Beschikking d.d. 11 december 2012 Zaaknummer 200.068.896 HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN Beschikking in de zaak van [appellante], wonende te [woonplaats], appellante, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. M.F. de Vries, kantoorhoudende te Dokkum, tegen 1. [geïntimeerde 1], wonende te [woonplaats], 2. [geïntimeerde 2], wonende te [woonplaats], 3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats], geïntimeerden, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden], advocaat mr. B.A.T. Brouwer, voorheen kantoorhoudende te Harderwijk, thans kantoorhoudende te Apeldoorn. Belanghebbenden: 1. [belanghebbende 1], laatstelijk wonende te [woonplaats], hierna te noemen: [belanghebbende 1]. de erven van 2. [belanghebbende 2], laatstelijk wonende te [woonplaats], overleden zus van [belanghebbende 1]. de erven van 3. [belanghebbende 3], laatstelijk wonende te onbekend, overleden zus van [belanghebbende 1] de erven van 4. [belanghebbende 4], laatstelijk wonende te onbekend, overleden broer van [belanghebbende 1] 5. [belanghebbende 5], wonende te onbekend, zus van [belanghebbende 1]. Het geding in eerste aanleg Bij beschikking van 17 maart 2010 heeft de rechtbank Leeuwarden het verzoek van de vrouw, geboren [in 1966], tot vaststelling van het vaderschap van [belanghebbende 1], geboren [in 1934], als haar biologische vader en het verzoek tot wijziging van haar geslachtsnaam in die van hem, afgewezen. Het geding in hoger beroep Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 17 juni 2010, heeft de vrouw verzocht de beschikking van 17 maart 2010 te vernietigen en opnieuw beslissende alsnog het vaderschap van [belanghebbende 1] vast te stellen als haar biologische vader en melding te maken van de verklaring dat zij de geslachtsnaam van [belanghebbende 1] zal hebben. Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 3 augustus 2010, hebben [geïntimeerden] gereageerd en laten weten dat zij zich refereren aan het oordeel van het hof. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken waaronder: - een brief van 3 maart 2011 van mr. Brouwer met bijlagen; - een faxbericht van 14 juni 2011 van mr. De Vries; - een faxbericht van 25 juni 2012 van mr. Brouwer; - een faxbericht van 23 juli 2012 van mr. De Vries; - een faxbericht van 20 september 2012 van mr. De Vries; - een brief van 18 september 2012 van mr. Brouwer met bijlagen; - een brief van 4 oktober 2012 van mr. De Vries met bijlagen; - een brief van 9 oktober 2012 van mr. De Vries met bijlage. Ter zitting van 8 december 2010 is de zaak behandeld. Verschenen is de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. De [geïntimeerden] zijn niet in persoon doch uitsluitend vertegenwoordigd door hun advocaat verschenen. Deze beschikking wordt gegeven door een anders samengestelde kamer dan ten tijde van de mondelinge behandeling, omdat mr. Melssen niet meer in de civiele sector van dit hof werkzaam is. De beoordeling 1. De vrouw is [in 1966] geboren uit [moeder], die op dat moment gehuwd was met de heer [X]. [X] heeft, na daar¬toe verkregen verlof, een vordering tot echtscheiding ingesteld waarna bij vonnis van 3 april 1968 de echtscheiding is uitgesproken. Dit vonnis is op 26 november 1969 ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. 2. De samenlevingsrelatie tussen [moeder] en [X] is vanaf begin 1966 feitelijk ver¬broken. De vrouw is opgegroeid in het gezin van [moeder] en [belanghebbende 1] die een affectieve relatie met elkaar hadden. 3. In 1992 hebben de vrouw en [X] een DNA-test laten verrichten waardoor is vastgesteld dat hij niet haar biologische vader kan zijn. 4. [moeder] is overleden [in 1999]. [X] is overleden [in 2006]. 5. [belanghebbende 1] is [overleden in 2004]. 6. Op 17 juli 2007 heeft de vrouw zich gewend tot de rechtbank met het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [X]. Bij beschikking van 3 oktober 2007 heeft de rechtbank de ontkenning van het vaderschap gegrond verklaard. Daarbij is de termijnoverschrijding, drie jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving ter zake van afstamming op 1 april 1998, onder meer met een beroep op het EVRM buiten beschouwing gelaten. 