Uitspraak: 22 november 2001 Rolnummer: 00/998 Rolnr. Rechtbank: 33999/ KG ZA 00 - 234 HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, kamer M C- 5, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van STICHTING INNOVATIECENTRUM VOOR UITVINDINGEN ID-NL gevestigd te Rotterdam appellante, hierna te noemen: de Stichting procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt advocaat: mr. S.P.J.F. Zwanen te Amsterdam, tegen [GEÏNTIMEERDE] wonende te [woonplaats geïntimeerde], geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], procureur: mr. M.S. van Werkhoven. Het geding Bij exploot van 12 september 2000 is de Stichting in hoger beroep gekomen van het door de president van de rechtbank te Dordrecht tussen partijen in kort geding gewezen vonnis van 31 augustus 2000. De Stichting heeft tien grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis en haar eis vermeerderd. Bij memorie van grieven tevens akte houdende produkties heeft zij 11 producties (nrs 11 tot en met 21) overgelegd. Na verzet door [geïntimeerde] tegen de eisvermeerdering, is dit verzet bij rolbeschikking van 4 januari 2001 gegrond verklaard. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Vervolgens hebben partijen hun standpunten doen bepleiten, de Stichting door mr. Zwanen en [geïntimeerde] door mr. Van Werkhoven, bij welke gelegenheid door de Stichting nog een productie (nr.22) in het geding is gebracht. Tenslotte hebben partijen stukken gefourneerd en arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep 1. De door de president in rechtsoverweging 1 van het bestreden vonnis als vaststaand aangenomen feiten zijn niet bestreden, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 2. De grieven I tot en met IV richten zich tegen het oordeel van de president dat de Stichting niet kan worden beschouwd als een onderneming in de zin van de Eenvormige Beneluxwet op de merken (BMW) en de Handelsnaamwet (Hnw) en bescherming op grond van die wetten moet ontberen. 3. Van een onderneming in de zin van de Handelsnaamswet is sprake indien in een naar buiten optredend (min of meer blijvend) georganiseerd verband, dat op conmmerciële wijze aan het economisch verkeer deelneemt, het oogmerk om materieel voordeel te behalen aanwezig is. Van het oogmerk om materieel voordeel te behalen kan ook sprake zijn indien dit materieel voordeel niet voor zichzelf wordt beoogd, maar voor de organisatie, leden of andere direct betrokkenen, terwijl ook het streven om de concurrentiepositie ten opzichte van andere organisaties te verbeteren en het marktaandeel te vergroten als oogmerk om materieel voordeel te behalen kan worden aangemerkt. 4. De Stichting houdt zich bezig met het adviseren en begeleiden van natuurlijke personen en ondernemingen bij het ontwikkelen en commercialiseren van nieuwe producten en technologieën (innovaties). Zij treedt als zodanig op naar buiten en verricht tegen betaling daarmee samenhangende diensten voor bedrijven en particulieren. Zij heeft nauwe economische banden met ID-NL Patents & Licensing B.V (hierna: ID-NL B.V.). [geïntimeerde] erkent dat de Stichting de materiële belangen van uitvinders en ID-NL B.V. nastreeft en winstgevende activiteiten onderbrengt bij ID-NL B.V. [geïntimeerde] heeft aanvankelijk (bij gebrek aan wetenschap) betwist dat de Stichting concurreert met soortgelijke organisaties. Bij pleidooi in hoger beroep heeft de Stichting een aantal organisaties, zoals Licentec genoemd die diezelfde diensten leveren als de Stichting aan dezelfde doelgroep. Nu [geïntimeerde] dit niet heeft bestreden, acht het hof aannemelijk dat de Stichting wel concurreert met soortgelijke organisaties en tevens er naar streeft haar concurrentiepositie te verbeteren. Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat de Stichting is aan te merken als een onderneming in de zin van de Handelsnaamwet. Dat de Stichting overheidssubsidies ontvangt doet daar niet aan af. 5. Het hof is van oordeel dat met artikel 1 BMW (Als (…) merken worden beschouwd de benamingen (…) letters (…), die dienen om de waren (of, ingevolge artikel 39 BMW, diensten) van een onderneming te onderscheiden) wordt bedoeld aan te geven dat een merk onderscheidend vermogen moet bezitten voor waren of diensten van een onderneming, zonder dat die onderneming noodzakelijkerwijs door de merkhouder zelf dient te worden gedreven. Gelet op de specifieke functie van een merk als herkomstteken in samenhang met de betekenis van “normaal gebruik” is aannemelijk dat een merk in het handelsverkeer dient te worden gebruikt. Indien een merk niet normaal wordt gebruikt ter onderscheiding van waren of diensten van een onderneming kan