ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7404
GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 18 april 2007 Rekestnummer. : 1118-H-06 Rekestnr. rechtbank : FA RK 05-3131 De ambtenaar van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de ambtenaar, gemachtigde: mr. R.D.F.M. Lambooy, tegen [verweerster], wonende te [woonplaats], verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, procureur mr. E. Grabandt.
Als belanghebbende is aangemerkt: [belanghebbende], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de man.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De ambtenaar is op 17 augustus 2006 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 22 mei 2006.
De vrouw heeft op 14 februari 2007 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van het Openbaar Ministerie is bij het hof op 19 februari 2007 een conclusie ingekomen.
Op 21 februari 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: namens de ambtenaar zijn gemachtigde, alsmede mevrouw J.A.M. de Koning en de heer A.R. Baptiste. Verder zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat mr. F.P. Slijkhuis. Als belanghebbende is de man verschenen. Namens het Openbaar Ministerie is verschenen de advocaat-generaal mr. S.A. Minks. Partijen, hun gemachtigde respectievelijk raadsvrouwe, de advocaat-generaal en de belanghebbende hebben het woord gevoerd.
VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank ‘s-Gravenhage. Bij die beschikking is de doorhaling gelast van de akte van inschrijving van een buitenlandse akte nummer [x] van het jaar 2004, voorkomend in de registers van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage, en is het meer of anders verzochte afgewezen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP 1. De vrouw en de man zijn op 10 juli 2004 in Hongarije gehuwd. Bij de huwelijksvoltrekking heeft de vrouw blijkens de buitenlandse huwelijksakte gekozen voor de geslachtsnaam [naam x] van de man. Laatstbedoelde akte is op verzoek van de vrouw en de man op 7 december 2004 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. De gekozen naam is bij de inschrijving in de haagse registers opgenomen bij het onderdeel: “Geslachtsnaam na huwelijk”.
De vrouw stelt dat het altijd haar bedoeling is geweest dat zij na het huwelijk de geslachtsnaam [naam x - y] zou dragen. Zij heeft daarom de rechtbank primair verzocht tot het geven van een last aan de ambtenaar tot aanpassing van de registers met een akte inhoudende dat de naam van de vrouw wordt gewijzigd van [naam x] in “[naam x - y]”, subsidiair tot het geven van een last aan de ambtenaar tot doorhaling van de akte van 7 december 2004. De rechtbank heeft het subsidiaire verzoek toegewezen.
In deze grief richt de ambtenaar zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het overnemen van de gekozen geslachtsnaam in dit geval als basis kan dienen voor een doorhaling van de akte op grond van artikel 1:24, eerste lid, BW. De huwelijksakte bewijst primair dat op een bepaalde plaats op een bepaalde datum tussen de in de akte genoemde partijen een huwelijk is gesloten. De geslachtsnaam van de echtgenoten wordt niet door de huwelijksakte bewezen. De ambtenaar wijst in dit kader op artikel 1:6 BW, waarin is bepaald dat de geslachtsnaam ten aanzien van een ieder dwingend wordt bewezen door de akte van geboorte. De ambtenaar deelt niet het oordeel van de rechtbank dat het overnemen van de gekozen geslachtsnaam in dit geval als basis kan dienen voor een doorhaling van de akte op grond van artikel 1:24, eerste lid, BW. Nu de rechtbank de doorhaling heeft gelast van de akte wordt de vrouw en haar echtgenoot immers de mogelijkheid ontnomen om tot een registratie van hun huwelijksakte te geraken op grond van artikel 1:25, eerste lid, BW. Bovendien voldoet volgens de ambtenaar de inschrijving aan de criteria van laatstgenoemd artikel. Verder is de ambtenaar niet gebleken of de vrouw pogingen in het werk heeft gesteld in Hongarije om tot verbetering van de huwelijksakte te geraken op het punt van de gekozen huwelijksnaam. De ingeschreven huwelijksakte komt naar de mening van de ambtenaar niet ten onrechte voor in de registers van de burgerlijke stand.
Artikel 1:24, eerste lid, BW kan volgens de ambtenaar niet als grondslag dienen voor het subsidiaire door de vrouw bij de rechtbank ingediende verzoek.
De ambtenaar kan onder specifieke omstandigheden bij inschrijving van een buitenlandse huwelijksakte ten aanzien van het namenrecht Nederlands recht toepassen, bijvoorbeeld wanneer de ambtenaar in de onmogelijkheid verkeert het vreemde recht van de staat waar de huwelijkssluiting plaatsvond te kennen.
Gevaar van eventuele verwarring lijkt niet waarschijnlijk. In de gevallen waarin de ambtenaar Nederlands recht alsnog moet toepassen wegens discriminatie, is dit gevaar, voor zo ver al reëel, geen grond de toepassing achterwege te laten. Waar de oplossing in geval van discriminatie past in het stelsel van de wet en aansluit bij de wel in de wet geregelde gevallen ( artikel 5b WCN), is het hof van oordeel dat de onnodige inmenging in het privé leven van de vrouw, waarvan hier sprake is, ongedaan kan worden gemaakt middels het gelasten van een verbetering van de akte van inschrijving door daaraan toe te voegen dat door inschrijving de geslachtsnaam van de vrouw, onder toepassing van Nederlands recht, niet is gewijzigd.
De rechter respecteert daarmede een rechtskeuze die, ook al biedt de wet die keuze mogelijkheid in dit geval niet, een onnodige en dus met artikel 8 EVRM strijdige inmenging in het privé leven van de vrouw teniet doet, zonder dat daarbij rechten of verplichtingen van betrokken belanghebbenden of derden op enigerlei wijze in het geding zijn.
BESLISSING Het hof: vernietigt de bestreden beschikking en opnieuw beschikkende: gelast verbetering van de akte van inschrijving van 7 december 2004, akte nummer [x], in de zin dat de ambtenaar aantekent dat door het huwelijk van de vrouw haar geslachtsnaam niet is gewijzigd; wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Reinking, van Leuven en Pieters, bijgestaan door Lekahena als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2007.