Uitspraak: 30 november 2007 Rolnummer: 05/1850 en 07/313 Zaak/Rolnummer rechtbank: 453790 / 04-22240 en 560514 RL EXPL 06-3402 (DH) HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, negende civiele kamer, heeft het volgende arrest gewezen in de gevoegde zaken van Rolnummer 05/1850: MC DONALD’S NEDERLAND B.V. , gevestigd te Amsterdam, appellante, hierna te noemen: McDonald’s, procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen [Partij A], wonende te […], geïntimeerde, hierna te noemen: [Partij A], procureur: mr. H.J.A. Knijff; en Rolnummer 07/313: MC DONALD’S NEDERLAND B.V. , gevestigd te Amsterdam, appellante, hierna te noemen: McDonald’s, procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, tegen [PARTIJ A], wonende te […], geïntimeerde, hierna te noemen: [Partij A], procureur: mr. W. Heemskerk. Het geding In de zaak met rolnummer 05/1850 (“de huurbeëindigingszaak”): Bij exploot van 14 december 2005 is McDonald’s in hoger beroep gekomen van het vonnis van 8 november 2005 door de rechtbank ‘s-Gravenhage, sector kanton, locatie ‘s-Gravenhage gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven zijn zeven grieven opgeworpen die door [Partij A] bij memorie van antwoord (met producties) zijn bestreden. Op 12 januari 2007 is het pleidooi aangehouden tot de zitting van 5 oktober 2007 in verband met de samenhang tussen deze zaak en de franchisezaak. In de zaak met rolnummer 07/313 (“de franchisezaak”): Bij exploot van 2 januari 2007 is McDonald’s in hoger beroep gekomen van het vonnis van 5 oktober 2006 door de rechtbank ‘s-Gravenhage, sector kanton, locatie ‘s-Gravenhage in conventie en in reconventie gewezen tussen partijen. Bij memorie van grieven (met producties) zijn veertien grieven opgeworpen en heeft McDonald’s haar eis verminderd. De opgeworpen grieven zijn door [Partij A] bij memorie van antwoord bestreden. Bij het op 5 oktober 2007 in beide zaken gehouden pleidooi hebben partijen hun standpunten door hun advocaten doen uiteen zetten, McDonald’s door mrs F.B. Falkena en M.T.H. de Gaay Fortman, advocaten te Amsterdam en [Partij A] door mr. E.M. Zelm, advocaat te De Bilt. Door beide partijen zijn voorafgaand aan het pleidooi producties in het geding gebracht, en de advocaten van beide partijen hebben pleitnotities overgelegd. McDonald’s heeft ter zitting haar vordering in de zaak met rolnummer 07/313 opnieuw verminderd. Tot slot hebben partijen onder overlegging van de stukken in beide zaken arrest gevraagd. Beoordeling van het hoger beroep Feiten in beide zaken: 1. In het bestreden vonnis van 5 oktober 2006 in de zaak met rolnummer 07/313 (de franchisezaak) heeft de rechtbank onder 1.1 tot en met 1.17 een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Voorzover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen, zal het hof ook van die feiten uitgaan. 2. Het gaat in deze beide zaken, samengevat, om het volgende. 2.1 [Partij A] exploiteert sinds 2001 krachtens een met McDonald’s gesloten franchiseovereenkomst een McDonald’s restaurant in de […], in een pand dat hij huurt van McDonald’s. Zowel de franchiseovereenkomst als de huurovereenkomst zijn in 1986 aangegaan door Partij B] (verder: [Partij B]), de zakenpartner van [Partij A], voor de bepaalde tijd van twintig jaar, eindigend op 28 februari 2006. De huurovereenkomst bepaalt: “2.4 De huurder zal het overgedragen pand uitsluitend gebruiken en bewonen voor een Meeneem-restaurant volgens het McDonald’s systeem, voor de verkoop van hamburgers, kaasburgers, shakes, frisdranken, koffie, melk, warme chocola en patates frites en die overige producten die van tijd tot tijd door de verhuurder worden toegestaan. 2.5 Bij beëindiging van de licentie-overeenkomst om welke reden of door welke oorzaak dan ook is verhuurder gerechtigd het onderhavig, directe huurcontract te beëindigen. (…)” 2.2 Op 10 januari 2001 hebben [Partij A], [Partij B] en McDonald’s een vaststellings-/dadingovereenkomst gesloten ter beëindiging van een procedure over de uitleg van een huurovereenkomst van een andere McDonald’s vestiging waarvan [Partij A] franchisenemer was. Bij deze overeenkomst kwamen partijen onder meer overeen, dat [Partij A] ten aanzien van de huur- en franchise¬overeenkomst van het restaurant aan […] m.i.v. 1 januari 2001 in de plaats zou treden van [Partij B], waarbij de oorspronkelijke duur van die overeenkomsten (derhalve eindigend op 28 februari 2006) bleef gehandhaafd. 2.3 Op 17 december 2002 heeft McDonald’s aan [Partij A] geschreven ten aan zien van het aangaan van een nieuwe franchiseovereenkomst (hof: zgn. “New Term”): “Refererend aan ons gesprek van woensdag 11 december jl. stuur ik jou deze brief. Wij hebben elkaar gesproken, in het bijzijn van de heer […] en […], over de New Term van het McDonald’s restaurant Vlamingstraat. In verband hiermee het volgende. Wij hebben je verteld, dat de Directie van McDonald’s Nederland na ampele overweging heeft besloten, om je een New Term te verlenen voor een periode van 10 jaar. De genoemde 10 jaar zal ingaan op de dag nadat jouw huidige overeenkomst afloopt. Verder hebben wij gezegd, dat wij voor het einde van 2003 met jou afrondende gesprekken willen voeren omtrent de vaststelling van de System fee voor de New Term. Zoals reeds eerder is aangegeven, zul je na de vaststelling van de Fee van ons de definitieve New Term-documenten ontvangen. Na ondertekening door beide partijen is de New Term procedure vervolgens formeel afgerond.”