Gerechtshof Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-001628-09 Uitspraak d.d.: 3 november 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 16 juni 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1975], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 oktober 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter te Assen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. F.R.H. Kuiper, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 14 mei 2007 te of nabij [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk gasolie die was voorzien van een herkenningsmiddel, als bedoeld in artikel 27, derde lid van de Wet op de accijns, dan wel bestanddelen bevatte van die herkenningsmiddelen, voorhanden heeft gehad in de brandstoftank van een motorrijtuig. Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig bewezen en heeft het hof de overtuiging gekregen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 14 mei 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk gasolie die was voorzien van een herkenningsmiddel, als bedoeld in artikel 27, derde lid van de Wet op de accijns, voorhanden heeft gehad in de brandstoftank van een motorrijtuig. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert geen strafbaar feit op. De verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof overweegt daartoe als volgt. Ingevolge artikel 91 lid 2 sub a van de Wet op de accijns is het niet toegestaan gasolie die is voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid van de Wet op de accijns voorhanden te hebben in (onder andere) de brandstofstank van een motorrijtuig. Artikel 40 van het Uitvoeringsbesluit accijns bepaalt dat gasolie die is voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet wel voorhanden mag zijn in een brandstoftank ten behoeve van de aandrijving van motorrijtuigen waarvoor op grond van artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 4° van de Wegenverkeerswet 1994 geen kenteken behoeft te zijn opgegeven. Ingevolge art. 37, eerste lid, onder a. ten vierde van de Wegenverkeerswet 1994 geldt de kentekenplicht niet voor motorrijtuigen met beperkte snelheid. Artikel 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.