kuiper en Koers alsnog af te wijzen dan wel (subsidiair) in hoger beroep te beslissen zoals in goede justitie zal vermenen te behoren, met inachtneming van de opgeworpen grieven, en daarbij de overeenkomst/overeenkomsten zoals tussen partijen gesloten op grond van misbruik van omstandigheden te vernietigen, zulks met veroordeling van [geïntimeerden] om het bedrag dat Van Batum ten onrechte te veel aan [geïntimeerden] heeft voldaan aan haar terug te betalen, zulks met de wettelijke rente daarover vanaf de dag waarop deze memorie in het geding wordt gebracht tolt de dag der algehele voldoening, alsmede tot veroordeling van [geïntimeerden] tot opheffing van het door hen ten laste van Boelman gelegde executoriale beslag, tevens met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van de procedures in beide instanties, alsmede akte vragend van de in het geding gebrachte stukken" Bij memorie van antwoord is verweer gevoerd met als conclusie: "het is op bovenstaande gronden dat [geïntimeerden] de eer heeft te concluderen dat het uw Hof moge behagen bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [appellante] in haar appel niet-ontvankelijk te verklaren, althans te bekrachtigen het vonnis van de rechtbank Assen d.d. 2 juni 2010, zonodig onder aanvulling of verbetering van de gronden, met afwijzing van de vorderingen van [appellante] in de kosten van het hoger beroep. Voorts heeft appellant een akte genomen en is vervolgens een antwoordakte genomen. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven [appellante] heeft vier grieven opgeworpen. De beoordeling de feiten 1. De door de rechtbank vastgestelde feiten zijn niet in geschil zodat het hof hiervan zal uitgaan. Deze feiten komen, samen met hetgeen overigens is komen vast te staan, in het kort en voor zover van belang, op het volgende neer. 2. [geïntimeerden ] exploiteert een bouwbedrijf. Zij heeft met [appellante], die eigenaar is van een woonboerderij in [woonplaats], een aannemingsovereenkomst gesloten. Op grond van die aannemingsovereenkomst heeft [geïntimeerden ] tal van uiteenlopende bouwwerkzaamheden verricht. 3. [geïntimeerden ] heeft voor het door haar verrichte werk tussentijds aan [appellante] gedeclareerd een totaalbedrag van € 286.713,00. [appellante] heeft daarvan een bedrag van € 232.004,71 betaald. Een bedrag van € 54.708,29 is onbetaald gebleven. Het betreft de volledige facturen van 22 augustus 2008 (€ 26.039,12) en 27 oktober 2008 (€ 27.636,20), terwijl van de factuur van 7 april 2008 (€ 6.716,59) een bedrag van € 0,20 en van de factuur van 4 augustus 2008 (€ 29.525,58) een bedrag van € 1.032,77 niet is voldaan. [geïntimeerden ] heeft haar werkzaamheden opgeschort en vordert in deze procedure betaling van deze onbetaald gebleven factuurbedragen. het geschil en de beslissing in eerste aanleg 4. [geïntimeerden ] heeft gevorderd dat [appellante] zal worden veroordeeld aan haar te betalen de onder 3. genoemde factuurbedragen van € 1.032,77, € 26.039,12 respectievelijk € 27.636,20 vermeerderd met rente en een bedrag van € 1.788,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij in opdracht van [appellante] op basis van nacalculatie aannemingswerkzaamheden heeft verricht in het kader van de renovatie van haar woonboerderij in [woonplaats]. Van het in totaal daarvoor gefactureerde bedrag van € 286.713,00 heeft [appellante] € 232.004,71 betaald, zodat resteert te voldoen een bedrag van € 54.708,29, te verminderen met een bedrag van € 2.128,65 exclusief omzetbelasting ter zake van niet geleverd hang-en sluitwerk. [appellante] heeft als verweer onder meer aangevoerd dat [geïntimeerden ] het beschikbare budget ruim heeft overschreden onder meer als gevolg van het feit dat veel duurdere materialen zijn gebruikt dan afgesproken. Daarnaast is sprake van door [geïntimeerden ] op eigen initiatief uitgevoerde werkzaamheden. [appellante] stelt zich op het standpunt dat alle overeengekomen werkzaamheden, inclusief eventueel reeds verricht meerwerk, voor het thans door haar betaalde bedrag dienen te worden verricht. 