rolnummer 2200022402 parketnummer 1015003501 datum uitspraak 15 mei 2002 tegenspraak GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken ARREST gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 29 november 2001 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 1 mei 2002. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in hoger beroep op vordering van de advocaat-generaal gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte terzake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van voorarrest. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging Van de zijde van de verdachte is een beroep gedaan op de niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Door de politie zijn telefoon-gesprekken tussen de raadsman van de verdachte en de vriendin van de verdachte, genaamd [de vrouw], afgeluisterd en de uitwerking daarvan is onrechtmatig in het dossier gevoegd. De raadsman stelt daarbij dat hij als verschoningsgerechtigde als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering dient te worden aangemerkt en dat de officier van justitie in strijd met artikel 126aa lid 2 van het Wetboek van Strafvordering de processen-verbaal die de bedoelde gesprekken bevatten niet heeft vernietigd. Dit verweer wordt verworpen. Het niet vernietigen en doen opnemen in het dossier van die processen-verbaal, waarin de afgeluisterde telefoongesprekken zijn uitgewerkt, is weliswaar in strijd met de wettelijke bepalingen terzake, maar, naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden, dat de officier van justitie heeft gehandeld ter doelbewuste misleiding van de rechter, noch ook dat met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Veeleer is aannemelijk dat terzake verwijtbaar slordig en onzorgvuldig is gehandeld. Er is derhalve geen sprake van zodanig ernstige inbreuk op de beginselen een van behoorlijke procesorde, dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou behoren te worden verklaard in de vervolging. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking, dat niet valt in te zien op welke wijze de inhoud van deze ten onrechte niet vernietigde processen-verbaal de rechtens te respecteren belangen van de verdachte, dan wel algemene belangen als de vertrouwelijk-heid van - in casu - gesprekken van een derde met een advocaat geschaad kan hebben. Het hof acht dan ook schending van enige importantie van zodanig algemeen belang in casu niet aanwezig. Nu naar het oordeel van het hof in casu geen belangen van de verdachte zijn geschaad is ook overigens geen sprake van toepassing van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Ook overigens zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zouden dienen te leiden. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk in de vervolging. Beoordeling van het vonnis Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt. BIJLAGE dat hij in de periode van 1 maart 2001 tot en met 26 april 2001 te Rotterdam en Lelystad en te Amsterdam en (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk vanuit Colombia binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 303 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, (verpakt in aluminium broodjes), immers hebben verdachte en/of zijn mededaders toen aldaar opzettelijk tezamen en in vereniging met anderen, conform een tevoren gemaakt plan, de volgende handelingen verricht: - het bedrijf [bedrijfsnaam] benaderd en/of (aldaar) afspraken gemaakt met (een) medewerk(st)er(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.