Arrest d.d. 5 juni 2012 Zaaknummer 200.067.569/01 (zaaknummer rechtbank: 274618 / CV EXPL 09-7741) HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [appellant] advocaat: mr. S.A. Wensing, kantoorhoudende te Oudewater, tegen [geïntimeerde], wonende te Valthe, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: [geïntimeerde] advocaat: mr. P.R. van den Elst, kantoorhoudende te Leeuwarden. De inhoud van het tussenarrest van 31 mei 2011 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop in hoger beroep Partijen hebben de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. In het door [appellant] overgelegde procesdossier: - zijn de producties 6 en 7 bij de conclusie van antwoord in eerste aanleg incompleet; - ontbreken de pagina's 4, 5 en 6 van de memorie van antwoord. Het hof maakt daarvoor gebruik van het door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier. In het door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier zijn na productie 7 bij de conclusie van antwoord in eerste aanleg enkele stukken (afkomstig van de advocaat van [appellant]) opgenomen die geen deel uitmaken van de stukken in eerste aanleg en ook niet als productie bij de memorie van grieven en/of antwoord zijn overgelegd. Het hof zal deze stukken buiten beschouwing laten. De verdere beoordeling de feiten 1.1 In hetgeen hierna volgt, zal het hof de voor de beoordeling relevante feiten weergeven, zoals die als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties, in hoger beroep vast staan. 1.2 [appellant] is eigenaar van het paard Tornaxs P en hij heeft een stoeterij met dressuurpaarden. [geïntimeerde] beoefent de dressuursport als amazone. 1.3 Tussen [appellant] en de moeder van [geïntimeerde], mevrouw [moeder van geïntimeerde] (hierna: [moeder van geïntimeerde]), is in oktober 2004 een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst houdt in dat [geïntimeerde] het paard Tornaxs P van [appellant] zal trainen en uitbrengen op wedstrijden tot minimaal Z2 niveau of hoger. De kosten van de verzorging van het paard (stalling, verzekering, hoefsmid, dierenarts) komen voor rekening van [appellant], terwijl de kosten (en baten) van wedstrijden ten laste (of ten goede) van "de fam. [geïntimeerde]" komen. In de overeenkomst is verder bepaald dat Tornaxs P pas na gezamenlijk overleg verkocht kan worden, in welk geval [appellant] de taxatiewaarde (€ 4.500,00) terug krijgt en [appellant] en "de fam. [geïntimeerde]" ieder de helft van de meeropbrengst ontvangen. 1.4 [geïntimeerde] is bij het bereiken van haar 18e met ingang van 1 september 2006 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij [appellant] in de functie van ruiter/stalmedewerkster voor een salaris van (laatstelijk) € 849,45 bruto per maand. Ten tijde van het dienstverband woonde [geïntimeerde] op het bedrijf van [appellant]. 1.5 In 2009 heeft Tornaxs P de klasse Z2 bereikt. 1.6 Eind juni 2009 heeft [appellant] voorgesteld om Tornaxs P - die inmiddels een aanzienlijke waarde zou hebben - te verkopen, welk voorstel door [moeder van geïntimeerde] en [geïntimeerde] niet werd gedeeld. 1.7 [appellant] heeft [geïntimeerde] op 7 juli 2009 op staande voet ontslagen. Het aan [geïntimeerde] gerichte e-mailbericht van die strekking, afkomstig van de gemachtigde van [appellant], houdt onder meer het volgende in: (…) In de afgelopen periode heeft cliënt moeten constateren dat de verhouding werknemer/werkgever volledig zoek is geraakt. Zo is uw gedrag als gezagsondermijnend aan te merken hetgeen volstrekt onaanvaardbaar is. U heeft cliënt laten weten dat u aandringt op een ontslag, waarbij aan u een paard, genaamd Tornax P, meegegeven zou worden. U zou belang hebben bij een uitkering op grond van de WW. Voorts heeft u overeengekomen werkzaamheden uit laten voeren door uw moeder. Cliënt heeft u met klem verzocht om het stamboekpapier en het paardenpaspoort van voornoemd paard terug te geven. U heeft