Uitspraak : 5 maart 2003 Rekestnummer : 417-H-02 Rekestnr. rechtbank : 00-7058 GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE FAMILIEKAMER B e s c h i k k i n g in de zaak van [de man], wonende te Voorburg, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, procureur mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen [de vrouw], wonende te Voorburg, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, procureur mr. J.J.S. Hennephof. PROCESVERLOOP De man is op 17 juni 2002 in hoger beroep gekomen van de beschik-kingen van de rechtbank te 's-Gravenhage van 1 juni 2001 en 15 maart 2002. De vrouw heeft op 26 september 2002 een verweerschrift ingediend. Van de zijde van de man zijn bij het hof aanvullende stukken ingekomen bij brieven van 23 december 2002, 9 januari 2003 en 30 januari 2003. Bovendien zijn bij faxbericht van 28 januari 2003 aanvullende stukken ingekomen. Op 31 januari 2003 is de zaak mondeling behandeld. VASTSTAANDE FEITEN Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzit-ting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen de partijen het volgende vast. Bij verzoekschrift dat op 10 november 2000 bij de rechtbank te 's-Gravenhage is ingediend heeft de vrouw verzocht om tussen de partijen, met elkaar gehuwd op 21 mei 1999, de echtscheiding uit te spreken. Voorts heeft zij onder meer verzocht om de door de man aan haar te betalen alimentatie, met ingang van de datum waarop de echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, te bepalen op ƒ 4.500,- per maand, naast een kinderalimentatie van ƒ 750,- per maand ten behoeve van de op 3 juli 1999 uit het huwelijk van de partijen geboren minderjarige [dochter], zulks met ingang van de dag waarop het opgedragen gezag begint. Bij beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 1 juni 2001 is tussen de partijen de echtscheiding uitgesproken, die is ingeschreven op 9 augustus 2001. Bij die beschikking is onder meer de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voorlopig bepaald op ƒ 2.000,- (€ 907,56) per maand, naast een voorlopige kinderalimentatie van ƒ 750,- (€ 340,34) per maand. Een definitieve beslissing van zowel de partner- als kinderalimentatie is bij die beschikking aangehouden. Bij beschikking van 15 maart 2002 heeft de rechtbank - uitvoerbaar bij voorraad - de door de man aan de vrouw te betalen alimentatie, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, definitief bepaald op € 907,56 (ƒ 2.000,-) per maand, naast een definitieve kinderalimentatie ten behoeve van [dochter] van € 340,34 (ƒ 750,-) per maand. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. De man verzoekt de beschikkingen van 1 juni 2001 en 15 maart 2002 te vernietigen en opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de vrouw niet ontvankelijk te verklaren in haar alimentatieverzoeken, althans deze verzoeken af te wijzen, dan wel de alimentatie te bepalen op een bedrag als het hof vermeent te behoren. Subsidiair verzoekt de man de door hem aan de vrouw te betalen alimentatie te limiteren in tijd tot 2 jaar na de echtscheiding, althans een alimentatieduur te bepalen als het hof vermeent te behoren. De vrouw bestrijdt zijn beroep. 2. Vast staat dat de man diverse ondernemingen heeft gehad, die in 1998 samen zijn ondergebracht in een commanditaire vennootschap. Eveneens is vast komen te staan dat de man ter zitting een aantal door het hof gestelde vragen met betrekking tot zijn ondernemingen niet heeft kunnen beantwoorden, terwijl hij bovendien onvoldoende gegevens in het geding heeft gebracht. Zo heeft de man onder meer geen stakingsbalans(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.