7. Op 13 november 2008 heeft de vrouw zich wederom tot de rechtbank gewend, thans met het verzoek gerechtelijk vast te stellen dat [belanghebbende 1] haar biologische en (alsdan) haar juridische vader is. Zij heeft dit verzoek ter zitting van 23 april 2009 aangevuld met een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [X] in [belanghebbende 1], indien mocht komen vast te staan dat [belanghebbende 1] haar biologische vader is. 8. Bij beschikking van 20 mei 2009 heeft de rechtbank een deskundigenonderzoek (vaderschapsonderzoek) gelast van Sanquin. Sanquin heeft daarop laten weten dat het beschikbare materiaal van de heer [belanghebbende 1] niet geschikt is voor hun DNA-onderzoek en dat het aantal beschikbare familieleden ontoereikend is om door middel van een familierelatie-onderzoek voldoende informatie beschikbaar te krijgen om het biologisch vaderschap aan te tonen dan wel uit te sluiten. 9. Bij beschikking van 17 maart 2010 heeft de rechtbank de verzoeken van de vrouw afgewezen. Daarbij is voorbij gegaan aan het benoemen van een andere deskundige en het openen van het graf van de heer [belanghebbende 1] teneinde lichaamseigen materiaal te verkrijgen. 10. De vrouw is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. Haar grieven richten zich met name tegen de beslissing van de rechtbank om geen andere deskundige te benoemen en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. 11. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:207 lid 1 BW kan de rechter het vaderschap van een man, ook indien deze is overleden, vaststellen op de grond dat -voor zover hier van belang- de man de verwekker is van het kind. 12. Onweersproken is gebleven dat de vrouw is opgegroeid in het gezin van [moeder] en [belanghebbende 1] die sinds 1966 een affectieve relatie met elkaar hadden. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk gemaakt dat [belanghebbende 1] de verwekker van de vrouw kan zijn geweest. 13. Door middel van DNA onderzoek zou kunnen worden vastgesteld of [belanghebbende 1] inderdaad de verwekker is van de vrouw. Om een dergelijk onderzoek te kunnen verrichten is het noodzakelijk om de beschikking te hebben over lichaamseigen materiaal van ten minste de vrouw en [belanghebbende 1], aan de hand van welk materiaal DNA profielen kunnen worden bepaald. Deze DNA profielen kunnen met elkaar worden vergeleken waarna een uitspraak kan worden gedaan over (de mate van zekerheid van) het bestaan van bloedverwantschap tussen de vrouw en [belanghebbende 1]. 14. Het hof is van oordeel dat ook in hoger beroep niet in voldoende mate is gebleken dat er thans nog voorwerpen beschikbaar zijn waarvan zonder meer vaststaat dat zich daarop/daarin lichaamseigen materiaal van [belanghebbende 1] bevindt aan de hand waarvan onderzoek kan worden gedaan op basis waarvan met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat [belanghebbende 1] inderdaad de verwekker is van de vrouw. 15. Verder is het hof uitgebreid nagegaan of naar de huidige stand van de wetenschap alsnog door middel van een verwantschapsonderzoek met enige -relevante- mate van zekerheid zou kunnen worden vastgesteld dat [belanghebbende 1] de biologische vader is van de vrouw. Hoewel een groot aantal familieleden (verwanten) van [belanghebbende 1] heeft aangegeven bereid te zijn hun medewerking te verlenen aan een dergelijk onderzoek, is het aantal beschikbare familieleden en hun onderlinge relatie niet toereikend gebleken om een onderzoek te laten verrichten waarvan de uitkomsten in voldoende mate relevant kunnen zijn voor de beantwoording van de vraag naar het verwekkerschap van [belanghebbende 1]. Het hof moet de hiervoor genoemde vraag dan ook ontkennend beantwoorden. 16. Resteert de mogelijkheid dat lichaamseigen materiaal van [belanghebbende 1] kan worden verkregen door afname van dat materiaal van het stoffelijk overschot van [belanghebbende 1], hetgeen meebrengt dat diens graf daartoe dient te worden geopend. 17. Het hof ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of in het kader van een te bevelen deskundigenonderzoek opening van het graf van [belanghebbende 1] gerechtvaardigd is. 18. Gelet op het recht en het belang van de vrouw om te weten wie haar vader is, en dit recht en belang afwegend tegen de rechten en belangen van de rechthebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.