dit expliciet geweigerd. (…) Uw gedrag getuigt van slecht werknemerschap. U eigent zich zaken toe die u niet toebehoren, zoals voornoemde papieren. (…) Voorts is het werkelijk zeer kwalijk dat u zich op het standpunt stelt dat het paard Tornax P voor een deel aan u zou toebehoren. Hiervoor bestaat werkelijk geen enkele rechtsgrond. Evenmin gelukkig is cliënt met de situatie waarin u uw moeder uw stalwerkzaamheden laat verrichten en hierbij cliënt, nota bene uw werkgever, als het ware overruled. De verhoudingen zijn, zoals hiervoor aangegeven, volledig zoek geraakt. (…) Gelet op het vorenstaande ziet cliënt aanleiding om het dienstverband met onmiddellijke ingang te beëindigen. (…) Aan u zal met onmiddellijke ingang geen loon meer worden doorbetaald. U wordt verboden om nog enige werkzaamheden te verrichten en de arbeidsplaats te betreden. Uw moeder wordt verboden om het erf van cliënt te betreden. U mag zich niet in de buurt van de stallen en de paarden van cliënt bevinden. (…) Het is u verboden om het paard Tornax P op te zoeken, laat staan te berijden en/of uit te brengen op wedstrijden en/of deel te laten nemen aan instructie (…). U dient de stallingskosten van uw paard aan cliënt te voldoen (…). Het bezoeken en verzorgen/rijden van uw paard kan alleen onder de uitdrukkelijke toestemming van cliënt geschieden. Het is raadzaam dat u uw paard zo snel mogelijk elders zal stallen. (…)" 1.8 [geïntimeerde] heeft tegen het gegeven ontslag geprotesteerd en zich beschikbaar gesteld om de bedongen arbeid te verrichten. 1.9 Op 11 juli 2009 is [appellant] teruggekomen op het gegeven ontslag op staande voet. Zijn gemachtigde (mr. Wensing) schrijft [geïntimeerde] hierover in een e-mail van laatstgenoemde datum: "(…) Na ampel beraad heeft cliënt besloten om het ontslag op staande voet in te trekken. Alhoewel cliënt hierover zeer sceptisch is, hoopt hij wel dat u en hij alsnog tot een compromis zouden kunnen komen. Voorts behoudt cliënt zich het recht voor om de arbeidsovereenkomst op een later tijdstip op te zeggen dan wel te ontbinden, al dan niet op staande voet, ingeval hiervoor aanleiding bestaat en van cliënt niet langer gevergd kan worden dat de arbeidsovereenkomst in stand blijft. Het vorenstaande houdt in dat u maandag weer op uw werk wordt verwacht. Ik wijs u erop dat u uitdrukkelijk heeft aangeboden hiervoor beschikbaar te zijn. Cliënt zal er op toezien dat u de overeengekomen werkzaamheden stipt nakomt en zijn instructies dienaangaande op correcte wijze opvolgt. Cliënt zal ook een duidelijk schema hanteren waarin u 's ochtends stalwerkzaamheden verricht en 's middags de door hem aangewezen paarden rijdt. Ik wijs u er nogmaals op dat het u niet toegestaan is om familieleden op het erf van cliënt te laten betreden. Dan de overeenkomst aangaande het paard Tornax P. Cliënt was zich niet meer bewust van het bestaan van een schriftelijke overeenkomst. Cliënt moet nu erkennen dat bij verkoop van het paard aan u een bedrag uitgekeerd dient te worden conform deze overeenkomst. Cliënt zal deze bepaling dan ook eerbiedigen. Voor het overige geldt het volgende. In het contract is niet bepaald dat u een alleenrecht zou hebben met betrekking tot het rijden van het paard. Immers in het contract is bepaald dat u het paard zou rijden tot en met Z2 niveau en eventueel hoger. Voorts is niet bepaald dat cliënt het paard niet zou mogen verkopen. Bepaald is dat partijen overleg zouden plegen. Aan u komt geen vetorecht toe. Cliënt heeft u laten weten dat hij in u aanzienlijk geïnvesteerd heeft. Cliënt verkeert thans in ernstige financiële problemen en kan de stal niet meer financieren. Het is om deze reden dat cliënt u heeft aangegeven dat het paard verkocht moet worden, omdat het nu een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt. U heeft cliënt medegedeeld dat u niet mee zult werken aan verkoop van het paard en bovendien dit hem weigert. Cliënt kan zich aan deze