Uitspraak: 8 september 2006 Rolnummer: 03/1571 Rolnummer rechtbank: 03/8153 HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de zaak van [DE SOLLICITANT], wonende te X, appellant in het principaal hoger beroep, geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: [de sollicitant], procureur: mr. H.C. Grootveld, tegen METTERWOON VASTGOED B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, geïntimeerde in het principaal hoger beroep, appellant in het incidenteel hoger beroep, hierna te noemen: Metterwoon, procureur: mr. M.A.B. Sassen. Het geding Bij exploot van 12 november 2003 is [de sollicitant] in hoger beroep gekomen van de von-nissen van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie 's-Gravenhage, van 26 juni 2003 en 9 oktober 2003, ge--we-zen tus-sen partijen. Bij memorie van grieven, tevens akte vermeerdering van eis (met productie) voert [de sollicitant] vier grieven aan-. Metterwoon heeft een memorie van antwoord, tevens incidentele memorie van grie-ven genomen, waarin zij zich verzet tegen voormelde vermeerdering van eis, de grie-ven van [de sollicitant] bestrijdt en harerzijds één grief aanvoert. [de sollicitant] heeft een me-morie van antwoord in het incidenteel appel, tevens antwoord-ak-te verzet wijziging van eis ge--nomen. Tot slot heb-ben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. De beoordeling in het principaal hoger beroep
- Het gaat in deze zaak, kort gezegd, om het volgende. 1.
- In januari 2002 heeft [de sollicitant] bij Metterwoon gesolliciteerd naar de functie van por-tefeuille manager. Nadat enkele gesprekken hadden plaatsgevonden is dat tra-ject in verband met de bij Metterwoon bekende werksituatie van [de sollicitant] toen niet voortgezet. 1.
- Begin september 2002 is voormeld overleg op initiatief van Metterwoon hervat. In het kader daarvan heeft onder meer het navolgende plaatsgevonden: - 10 september 2002: een gesprek met de heren [de adjunct-directeur] (adjunct-directeur), [de directeur] (directeur) en [een personeelslid van afdeling Bedrijfshuisvesting] (afdeling bedrijfshuisvesting); - 23 september 2002: een dag meegelopen, de ochtend met de heer [een personeelslid van afdeling verhuur] (af-de-ling verhuur), de middag met de heer Viergever, en gesproken met de he-ren [hoofd afdeling Technisch onderhoud] (hoofd) en Personeelslid afdeling Technisch onderhoud] […]; - 25 oktober 2002: gesproken met de heren [X en Y] (beiden af-de-ling ac--qui-sitie vastgoed) en [de directeur]. Daarbij heeft [de directeur] [de sollicitant] gezegd met hem ver--der te willen gaan. [de directeur] heeft hem toen ook een kopie van het ver-trou-welijk ingewonnen an-te--ce-dentenonderzoek meege-ge-ven, alsmede het zgn. Mona-co-koffertje met video en een boek over het personeels-feest naar aan-leiding van het 25-jarige bestaan van Met--terwoon dat alleen voor per-soneels-leden bestemd was; - 26 oktober 2002: [de directeur] belde [de sollicitant] thuis op om "zijn goede gevoel uit te spreken" en om te melden dat hij [de sollicitant] ook privé wilde bezoeken om ook thuis kennis te maken; - 7 november 2002: bespreking contractsvoorwaarden met [de adjunct-directeur], en deels [het hoofd boekhouding] (hoofd boekhouding) die met name uitleg gaf over de bij Met--ter-woon geldende en aan-geboden pensioenregeling en autokos-tenver-goe--ding, en later nog even apart met [een personeelslid van afdeling Bedrijfshuisvesting]. [de adjunct-directeur] heeft bij voor-meld gesprek [de sollicitant] een arbeidsovereenkomst voorgesteld in de func-tie van portefeuille manager voor de duur van zes maan-den ingaande 1 ja-nu-ari 2003 met een bruto maandsala-ris van € 8.335,=; - 8 november 2002: [de sollicitant] belde [de adjunct-directeur] met de vraag het voormelde aangeboden sa-la--ris te verhogen tot € 9.000,= in verband met de inbreng van zijn auto; Met--ter-woon rea-geerde daarop negatief; - 12 november 2002: [de sollicitant] meldde telefonisch aan Metterwoon (zowel aan de se-cre----taresse van [de adjunct-directeur] als aan [de heer X]) dat hij het aanbod van 7 november 2002 aan--vaardde; - 13 november 2002: [de adjunct-directeur] heeft [de sollicitant] tele-fo-nisch welkom geheten bij de "club"; - 15 november 2002: [de adjunct-directeur] deelde [de sollicitant] mee dat hij hem de dag daar---op een concept-arbeidsovereenkomst zou overhandigen; voorts is op ver-zoek van [de adjunct-directeur] een afspraak gemaakt om op 19 november 2002 bij Metter-woon alvast stra--te-gie-ën, denkbeelden en oplossingen uit te wisselen aan de hand van recente gebeur-te--nis-sen, de problematiek en werk-zaam-he-den van de afdeling Technisch On-derhoud (alwaar de eerste taken van [de sollicitant] na aanvang werkzaamheden zou-den komen te liggen); 1.