onder omstandigheden het verval daarvan worden ingeroepen op grond van artikel 5, lid 2, onder a, BMW. Op grond van de in rechtsoverweging 4 vermelde omstandigheden acht het hof voorshands aannemelijk dat het merk in het handelsverkeer als zodanig wordt gebruikt. Dat het merkrecht door non-usus is vervallen heeft [geïntimeerde] ook niet gesteld. Zij heeft slechts gesteld dat “voor de BMW is vereist dat sprake is van het optreden in georganiseerd verband met winstoogmerk”. Deze stelling en het oordeel van de president in het bestreden vonnis dat de Stichting bescherming op grond van de BMW moet ontberen, (enkel) omdat zij niet als onderneming kan worden beschouwd, zijn naar het voorlopig oordeel van het hof niet juist. 6. Het bovenstaande brengt mee dat de grieven I tot en met IV in zoverre slagen dat aan de Stichting niet reeds bescherming kan worden onthouden om de enkele reden dat zij niet als onderneming in de zin van die wetten zou zijn te beschouwen. In het kader van deze grieven en gezien de wens van de Stichting het geding in volle omvang aan het oordeel van het hof te onderwerpen, dient het hof thans te vraag te beantwoorden of [geïntimeerde] inbreuk maakt op de handelsnaamrechten en/of merkrechten van de Stichting. 7. De Stichting heeft zich beroepen op de artikelen 13A ,lid 1, sub c en d, BMW en 5 en 5a Hnw. De Stichting gebruikt sinds 1981 onder meer de handelsnaam ID-NL. Op 22 mei 1987 heeft zij het woordmerk ID-NL gedeponeerd voor diverse diensten. Zij heeft de domeinnamen id-nl.nl en id-nl.com geregisteerd. De stichting vordert een verbod van het gebruik door [geïntimeerde] van de domeinnaam idnl.nl, alsmede van de handelsnaam Idnl - Intergids Domeinen Nederland. 8. In de appèldagvaarding (punt 3.8.1) heeft de Stichting gewezen op de als productie 6 door haar overgelegde website van Avant (een handelsnaam van [geïntimeerde]), die verschijnt bij het intikken van de domeinnaam idnl.nl. en in het bijzonder op de tekst: Avant is Internet Service provider (ISP). U kende ons misschien al eerder onder de naam AVIKS Internet Sevices of IDNL -Intergids Domeinen Nederland. Sinds mei 1999 hebben wij echter besloten naar buiten te treden onder de naam AVANT. Avant is gespecialiseerd in (…) Bij pleidooi in hoger beroep stelt de Stichting dat de onderneming van [geïntimeerde] nu (nog slechts) Avant heet. De eigen stellingen van de Stichting brengen derhalve mee dat de Stichting geen belang heeft bij een afzonderlijk verbod van het gebruik van de handelsnaam Idnl - Intergids Domeinen Nederland naast een verbod van het gebruik van de domeinnaam idnl.nl en de vordering al om die reden in zoverre moet worden afgewezen. Ook overigens valt uit de stellingen van partijen af te leiden dat het geschil in feite slechts gaat om het gebruik van de domeinnaam idnl.nl. Ten overvloede wijst het hof er op dat er naar zijn voorlopig oordeel, op grond van het hierna in rechtsoverweging 10 overwogene, overigens geen verwarring te duchten valt als bedoeld in de artikelen 5 en 5a Hnw, indien ervan zou worden uitgegaan dat [geïntimeerde] Idnl - Intergids Domeinen Nederland wel als handelsnaam zou gebruiken. 9. In verband met de beoordeling van de vorderingen van de Stichting zal het hof eerst de vraag beantwoorden of het gebruik van de domeinnaam in dit geval (ook) als gebruik van een handelsnaam en/of (als merk) ter onderscheiding van diensten kan worden aangemerkt, nu de Stichting haar vordering onder meer baseert op de artikelen 13A, lid 1, sub c BMW en 5 en 5a Hnw, waarvoor zodanig gebruik een vereiste is. Een domeinnaam is een unieke aanduiding voor een adres of vindplaats op Internet. Of het gebruik van de domeinnaam daarnaast als handelsnaamgebruik of als gebruik ter onderscheiding van waren of diensten (als merk) moet worden aangemerkt is afhankelijk van de opvatting van het publiek daaromtrent, welke opvatting door de wijze van gebruik door de domeinnaamhouder mede kan worden beïnvloed. De afkorting IDNL werd tot enige tijd geleden gebruikt door de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, die domeinnamen in Nederland registreert. Thans gebruikt die stichting de afkorting SIDN. Nadat SIDN het gebruik van de afkorting IDNL had gestaakt is [geïntimeerde], kennelijk in 1998 of 1999, die afkorting gaan gebruiken en heeft zij deze vervolgens op 19 augustus 1999 als domeinnaam geregistreerd. [geïntimeerde] heeft (bij pleidooi in eerste aanleg, pag. 8) onbetwist gesteld dat SIDN in de volksmond nog wel als IDNL wordt aangeduid (dat SIDN dat blijkens productie 19 van de Stichting kennelijk niet juist vindt, doet daaraan niet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.