Rolnummer: 22-004851-04 Parketnummer(s): 09-757751-03 Datum uitspraak: 16 juni 2006 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 30 juli 2004 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 2 juni 2006. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenis-straf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met beslissingen omtrent het inbeslaggenomene en de vordering van de benadeelde partij als nader in het vonnis omschreven. De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2, 3 en 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte van die feiten behoort te worden vrijgesproken. Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde merkt het hof op dat geen bewijs voorhanden is van de tenlastegelegde periode waarin het feit zou zijn gepleegd, zoals een datum van ontvangst of verzending van het desbetreffende geschrift. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde heeft het hof het volgende overwogen. Met betrekking tot de brieven waarvan alleen bekend is dat aangever [1] of aangeefster [2] deze hebben ontvangen, acht het hof niet bewezen dat deze brieven zijn verspreid met het kennelijke doel om aan de inhoud daarvan ruchtbaarheid te geven. Met betrekking tot de twee overige brieven, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.