Beschikking d.d. 12 juni 2012 Zaaknummer 200.095.040 HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN Beschikking in de zaak van [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: de man, advocaat mr. W. Brouwer, kantoorhoudende te Leusden, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], geïntimeerde, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. R.E. Dijkstra, kantoorhoudende te Zeewolde. Het geding in eerste aanleg Bij beschikking van 6 juli 2011 (zaaknummer: 17867/ FA RK 10-4036) heeft de rechtbank te Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, het verzoek van de man tot wijziging van de beschikking van 4 juni 2009 van diezelfde rechtbank afgewezen. Het geding in hoger beroep Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 5 oktober 2011, heeft de man verzocht de beschikking van 6 juli 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende de beschikking van 4 juni 2009 alsnog te wijzigen en de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minder[kind 1]en [kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren [in 1998], [kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren [in 1998] en [kind 3] (hierna: [kind 3]), geboren [in 2001], met ingang van 1 januari 2010, althans 4 mei 2010, te stellen op nihil, althans op een zodanig lager bedrag en met ingang van zodanige datum als het hof juist acht. Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 4 januari 2012, heeft de vrouw het verzoek bestreden en verzocht dit verzoek niet ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking van 6 juli 2011 te bekrachtigen. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van 24 november 2011 van mr. Brouwer met als bijlagen productie 1 tot en met 10 en een brief van 22 maart 2012 van mr. Dijkstra met als bijlage productie 2 (per fax ingekomen op 22 maart 2012 in enkelvoud en per gewone post in vijfvoud nagezonden). Ter zitting van 3 april 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de man, bijgestaan door mr. Brouwer, en de vrouw, bijgestaan door mr. Dijkstra. De beoordeling Nagekomen stukken 1. Artikel 1.4.3. van het procesreglement verzoekschrift¬procedures familiezaken gerechtshoven schrijft voor dat nadere stukken zo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de tiende kalenderdag voorafgaand aan de mondelinge behandeling kunnen worden overgelegd. Omtrent stukken die nadien worden overgelegd en op stukken waarvan tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij niet door iedere overige belanghebbende zijn ontvangen en tegen overleg¬ging waarvan bezwaar is gemaakt, wordt geen acht geslagen, tenzij het hof anders beslist. 2. Bij de griffie van het hof is op 29 maart 2012 een brief d.d. 28 maart 2012 met bijlagen en op 30 maart 2012 een faxbericht d.d. 30 maart 2012 met bijlagen van mr. Brouwer binnengekomen. Zoals door het hof ter zitting al is meegedeeld, zijn deze stukken, gelet op de inhoud van genoemd artikel te laat ingediend. Mede omdat de vrouw bezwaar heeft gemaakt, heeft het hof, na een korte schorsing van de behandeling, besloten om de bijlagen onder nummer 12, 18 en 20, die door mr. Brouwer bij zijn brief van 28 maart 2012 zijn overgelegd, bij de behandeling van de zaak op 3 april 2012 en het wijzen van deze beslissing buiten beschouwing te laten. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat de betreffende producties niet eerder hadden kunnen worden overgelegd. 3. De overige bijlagen bij genoemde brief van 28 maart 2012 en het faxbericht van 30 maart 2012 zijn echter van recente datum en hadden naar het oordeel van het hof redelijkerwijs niet eerder in het geding gebracht kunnen worden. Nu deze voorts kort en eenvoudig te doorgronden zijn, zal het hof de overige bijlagen in zijn oordeel betrekken. De raadsvrouw van de vrouw heeft bovendien ter zitting van het hof voldoende gelegenheid gehad om op de stukken te reageren. Eisen van goede procesorde zijn in dit geval niet geschonden. De beschikking waarvan thans wijziging wordt verzocht 4. Bij beschikking van 4 juni 2009 heeft de rechtbank te Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, bepaald dat de man aan de vrouw ten behoeve van de minderjarige kinderen met ingang van de datum van die beschikking een bijdrage dient te voldoen van € 296,38 per kind per maand. Deze bijdrage bedraagt per 1 januari 2012, als gevolg van de wettelijke indexering € 309,91 per kind per maand. 5. Bij inleidend verzoekschrift van 4 oktober 2010 (ingekomen bij de rechtbank op 6 oktober 2010) heeft de man verzocht deze beschikking te wijzigen en de daarin vastgestelde kinderalimentatie op grond van gewijzigde omstandigheden aan zijn zijde te stellen op nihil. De vrouw heeft zich tegen dit verzoek verweerd. 6. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank het wijzigingsverzoek van de man afgewezen met de overweging dat de man volstrekt onvoldoende heeft aangetoond dat er sprake is van relevante wijziging van zijn inkomen. Tegen deze beslissing is het hoger beroep van de man gericht. Het geschilpunt 7. Partijen verschillen van mening of zich na de beschikking waarvan wijziging wordt verzocht een wijziging van omstandigheden aan de zijde van de man heeft voorgedaan in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW. 8. Het geschil betreft meer specifiek de (gewijzigde) draagkracht van de man en wel wat betreft zijn inkomen en de door hem opgevoerde schuldenlast. De ontvankelijkheid van de man in zijn verzoek tot wijziging 9. De enkele stelling van de man dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden maakt dat hij in zijn verzoek kan worden ontvangen. Wanneer het hof vervolgens mocht vaststellen dat zich geen wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan als bedoeld in artikel 1:401 lid 1 BW, zal dat tot afwijzing van het verzoek leiden. De wijziging van omstandigheden 10. De wijziging van omstandigheden bestaat volgens de man hierin, dat zijn onderneming A.V. Sale Trucks B.V (bemiddeling bij verkoop, import en export van auto's, huizen, boten, vrachtauto's, agro- en bouwvoertuigen) wegens de kredietcrisis sinds 2009 verliesgevend is geweest en dat hij vanaf februari 2010 geen loon meer heeft ontvangen en derhalve sindsdien geen draagkracht heeft om aan de vrouw enige kinderalimentatie te kunnen voldoen. 11. Bij vonnis van 28 juni 2011 van de rechtbank Utrecht is de besloten vennootschap A.V. Sale Trucks B.V., waarvan de man bestuurder en enig aandeelhouder was, in staat van faillissement verklaard. 12. Naar het oordeel van het hof kan niet anders worden geconcludeerd dan dat er nà de beschikking van 4 juni 2009 een of meer wijziging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.