- [de sollicitant] heeft vervolgens zijn toenmalige dienstverband bij Nobis REMS B.V. per brief van 15 november 2002 opgezegd met in-gang van 1 ja-nuari
- 1.
- Op 17 november 2002 heeft [de sollicitant] de concept-arbeidsovereenkomst (hier--na: het concept) ter on-dertekening thuis bezorgd gekregen. De afspraak van 19 no-vember 2002 heeft hij ver-zet naar 22 november 2002 om 15.30 uur. 1.
- Op 22 november 2002, begin van de middag, heeft [de sollicitant] telefonisch met [de adjunct-directeur] (in ieder geval) de volgende punten ter bespreking aan de orde ge-steld: - het ontbreken van een perspectief op voortzetting na afloop van de bepaalde tijd; in het concept is vermeld dat het dienstverband voor een half jaar wordt aange-gaan en na afloop daarvan van rechtswege eindigt (artikel 2.1), als-me-de dat indien de over-eenkomst na het verstrijken van die termijn wordt ver-lengd of door partijen zonder te-genspraak wordt voortgezet, zij wordt geacht steeds voor dezelfde termijn op de-zelf-de voorwaarden te zijn aangegaan (ar-ti-kel 2.3); - [de sollicitant] wilde doen opnemen vanaf welke datum hij in de pensi-oenrege-ling van Metterwoon zou worden opgeno-men; in het concept is hieromtrent niets opge-no--men; de pensioenregeling van Metterwoon houdt on-weer-spro-ken in dat men pas gaat deelnemen als men in vaste dienst is; - [de sollicitant] was het niet eens met de strekking van de in het concept ver-mel-de re-ge---ling ten aanzien van de vakantie; het concept maakt onderscheid tus-sen wet-te-lijke en bovenwettelijke vakantiedagen. - de werktijden; volgens het concept is zijn deze van maandag t/m vrijdag van-af 09.00 - 19.00 uur en indien de werkzaamheden daartoe aanleiding geven ook op avon--den en andere dagen en/of werktijden; [de sollicitant] stemde op zich in met ruime werktijden maar achtte het concept in strijd met de wet; - het verbod om zonder toestemming van Metterwoon privé onroerend goed trans----acties uit te voeren; [de sollicitant] vond dit te betuttelend omdat ook de aan--koop van een tweede huis daaronder zou vallen; - het recht van Metterwoon om de arbeidsovereenkomst eenzijdig te wijzigen; in het concept heeft Metterwoon zich dit recht voorbehouden indien zij een zoda-nig zwaar--wichtig belang heeft dat het belang van de werknemer dat door de wij-ziging wordt ge-schaad, daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijk-heid moet wij-ken; een dergelijke bepaling was in het overleg tussen partijen niet aan de orde ge-komen en [de sollicitant] wenste limitatief te doen op-nemen in welke gevallen Metter-woon van dit recht gebruik zou kunnen ma-ken. 1.
- [de adjunct-directeur] heeft daarop gezegd een en ander met de directie te zullen bespre-ken en heeft vervolgens nog diezelfde dag en vóór de aanvang van de geplande ge-sprek om 15.30 uur aan [de sollicitant] laten weten dat Metterwoon er verder van af zag. 1.
- [de sollicitant] heeft Metterwoon bij brief van 28 november 2002 laten weten per 1 januari 2003 bereid en in staat te zijn de bedongen werkzaamheden te ver-rich-ten. Metterwoon is daar niet op ingegaan. 1.
- [de sollicitant] heeft geprobeerd zijn opzegging bij Nobis REMS B.V. - een onder-ne---ming waarvan hij voor 20% aandeelhouder was, die al in 2002 een aflopende zaak was en die men zonder succes in 2002 had proberen te verkopen - ongedaan te ma-ken, maar is daarin niet geslaagd. 1.
