Uitspraak: 27 januari 2005 Rolnummer: 02/1136 Rolnr. rechtbank: 00/94 HET GERECHTSHOF TE ’s-GRAVENHAGE, vijfde civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van de coöperatieve vereniging Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur U.A., gevestigd te Yerseke, gemeente Reimerswaal, appellante, tevens voorwaardelijk incidenteel geïntimeerde, hierna ook te noemen: PO, procureur: mr. E. Grabandt, advocaten: mr. P.W.H.M. Haans (Bergen op Zoom) en mr. G. van der Wal (Brussel), tegen de besloten vennootschap [geïntimeerde], gevestigd te [woonplaats], geïntimeerde, tevens voorwaardelijk incidenteel appellante, hierna te noemen: [geïntimeerde], procureur: mr. W. Taekema, advocaat: mr. U.T. Hoekstra (Middelburg). Het verdere geding Het hof verwijst naar zijn in deze zaak gewezen tussenarrest van 1 juli 2004. Ter uitvoering van dat arrest heeft [geïntimeerde] een akte, met producties, en een aanvullende akte, met een productie, genomen, en heeft PO een akte, met producties, genomen. Partijen hebben de procesdossiers andermaal overgelegd en arrest gevraagd. De verdere beoordeling van het hoger beroep 1. In het tussenarrest van 1 juli 2004 is onder meer overwogen dat het hof voornemens is vragen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (hierna ook: de Commissie) te stellen en is door het hof een aantal vragen geformuleerd, waarover partijen zich konden uitlaten. 2. PO maakt in haar akte na het tussenarrest bezwaar tegen de omvang en inhoud van de door [geïntimeerde] genomen aktes. Alhoewel aan PO kan worden toegegeven dat de door haar wederpartij genomen aktes uitvoeriger zijn dan was voorzien in het tussenarrest van 1 juli 2004, acht het hof geen termen aanwezig om de aktes van [geïntimeerde], die ter rolle zijn toegelaten, buiten beschouwing te laten. In deze aktes worden immers (afgezien van het verzoek dat het hof zich tot de Nma zal wenden) geen onderwerpen aangesneden die geen betrekking hebben op de aan de Commissie voor te leggen vragen, terwijl gesteld noch gebleken is dat PO, die in haar akte op de beide aktes van [geïntimeerde] (gedeeltelijk voorwaardelijk) heeft gereageerd, door de omvang en inhoud van de aktes van [geïntimeerde] in haar verdediging is geschaad. 3. Het commentaar van partijen op de in het arrest van 1 juli 2004 voorshands verwoorde vragen aan de Commissie geeft het hof aanleiding de vragen als volgt te formuleren: 1. Kan de Commissie bevestigen dat zij een verzoek van de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur heeft ontvangen, gedateerd 2 mei 2000, primair inhoudend te bevestigen dat artikel 81, lid 1, EG toepassing mist, subsidiair om van toepassing te verklaren de uitzonderingen van artikel 2, lid 1, van Verordening Nr. 26 dan wel om een ontheffing te verlenen op grond van artikel 81, lid 3, EG? 2. Kan de Commissie aangeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de behandeling van dat verzoek en of, wanneer en in welke vorm zij op dat verzoek zal beslissen? 3. Hoe luidt het standpunt van de Commissie ten aanzien van de volgende kwesties:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.