Arrest d.d. 17 juli 2012 Zaaknummer 200.076.973/01 (zaaknummer rechtbank : 485978 / HA ZA 10-700) HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN Arrest van de tweede kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna te noemen: [appellant] advocaat: mr. L.A.M. van der Geld, kantoorhoudende te Wierden, tegen [geïntimeerde], handelende onder de naam Aqua Comfort Waterbehandelingstechnieken, wonende te [woonplaats], geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna te noemen: [geïntimeerde], advocaat: mr. H. Post, kantoorhoudende te Helmond. Het geding in eerste instantie In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 10 augustus 2010 door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton locatie Zwolle (hierna: de kantonrechter). Het geding in hoger beroep Bij exploot van 8 november 2010 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 23 november 2010. De conclusie van de memorie van grieven luidt: "te vernietigen het vonnis van de Rechtbank Zwolle-Lelystad, op 10 augustus 2010 onder zaaknummer 485978 CV EXPL 10-700 tussen [geïntimeerde] als eiseres en [appellant] als gedaagde gewezen en opnieuw recht doende, bij arrest - voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - geïntimeerde alsnog in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, althans deze af te wijzen, met veroordeling van geïntimeerde tot terugbetaling van het bedrag dat appellant ter voldoening van het te vernietigen vonnis heeft betaald en met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, alsmede voor nakosten met een bedrag van € 131,- dan wel, indien betekening van dit arrest plaatsvindt, op € 199,-." Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie: "bij arrest uitvoerbaar bij voorraad, de uitspraak van 10 augustus 2010 door de Rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton - locatie Zwolle onder zaak-/rolnummer 485978 / HA ZA 10-700, gewezen tussen geïntimeerde als eiseres en appellant als gedaagde te bekrachtigen, met veroordeling van appellant in de kosten in hoger beroep gevallen." Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest. De grieven 1. [appellant] heeft zeven grieven aangevoerd tegen genoemd vonnis. De beoordeling 2. Tussen partijen zijn niet in geschil de feiten zoals door de kantonrechter vastgesteld onder rechtsoverweging 1.1. tot en met 1.12. van het bestreden vonnis, met uitzondering van de laatste zin van rechtsoverweging 1.3. waarin staat vermeld dat bij de bespreking van 5 november 2008 afgesproken zou zijn dat [appellant] met [geïntimeerde] contact zou opnemen over de koop en levering van de waterontharder. Gelet daarop zal het hof de feitenvaststelling in rechtsoverweging 1.3 van het vonnis aanpassen in de hierna te blijken zin. Met inachtneming daarvan staat het navolgende vast. 2.1. [appellant] is directeur-grootaandeelhouder van [B.V. A] Dit bedrijf is gevestigd op het adres [adres 1] te [plaats]. Op dit adres zijn meerdere bedrijven gevestigd, waaronder de [B.V. X] en het[B.V. Y]] De heer [projectleider bij B.V. Y] (verder: [projectleider bij B.V. Y]) is als projectleider werkzaam bij laatstgenoemd bedrijf. 2.2. [B.V. A] is door [B.V. Y] op uurbasis ingehuurd voor het aansturen van de techniek van een bepaald project waarvan [projectleider bij B.V. Y] de projectleider is. 2.3. [projectleider bij B.V. Y] heeft Aqua Comfort Waterbehandelingstechnieken in de persoon van [geïntimeerde] gevraagd om uitleg te geven over een waterontharder. [geïntimeerde] is hiervoor op 5 november 2008 naar [adres 2] te [plaats] gegaan, het adres van [B.V. Y] Zij werd doorverwezen naar [adres 1] waar een bespreking heeft plaatsgevonden waarbij aanwezig waren [projectleider bij B.V. Y], [appellant] en [geïntimeerde] en waarbij is gesproken over de aanschaf van een waterontharder. 2.4. Op 21 januari 2009 heeft [appellant] telefonisch contact opgenomen met [geïntimeerde] over de aanschaf van een drukverhoger. 2.5. Op 2 februari 2009 is de drukverhoger afgeleverd op het adres [adres 1] of [adres 2] te [plaats]. Bij aflevering is tevens een bestelformulier ingevuld dat zowel betrekking heeft op de geleverde drukverhoger als op de nog door [geïntimeerde] te plaatsen waterontharder, welk formulier voor zover thans van belang, als volgt luidt: Bestelling van Naam :[projectleider bij B.V. Y] Adres :[adres 2] Postcode [postcode] AA plaats] (…) Mobiel : 06- (…)/06-(…) [appellant] (…) Datum 2/2/-2009 Het formulier is ondertekend door [appellant]. 2.6. Bij factuur d.d. 14 februari 2009 is onder vermelding van factuurnummer [1] en klantnummer [nummer] aan [projectleider bij B.V. Y], [adres 2], [postcode] [plaats] een bedrag van € 618,80 ter zake van een drukverhoger in rekening gebracht. 