- Op 26 maart 2003 zijn in het kader van een voorlopig getuigenverhoor op ver-zoek van [de sollicitant] als getuigen gehoord: [de sollicitant], [de adjunct-directeur] en Diender. 1.
- [de sollicitant] vorderde in eerste aanleg nakoming van de volgens hem tussen par----tijen tot stand gekomen arbeidsovereenkomst, te weten - zakelijk weergegeven - be-taling van het salaris, va-kan-tietoeslag en vergoeding voor 12 vakantiedagen, een en ander vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente, alsmede proces-kos-ten waaronder die van het voorlopig getuigenverhoor. De rechtbank heeft de vor-de-rin-gen afgewezen en de proceskosten gecompenseerd. 1.
- In hoger beroep heeft [de sollicitant] zijn vorderingen vermeerderd en vordert hij - naast hetgeen hij ook reeds in eerste aanleg vorderde - subsidiair schadever-goe-ding op basis van het positief contractsbelang wegens het ontijdig afbreken van de onder-handelingen, welke schade volgens hem gelijk is aan het "gemiste" loon met vakan-tietoeslag en vergoe-ding vakan-tiedagen over de periode van 1 januari 2003 t/m 30 ju-ni 2003 met de wet-telijke rente daarover.
- Het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of tussen hen een ar-beids-over-een-komst tot stand is gekomen (primair), en zo niet, of Metterwoon de on-der-hande-lin--gen nog - zonder tot schadevergoeding op basis van het positief con--tracts---belang gehouden te zijn - mocht afbreken (subsi-di-air).
- De door [de sollicitant] aangevoerde grieven met de toe-lichting daarop en de eis-ver--meer-de-ring in hoger beroep leggen voormeld ge-schil in volle om-vang aan het hof voor. Een en ander leent zich voor gezamenlijke behandeling. Het hof over-weegt als volgt.
- Voor het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst gelden - voor zover in dit geding van belang - geen andere regels dan ten aanzien van overeenkomsten in het algemeen. Artikel 7:610, eerste lid, BW ziet op de kwalificatie van een een-maal tot stand gekomen overeenkomst en regelt in feite de afbakening tussen de arbeidsovereenkomst enerzijds en de opdracht en aanneming van werk ander-zijds. Bij de in dezen aan de orde zijnde vraag of tussen partijen sprake is van een tot stand gekomen (arbeids)overeenkomst kan voormelde wetsbepaling [de sollicitant] derhalve niet baten.
- Voor [de sollicitant], die onweersproken een functie op management niveau zou gaan bekleden, moet redelijkerwijs duidelijk zijn geweest dat de inhoud van de te sluiten arbeids-over-een------komst niet beperkt zou zijn tot uitsluitend het vaste bruto maandsalaris, de func-tie en aanvang en einde van de (eerste) periode van een half jaar. Dat een en ander [de sollicitant] ook duidelijk is geweest blijkt reeds uit het feit dat partijen onweersproken over de pensioen-re-ge-ling van Met-terwoon had--den ge-sproken en dat [de sollicitant] na ontvangst van het con-cept dat aspect - dat als we-zenlijk onderdeel van het honoreringspakket kan wor-den be-schouwd - nader wil-de bespreken. Ook de andere voormelde door [de sollicitant] aan-gekaarte punten, zeker in samenhang bezien, moe---ten in dit geval naar het oordeel van het hof als wezenlijke as-pecten worden be-schouwd. Een en ander brengt mee dat niet gezegd kan worden dat er tussen par-tij-en een arbeids-overeenkomst tot stand is gekomen.
- Het bovenstaande wordt niet anders indien daarbij wordt betrokken dat [de sollicitant] door [de adjunct-directeur] telefonisch is welkom geheten bij de "club". Daarvoor waren er nog te veel wezenlijke aspecten ongeregeld.
- Dan komt het hof thans toe aan de subsidiaire vordering van [de sollicitant]. Daarbij geldt de maatstaf als omschreven in rechts-over-we-ging 3.
- van het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2005 (NJ 2005,467).
