Uitspraak: 16 juni 2005 Rolnummer: 05/375 Rolnr. Hoge Raad: C00/163 HR HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van WOONSTICHTING JUTPHAAS, rechtsopvolger van WONINGBOUWVERENIGING JUTPHAAS, gevestigd te Nieuwegein, appellante in de hoofdzaak, gedaagde in het incident, hierna te noemen: Jutphaas, procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen GEÏNTIMEERDE, wonende te X, geïntimeerde in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna te noemen: Geïntimeerde, procureur: mr. E. Grabandt. Het geding Bij exploot van 17 februari 1999 is Jutphaas in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 16 april 1997 en 18 november 1998, door de rechtbank te Utrecht gewezen tussen partijen. Bij arrest van 3 februari 2000 heeft het gerechtshof te Amsterdam het vonnis van 16 april 1997 bekrachtigd en het vonnis van 18 november 1998 vernietigd en de door Geïntimeerde ingestelde vordering afgewezen. Bij arrest van 8 maart 2002 heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 3 februari 2000 vernietigd en de zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te ’s-Gravenhage. Bij exploot van 9 maart 2005 heeft Geïntimeerde Jutphaas opgeroepen en in het incident verval van instantie gevorderd. Jutphaas heeft een memorie na verwijzing door de Hoge Raad tevens akte in het incident tot verval van instantie genomen. Geïntimeerde heeft een antwoordakte in het incident tot verval van instantie genomen. Jutphaas heeft een akte bij wege van dupliek in het incident tot verval van instantie genomen. Ten slotte hebben partijen de processtukken gefourneerd en arrest in het incident gevraagd. Geïntimeerde heeft slechts de processtukken in het incident gefourneerd. De beoordeling van het incident
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.