5. Bij het eindvonnis van 2 juni 2010 heeft de rechtbank de vordering van [geïntimeerden ] tot een bedrag van € 52.579,64 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens is [appellante] veroordeeld in de proceskosten en de beslagkosten. Volgens de rechtbank zijn de werkzaamheden verricht op basis van nacalculatie, heeft [appellante] niet bestreden dat het werk waarop de onbetaald gebleven factuurbedragen betrekking hebben, is verricht en valt hetgeen [appellante] heeft aangevoerd over de kwaliteit van de verrichte werkzaamheden, het bedrag dat zij daarvoor heeft betaald en de redelijkheidsargumenten die zij heeft gehanteerd, bij gebreke van een tegenvordering buiten de reikwijdte van de procedure. Volgens de rechtbank kan [geïntimeerden ] aanspraak maken op een redelijk loon en heeft [appellante] niet gesteld dat [geïntimeerden ] met haar facturen aanspraak maakt op betaling van meer dan een redelijk loon. Het hiervoor genoemde bedrag van € 2.268,65 voor hang-en sluitwerk heeft de rechtbank op het gevorderde in mindering gebracht. Voorts heeft de rechtbank de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten afgewezen. [geïntimeerden ]bouw B.V.? 6. [appellante] heeft [geïntimeerden ] Bouw vof gedagvaard in hoger beroep. Zowel in de appeldagvaarding, de memorie van grieven als in haar akte wordt geïntimeerde aangeduid als [geïntimeerden ] vof. Hoewel [geïntimeerden ] Bouw vof zich in de appelprocedure heeft gesteld, worden de memorie van antwoord en de antwoordakte niet genomen door [geïntimeerden ] Bouw vof maar door [geïntimeerden ]bouw B.V. [geïntimeerden ]bouw B.V. heeft bij memorie van antwoord (sub 4) gemeld dat '[geïntimeerden ] Bouw inmiddels geen vennootschap onder firma meer is, maar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid' sinds 19 oktober 2009. Wat zij daarmee precies bedoelt wordt niet uitgelegd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Over rechtsopvolging wordt niet gesproken. Mocht zijn bedoeld dat [geïntimeerden ] Bouw vof is ingebracht in [geïntimeerden ]bouw B.V. dan geldt dat dit geen rechtsopvolging onder algemene titel is en dat de rechten en verplichtingen uit de tussen [geïntimeerden ] vof met [appellante] gesloten aannemingsovereenkomst slechts door contractsoverneming (artikel 6:159 BW) op [geïntimeerden ]bouw B.V. kunnen zijn overgegaan en dat eventuele vorderingen alleen door middel van een cessie (artikel 3:94 BW) kunnen zijn overgegaan. Gesteld noch gebleken is dat een en ander in dit geval heeft plaatsgevonden. Dat brengt mee dat het er voor moet worden gehouden dat niet [geïntimeerden ]bouw B.V. maar uitsluitend [geïntimeerden ] Bouw vof partij is in het hoger beroep. Nu de memorie van antwoord en de antwoordakte beide zijn genomen door [geïntimeerden ] Bouw B.V. en niet (tevens) door [geïntimeerden ] vof, impliceert het voorgaande dat deze processtukken in de hierna volgende overwegingen buiten beschouwing blijven. de grieven 7. Met de eerste grief wordt betoogd dat [geïntimeerden ] misbruik van omstandigheden hebben gemaakt op grond waarvan [appellante] van mening is dat de tussen partijen gesloten overeenkomst al dan niet partieel dient te worden vernietigd, met bepaling dat zij niet gehouden is om de gevorderde factuurbedragen te voldoen en [geïntimeerden ] gehouden is om het bedrag dat [appellante] teveel heeft betaald aan haar terug te betalen. 8. Het staat [appellante] vrij om in hoger beroep bij wijze van verweer tegen de vordering van [geïntimeerden ] een beroep te doen op de (partiële) vernietiging van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst (artikel 3: 51 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW)): honorering van dat verweer zou er dan toe moeten leiden dat de vordering van [geïntimeerden ] dient te worden afgewezen. Voor zover evenwel [appellante] in haar eis in hoger beroep vordert dat [geïntimeerden ] wordt veroordeeld ‘om het bedrag dat [appellante] ten onrechte te veel aan [geïntimeerden ] heeft voldaan aan haar terug te betalen, zulks met de wettelijke rente daarover vanaf de dag waarop deze memorie in het geding wordt gebracht tot de dag der algehele voldoening’ stuit dit af op het verbod om voor het eerst in hoger beroep een eis in reconventie in te stellen (artikel 353 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Daarbij weegt mee dat [appellante] blijkens de toelichting op de eerste grief het oog heeft op meer, te weten 'alles wat boven het bedrag van € 200.000,00 is uitgefactureerd en betaald'. In zoverre dient [appellante] in haar eis in hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard. 9. Voor vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden (artikel 3: 44 lid 4 Burgerlijk Wetboek) is vereist (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.