- Het feit dat partijen elkaar op 15 november 2002 zozeer waren genaderd dat zij op dat moment verwachtten dat een overeenkomst in het verschiet lag, is onvol-doen--de om te concluderen dat Metterwoon in zo sterke mate het vertrouwen had gewekt dat een overeenkomst tot stand zou komen dat [de sollicitant] nog voor hij het aangekon-dig---de concept had ontvangen zonder risico zijn toenmalige baan kon op-zeggen. Daar--bij is in aanmerking genomen dat niet is gesteld of gebleken dat [de sollicitant] aan Metter-woon had laten weten dat hij op dat moment tot opzegging zou overgaan, en even-min dat er een bij Metterwoon bekende reden was waarom met die opzegging niet nog zou kunnen worden gewacht.
- Naar het oordeel van het hof was het op zich begrijpelijk dat [de sollicitant] onder-delen van het concept - zoals bijvoorbeeld de regeling van de werktijden - nader wilde bespreken. Echter, Metterwoon heeft uit de manier waarop [de sollicitant] op haar concept reageerde af-ge--leid dat hij bij nader inzien niet zou passen in haar cultuur van "hard werken en niet zeu-ren". Vergelijk het proces-verbaal van het getuigenverhoor van [de adjunct-directeur], waarop [de sollicitant] zich heeft beroepen en door hem in dit opzicht niet is weer-spro-ken. [de sollicitant] heeft niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat hij van voormelde cul--tuur niet op de hoogte zou zijn geweest en evenmin dat in redelijkheid uit zijn re-actie niet een dergelijke indruk heeft kunnen ontstaan. Het hof gaat dan ook van de juist-heid -van voor-melde cultuur en de bij Metterwoon ontstane indruk uit.
- Zeker op management niveau kan het van belang zijn dat men past in de cul-tuur van het bedrijf, zodat hetgeen hierboven is overwogen - in onderling verband be-zien - meebrengt dat niet ge-zegd kan worden dat Metterwoons besluit om uitein-de-lijk niet met [de sollicitant] in zee te gaan als onaanvaardbaar moet worden aange-merkt. De ont-slagname van [de sollicitant] moet in dat verband gelet op hetgeen hier-bo-ven sub
- en
- is overwogen voor zijn risico blijven. Los daarvan heeft [de sollicitant] niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat en op welke wij-ze partij-en ten aan-zien van de voormelde door hem ter nadere bespreking aange-kaarte aspecten - in-dien het overleg zou zijn voortgezet - alsnog daadwerkelijk tot overeen-stemming zou--den zijn gekomen.
- Een en ander leidt er toe dat het hof Metterwoon geen belang heeft bij be-spre-king van haar verzet tegen de vermeerdering van eis in hoger beroep, alsmede dat het hof aan bewijslevering niet toekomt. De grieven falen. in het incidenteel hoger beroep
- De grief in het incidenteel hoger beroep is gericht tegen het oordeel van de recht---bank om de kosten te compenseren, nu het "welkom heten bij de club" door [de adjunct-directeur] [de sollicitant] toch wel tot op zekere hoogte op het verkeerde been heeft ge-zet en hij er in dat licht bezien alle belang bij had het feitencomplex door de rech--ter in eerste aanleg te laten toetsen.
- Mede gelet op hetgeen in het principaal hoger beroep is overwogen en met na-me ook voormelde uitlating van [de adjunct-directeur], acht ook het hof in dit geval termen aan----wezig om de kosten in eerste aanleg te compenseren. De grief faalt. in het principaal en incidenteel hoger beroep voorts
- Bij voormelde uitkomst past het om [de sollicitant] te veroordelen in de kosten van het principaal hoger beroep en Metterwoon in die van het incidenteel hoger be-roep. De beslissing Het hof: in het principaal en incidenteel hoger beroep - bekrachtigt het vonnis 9 oktober 2003 van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, locatie 's-Gravenhage, gewezen tussen partijen; - wijst af het door [de sollicitant] (voor het eerst) in hoger beroep gevorderde; - veroordeelt [de sollicitant] in de kosten van het geding in het principaal hoger be-roep, tot op dit arrest aan de zijde van Metterwoon begroot op 205,= aan ver-schotten en € 1.631,= aan salaris procureur; - veroordeelt Metterwoon in de kosten van het geding in het incidenteel hoger beroep, tot op dit arrest aan de zijde van [de sollicitant] begroot op nihil aan ver-schotten en € 815,50 aan salaris procureur; - verkaart voormelde kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. M.H. van Coever-den, M.J. van der Ven en T.L. Tan en is uit-ge--spro---ken ter openbare terechtzitting van 8 september 2006 in aanwe-zig-heid van de grif-fier.