← Nederland

ECLI:NL:GHLEE:2012:BY9636

WAHV 200.111.318 24 oktober 2012 CJIB 155240180 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Roermond van 9 juli 2012 betreffende [bedrijf 1] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 1], voor wie als gemachtigde optreedt [bedrijf 2], gevestigd te [vestigingsplaats bedrijf 2]. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling

  1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en de administratiekosten en evenmin dat de betrokkene dit verzuim niet binnen een nader gestelde termijn heeft hersteld.
  2. Aan de betrokkene zijn twee brieven van de officier van justitie toegezonden omtrent de verplichting om zekerheid te stellen, te weten op 19 maart 2012 en op 5 april
  3. De gemachtigde van de betrokkene heeft in reactie op de eerste zekerheidsbrief onder meer aangevoerd dat het financieel niet haalbaar is om zekerheid te stellen voor alle sancties die niet worden betaald.
  4. Uitgangspunt is dat, indien een betrokkene in de procedure bij de kantonrechter met redenen omkleed aanvoert dat zij niet (terstond) in staat is zekerheid te stellen tot het totale van haar verlangde bedrag, de kantonrechter, tenzij hij het daaromtrent aangevoerde reeds aanstonds aannemelijk acht, de betrokkene in de gelegenheid zal moeten stellen op een openbare zitting te worden gehoord omtrent haar financiële draagkracht. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht gegrond, dan zal hij het bepaalde in artikel 11, derde lid, WAHV in zoverre buiten toepassing moeten laten als in overeenstemming is met de draagkracht van de betrokkene. Zonodig zal aan de betrokkene een nadere termijn moeten worden gegund waarbinnen zij alsnog de door de kantonrechter vastgestelde zekerheid kan stellen. Acht de kantonrechter het aangevoerde omtrent de financiële draagkracht ongegrond, dan dient de kantonrechter de betrokkene een nadere termijn te gunnen om alsnog het volledige bedrag van de zekerheidstelling te voldoen.
  5. Er is niet gehandeld overeenkomstig het bepaalde in overweging
  6. Daarom kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en dient de zaak te worden teruggewezen naar de rechtbank.
  7. Gesteld noch gebleken is dat de betrokkene in hoger beroep kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank Roermond ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Terhell als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.