← Nederland

ECLI:NL:GHSGR:2007:BA9324

GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE derde meervoudige belastingkamer 15 maart 2007 nummer BK-03/01867 UITSPRAAK op het beroep van de stichting Stichting Duwo, statutair gevestigd te Delft, tegen de uitspraken van de Inspecteur, het Hoofd Belastingen van de gemeente Delft, in vervolg op de tussenuitspraak van het Gerechtshof.

  1. Tussenuitspraak en splitsing 1.1 Het Hof verwijst naar hetgeen te dezen is vastgesteld, overwogen en beslist in zijn voormelde tussenuitspraak van 29 december
  2. 1.2 Na de tussenuitspraak is de zaak gesplitst in 44 zaken, genummerd BK-07/00138 tot en met BK-07/00181, in welke zaken heden eveneens uitspraak wordt gedaan.
  3. Ontvankelijkheid 2.1 Het in de tussenuitspraak onder 5.3 overwogene brengt mee dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het betrekking heeft op de vijf beschikkingen betreffende de in totaal drie onder 3.8 van de tussenuitspraak vermelde onroerende zaken. 2.2 Het in de tussenuitspraak onder 5.3 overwogene brengt voorts mee dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor zover het is gericht tegen de 26 uitspraken van de Inspecteur betreffende de onder 3.9 van de tussenuitspraak vermelde onroerende zaken.
  4. Griffierecht Na de voornoemde tussenuitspraak is het beroep gesplitst in 44 zaken, in welke zaken heden eveneens uitspraak wordt gedaan. Aangezien het Gerechtshof het beroep in ten minste een van die zaken gegrond verklaart, dient de gemeente Delft het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 232 aan belanghebbende te vergoeden.
  5. Beslissing Het Gerechtshof - verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op de onder 2 bedoelde beschikkingen en uitspraken van de Inspecteur, en - gelast de gemeente Delft het voor deze zaak gestorte griffierecht van € 232 aan belanghebbende te vergoeden. Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. Schuurman, Vierhout en Visser. De beslissing is op 15 maart 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier. (Otto) (Vierhout) Deze uitspraak is ondertekend door mr. Vierhout omdat de voorzitter daartoe verhinderd was. aangetekend aan partijen verzonden: Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
  6. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
  7. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: - de naam en het adres van de indiener; - de dagtekening; - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; - de gronden van het beroep in cassatie. Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.