WAHV 200.094.232 24 januari 2012 CJIB 146247476 Gerechtshof te Leeuwarden Tussenarrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Breda van 19 juli 2011 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Breda genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus”, welke gedraging zou zijn verricht op 13 september 2010 om 17.26 uur op de Poolseweg te Breda.
- De betrokkene heeft in de loop van de procedure betwist die gedraging te hebben begaan. Hij kwam vanaf een parkeerplaats en heeft gebruik gemaakt van de (brom)fiets-suggestiestrook, wat de enige mogelijkheid was om weg te komen, omdat de weg verderop geblokkeerd was. De in de beschikking genoemde gedraging is volgens hem dus niet juist.
- De betrokkene heeft zijn verweer ter zitting van de kantonrechter nader toegelicht. De betrokkene heeft aangevoerd dat hij parkeerde bij de Korte Raamstraat en dat hij die bereikte via het kruispunt van de Molengracht met de (Verlengde) Poolseweg. Op de terugweg bleek dit kruispunt geblokkeerd, waardoor de betrokkene zijns inziens slechts door vanaf de Korte Raamstraat linksaf te slaan en een fietssuggestiestrook te passeren, weg kon komen. Er stond hem geen andere mogelijkheid open, aldus de betrokkene.
- De kantonrechter heeft, naar aanleiding van hetgeen ter zitting is besproken, met instemming van partijen de verkeerssituatie op de pleeglocatie bekeken en is vervolgens tot het oordeel gekomen dat in de inleidende beschikking een onjuiste feitcode is toegepast. De kantonrechter heeft overwogen dat de gedraging met feitcode R550b aan de orde is en dat hij ambtshalve tot wijziging in die zin overgaat. De kantonechter heeft het beroep vervolgens ongegrond verklaard.
- Naar het oordeel van het hof kan deze beslissing geen stand houden. De kantonrechter kan in een dergelijk geval niet volstaan met de verwijzing naar de juiste feitcode en omschrijving van de gedraging, maar moet het beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en daarbij de bestreden beslissing en de inleidende beschikking wijzigen.
- Voorts blijkt uit het dossier niet dat de betrokkene en de officier van justitie (althans de zittingsvertegenwoordiger van de CVOM) in de gelegenheid zijn gesteld om aanwezig te zijn bij de bezichtiging van de pleeglocatie door de kantonrechter, terwijl evenmin blijkt dat de kantonrechter, nadat hij de pleeglocatie had bezichtigd, de zaak opnieuw op een zitting heeft behandeld. Aldus blijkt niet dat partijen in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op de bevindingen van de kantonrechter met betrekking tot de verkeerssituatie op de pleeglocatie. Het hof acht een dergelijke gang van zaken niet in overeenstemming met het systeem van de wet. Indien nadere informatie wordt ingewonnen na afloop van de zitting van de kantonrechter, dient in beginsel een vervolgzitting plaats te vinden alvorens de kantonrechter op het beroep beslist, behoudens wanneer partijen toestemming hebben gegeven om de verdere behandeling van het beroep ter zitting achterwege te laten, waarvan in casu niet is gebleken. Dat partijen er kennelijk mee hebben ingestemd dat de kantonrechter buiten hun aanwezigheid de pleeglocatie heeft bezichtigd, doet daar niet aan af.
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen. De betrokkene zal daartoe worden opgeroepen voor een zitting van het hof. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Beslissing Het gerechtshof: bepaalt dat de betrokkene zal worden opgeroepen voor de zitting van het hof van 30 maart 2012; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.