gang van zaken niet conformeren. Cliënt is nota bene eigenaar van het paard en aan u is een buitengewoon hoge vergoeding bij verkoop toegekend. Daarbij is het contract gesloten in een situatie waarin u niet in loondienst bij cliënt was. Sinds 2006 berijdt u het paard, terwijl u hiervoor ook nog eens loon ontvangt. Daarbij heeft cliënt u zo een goed paard beschikbaar gesteld. Cliënt zal u toestaan om het paard weer te berijden echter niet onder werktijd en uitsluitend op zijn accommodatie. Het paard mag het erf niet verlaten, tenzij u een bankgarantie afgeeft of een waarborgsom stort ten bedrage van 250.000,00 euro ter afdekking van de risico's die met het transport van een paard gepaard gaan. Bovendien zal in onderling overleg moeten worden bepaald aan welke wedstrijden het paard mag deelnemen. Voorts is het cliënt zeker toegestaan om het paard ook door derden te laten berijden. (…)" 1.10 Op 23 juli 2009 is een overeenkomst gesloten tussen [appellant], [geïntimeerde] en de heer [koper Tornaxs] te [woonplaats] (hierna: [koper Tornaxs]). De overeenkomst luidt: "1. Tegen betaling van € 100.000 koopt de heer [koper Tornaxs] Tornaxs en Donavan van de heer [appellant ]. De heer [koper Tornaxs] kent de afspraak met de familie [geïntimeerde] over de afrekening bij (door)verkoop van Tornaxs en neemt deze over. 2. De arbeidsovereenkomst tussen de heer [appellant] en Floor [geïntimeerde] wordt per 1 september 2009 ontbonden. Pro forma. Werknemer geen verwijt. Geen doorbetaling loon. 3. Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de beide paarden klinisch en röntgenologisch worden goedgekeurd. 4. Betaling vindt plaats zodra de keuringsuitslag bekend is." 1.11 [appellant] heeft een kort geding aanhangig gemaakt waarin hij heeft gevorderd dat [moeder van geïntimeerde] en [geïntimeerde] worden veroordeeld tot afgifte van (voor zover hier relevant) het paardenpaspoort en het stamboekpapier van Tornaxs P. In reconventie hebben [moeder van geïntimeerde] en [geïntimeerde] gevorderd (voor zover van belang en samengevat) dat [appellant] wordt veroordeeld om de overeenkomst uit oktober 2004 na te komen zolang Tornaxs P niet is verkocht. De voorzieningenrechter van de rechtbank Assen, sector civiel recht, heeft in haar vonnis van 1 september 2009 in conventie [moeder van geïntimeerde] en [geïntimeerde] veroordeeld (voor zover van belang en samengevat) tot afgifte aan [appellant] van het stamboekpapier van Tornaxs P, op straffe van verbeurte van een dwangsom. In reconventie heeft de voorzieningenrechter [appellant] veroordeeld (voor zover van belang en samengevat) om, zolang Tornaxs P niet is verkocht, de overeenkomst tussen hem en [moeder van geïntimeerde] uit oktober 2004 na te komen en zodoende, met uitsluiting van anderen, te gehengen en gedogen dat [geïntimeerde] de training van Tornaxs P hervat en voortzet en het paard uitbrengt op wedstrijden, eveneens op straffe van verbeurte van een dwangsom. 1.12 Vanaf 23 september 2009 heeft [geïntimeerde] de training van Tornaxs P hervat. 1.13 Bij beschikking van de kantonrechter van 18 november 2009 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen (op verzoek van [geïntimeerde]) ontbonden met ingang van 1 december 2009, onder toekenning aan [geïntimeerde] van een onbindingsvergoeding van € 1.376,11 (bruto) ten laste van [appellant] (c=1). het geschil en de beslissing in eerste aanleg 2.1 [geïntimeerde] heeft loondoorbetaling tot het einde van het dienstverband gevorderd met nevenvorderingen. 2.2 [appellant] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Na repliek zijdens [geïntimeerde] heeft [appellant] niet van dupliek gediend, op grond waarvan de kantonrechter heeft geoordeeld dat de stellingen van [geïntimeerde] niet langer als voldoende weerlegd kunnen gelden. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld om aan [geïntimeerde] te betalen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.