2.7. Op 5 maart 2009 heeft [geïntimeerde] de waterontharder geplaatst in een woonark van [B.V. Y] te [plaats]. 2.8. Bij factuur d.d. 9 maart 2009 is onder vermelding van factuurnummer [2] en klantnummer [nummer] aan [projectleider bij B.V. Y], [adres 2], [postcode] [plaats] een bedrag van € 2.395,00 ter zake van een waterontharder in rekening gebracht. 2.9. Beide facturen zijn door [B.V. Y] ingeboekt in haar administratie. 2.10. Op 21 april 2009 is [B.V. Y] failliet verklaard. De facturen op naam van [projectleider bij B.V. Y] zijn nadien door [geïntimeerde] gecrediteerd. 2.11. Op 10 september 2009 heeft [appellant] op zijn privéadres te [plaats] twee facturen ontvangen. De eerste factuur, gedateerd op 14 februari 2009, met factuurnummer [3] en klantnummer [nummer 2] heeft betrekking op de drukverhoger ad € 618,80. De tweede factuur, die is gedateerd 9 maart 2009, met factuurnummer [4] en klantnummer [nummer 2], heeft betrekking op de waterontharder ad € 2,395,00. Bij deze facturen is een brief gevoegd d.d. 10 september 2009 waarin [geïntimeerde] onder meer schrijft: "Geachte heer [appellant], Nu is gebleken dat u degene bent die goederen bij mij heeft besteld, ontvangt u bij deze ook de facturen. Mij is uit niets gebleken dat u bevoegd was te handelen namens dhr. [projectleider bij B.V. Y]. Ook is er tijdens onze onderhandelingen geen sprake geweest van handelen namens een B.V. (…) 2.12. Bij brief van 29 september 2009 schrijft [appellant] onder meer het volgende aan [geïntimeerde]: "U heeft de items in de deze facturen destijds geleverd aan [B.V. Y]. Wat dus ook uw factuuradres is. U heeft deze items inmiddels al aan meerder personen, die destijds voor [B.V. Y] werkzaam waren, proberen te factureren. Onder het mom dat wij deze goederen privé besteld zouden hebben. U weet net zo goed als wij dat dit onzin is. (…) Het geschil en de beslissing in eerste aanleg. 3. [geïntimeerde] heeft in eerste aanleg gevorderd dat [appellant] zal worden veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van - in hoofdsom - € 3.576,88 vermeerderd met wettelijke rente over een bedrag van € 3.013,80 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van voldoening en de proceskosten. [geïntimeerde] heeft hiertoe gesteld primair dat zij met [appellant] een koopovereenkomst heeft gesloten voor de levering van een waterontharder en een drukverhoger en dat zij tevens de installatie hiervan heeft verzorgd, waarvan de facturen onbetaald zijn gebleven. Subsidiair heeft [geïntimeerde] haar vordering gebaseerd op art. 3:70 BW. Zij heeft gesteld dat [appellant] zonder toereikende volmacht namens [projectleider bij B.V. Y] heeft gehandeld en daarom gehouden is de door haar geleden schade te vergoeden. [appellant] heeft zich zakelijk weergegeven tegen de primaire grondslag verweerd stellende dat niet hij, maar [B.V. Y] de contractuele wederpartij is van [geïntimeerde] en tegen de subsidiaire grondslag heeft hij aangevoerd dat hij niet heeft gehandeld als (pseudo) gevolmachtigde. De kantonrechter heeft de vordering voor zover gebaseerd op de primaire grondslag afgewezen en het gevorderde op de subsidiaire grondslag toegewezen. De schade heeft de kantonrechter gesteld op het factuurbedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2012. Met betrekking tot de grieven 4. Het hof stelt vast dat grief I betrekking heeft op de primaire grondslag en dat de grieven II tot en met V betrekking hebben op de subsidiaire grondslag van de vordering. De grieven beogen het geschil in volle omvang aan het hof voor te leggen. De kantonrechter heeft de primaire grondslag van de vordering verworpen. Gelet daarop komt grief I, gezien de devolutieve werking van het appel, pas aan de orde indien de grieven II tot en met V slagen. Beide grondslagen hangen echter onlosmakelijk samen en daarom zal het hof die gezamenlijk bespreken. 5. Het antwoord op de vraag of [appellant] jegens [geïntimeerde] bij het sluiten van de koopovereenkomsten met betrekking tot de waterontharder en de drukverhoger in eigen naam - dat wil zeggen: als wederpartij van [geïntimeerde] - is opgetreden dan wel als vertegenwoordiger van een derde ([projectleider bij B.V. Y]), is afhankelijk van hetgeen [appellant] en [geïntimeerde] daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Daarbij komt onder meer betekenis toe aan de aard van de desbetreffende overeenkomst en hetgeen ten aanzien van overeenkomsten als de onderhavige in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is (HR 11 maart 1977, LJN: AC1877) 6. Uit de hoofdregel van artikel 150 Rv volgt dat in beginsel op [geïntimeerde] de last rust om (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.