← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7329

WAHV 200.081.459 6 januari 2012 CJIB [nummer] Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Utrecht van 20 december 2010 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Utrecht genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Het hof heeft de advocaat-generaal verzocht om aanvullende informatie. Na ontvangst van de aanvullende informatie, is de betrokkene in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. De betrokkene heeft een reactie gegeven op de aanvullende informatie. Beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 31 maart 2010 om 12.10 uur op de Vleutenseweg te Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken 00-AB-00].
  2. De betrokkene ontkent met klem niet te zijn gestopt voor rood licht. Hij voert als meest verstrekkend argument aan schuldig te zijn verklaard terwijl tot op heden geen wettig en overtuigend bewijs is geleverd dat de gedraging is verricht. Er is door de politie geen proces-verbaal opgemaakt. De verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht is niet ondertekend en bezit geen rechtskracht. De kopie van de aankondiging van beschikking is niet volledig en correct ingevuld en is evenmin ondertekend.
  3. Het hof overweegt naar aanleiding van de door de betrokkene in zijn beroepschriften gehanteerde termen als "vervolging", "ten laste gelegde", "seponeren" en zijn verwijzing naar artikel 153 van het Wetboek van Strafrecht allereerst dat een gedraging als de onderhavige niet geldt als strafbaar feit in de zin van het Wetboek van Strafrecht en dat ingevolge artikel 2 WAHV voorzieningen van strafvorderlijke en strafrechtelijke aard zijn uitgesloten. Dat houdt in dat de voorschriften van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering inzake de opsporing, vervolging en berechting niet van toepassing zijn, tenzij deze in de WAHV zelf van toepassing worden verklaard.
  4. Het hof heeft - in navolging van de Hoge Raad - vastgesteld dat het opleggen van een administratieve sanctie ter zake van een gedraging omschreven in de bij de WAHV behorende bijlage, een criminal charge is als bedoeld in artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (vgl. LJN-nummers AF4302, AO1577 en AU6421, alle gepubliceerd op www.rechtspraak.nl). Dat brengt mee dat de betrokkene aan wie een dergelijke sanctie is opgelegd, op de voet van het tweede lid van dat artikel voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.
  5. Dat brengt mee dat in WAHV-zaken de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag biedt voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
  6. Bij de stukken van het dossier bevinden zich een zaakoverzicht van het CJIB en een kopie van de aankondiging van beschikking. Op de aankondiging van beschikking, het zogeheten brondocument, noteert de verbalisant na constatering van de gedraging de door hem of haar waargenomen gegevens en vult daarop andere relevante gegevens in. Nadien worden de gegevens van het brondocument ingevoerd in een computersysteem. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt de inleidende beschikking opgesteld. Het zaakoverzicht van het CJIB is een weergave van de ingevoerde gegevens.
  7. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt, naast de in de beschikking vermelde datum, tijd, plaats en het kenteken van het voertuig, onder meer het volgende in: "Het verkeerslicht stond ongeveer 3 seconden op rood op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Plaatsaanduiding verkeerslicht: Vleutenseweg/Damstraat. (…) Naam van ambtenaar 1: [verbalisant] Eed/belofte ambtenaar 1: eed. (…) Opmerkingen ambtenaar 1: geen staandehouding mogelijk omdat er meerdere auto's voor ons stonden."
  8. De op de kopie van de aankondiging van beschikking vermelde gegevens komen overeen met hetgeen in het zaakoverzicht is vermeld, behoudens dat de aankondiging van beschikking niet is ondertekend en dat daarop niet is ingevuld of de verbalisant op ambtseed of ambtsbelofte verklaart omtrent zijn waarneming. Het is van zo wezenlijk belang dat op de juistheid van de door de politie in het zaakoverzicht vermelde gegevens kan worden vertrouwd, dat het hof hierin aanleiding vindt de beschikking te vernietigen nu de verbalisant blijkens zijn brief van 10 november 2011 ook niet meer in staat is zijn waarneming onder ede te bevestigen. De overige gronden van het hoger beroep behoeven derhalve geen bespreking meer.
  9. Het verzoek om vergoeding van kosten zal het hof afwijzen omdat het verzoek niet is gespecificeerd of onderbouwd. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 22 juni 2010, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer [nummer] de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHV tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 166,-, door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.