(...) 2.4 Op 19 december 2002 heeft McDonald’s een nieuwe vestiging geopend in de […] die door haar zelf wordt geëxploiteerd en die is gelegen op enige honderden meters afstand van het restaurant in […]. 2.5 Bij brief van 2 december 2003 aan [Partij A] over de New Term schrijft McDonald’s: “De Directie van McDonald’s Nederland is akkoord voor een nieuwe overeenkomst. (...) De condities van de nieuwe overeenkomst zijn als volgt: Optie A: Initial Fee: $ 45.000,00 Looptijd: 10 jaren Waarborgsom: Er is geen waarborgsom verschuldigd Fixed System Fee: 21% met reliefs (jaar 1: 1.5% - jaar 2: 1.0% en jaar 3: 0.5%) Optie B: Initial Fee: $ 45.000,00 Looptijd: 10 jaren Waarborgsom: Er is geen waarborgsom verschuldigd Fixed System Fee: 20% Investeringsbedrag: Euro 165.000,00 (Betaling dient te geschieden vóór 31 december 2003) (...) Indien je bereid bent een nieuwe franchise aan te gaan voor het McDonald’s restaurant, […] je akkoord gaat met de voorwaarden zoals omschreven in deze brief, verzoek ik je om deze brief (in tweevoud) voor akkoord te ondertekenen en één exemplaar te retourneren aan McDonald’s Nederland B.V. vóór 25 december 2003. (...)” 2.6 Op deze brief heeft [Partij A] geantwoord met een brief van 6 december 2003, waarin hij schrijft: “ (...)Wij wensen hierover het navolgende op te merken: Op 28 november vond ten kantore van […] een bespreking plaats met […] [Partij B] en [Partij A]. Wij hadden vooaf nadrukkelijk aangegeven een antwoord te verlangen op de door ons reeds eerder schriftelijk gestelde vragen betreffende: - New Term; - Impact Grote Marktstraat; - Beslissing opening Grote Marktstraat Op deze vragen werd tijdens de bespreking geen duidelijk antwoord gegeven. Gezien de discussies die al enige tijd lopen omtrent bovenvermelde onderwerpen was dit voor ons zéér teleurstellend en ons inziens een miskenning van de problemen waarmee wij thans worden geconfronteerd. (...) Inmiddels hebben wij jou en […] gesproken in ons restaurant aan […] (...) Daarbij hebben wij aangegeven accoord te kunnen gaan met een relief van 3% ingaande 1 januari 2003 t/m 28 februari 2006 waarna wij vervolgens ons accoord kunnen geven aan de condities als vermeld onder optie A. Ons is toegezegd dat wij deze week hierover bericht van McDonald’s Nederland zullen ontvangen. Een en ander uiteraard onder de voorwaarde dat tot de einddatum géén nieuw McDonald’s restaurant in de […] binnenstad wordt geopend. Indien dat wel in de bedoeling ligt dan dient vooraf overleg plaats te vinden over de compensatie voor de thans gevestigde restaurants in de […] binnenstad.” 2.7 Bij brief van 11 december 2003 geeft McDonald’s aan met de voorgestelde relief van 3% en de voorwaarde ten aanzien van het openen van nieuwe restaurants in de […] binnenstad niet akkoord te kunnen gaan. McDonald’s schrijft onder meer: “(...)Laat ik je mijn visie en mening over de onderwerpen mededelen. Je bent al akkoord gegaan met de New Term destijds in Leiderdorp die ik je daar heb voorgelegd, in het bijzijn van de heer […]. Indien je daar achteraf spijt van hebt, dan even goede vrienden, maar dan ken je de consequenties van jouw eigen besluit, toch? Je weet dat we dan geen nieuw contract zullen schrijven en dat door jouw besluit onze samenwerking per 2006 stopt.(...)” Aan het slot van die brief wordt [Partij A] verzocht om het voorstel dat aan hem is voorgelegd op haar merites te beoordelen en een keuze te maken uit een van de twee opties. 2.8 Hierop antwoordt [Partij A] bij brief van 20 december 2003 onder meer: “(...)Blijft staan hetgeen wij in ons schrijven van 6 december 2003 hebben verwoord. Daarop hebben wij nog geen antwoord mogen ontvangen. In afwachting op een schriftelijke en inhoudelijke reactie, (...), die bepalend is voor onze toekomst bij McDonald’s zijn wij vooralsnog niet in staat om definitief te beslissen.(...)” 2.9 Uiteindelijk schrijft McDonald’s op 23 januari 2004 aan [Partij A]: “Op 22 september 2003 heeft McDonald’s Nederland B.V. aan jou twee opties voorgelegd voor een nieuw te sluiten overeenkomst met betrekking tot het McDonald’s restaurant aan […] met ingang van 1 maart 2006. Over dit voorstel is meermaals gesproken en geschreven, maar jij hebt geen van de twee opties aanvaard. Nu er op basis van de gedane voorstellen blijkbaar niet tot overeenstemming kan worden gekomen, bericht ik je dat deze voorstellen bij dezen zijn vervallen. In de afgelopen jaren heeft McDonald’s Nederland B.V. aanzienlijke bedragen in het McDonald’s restaurant […] geïnvesteerd. In Bijlage I is aangegeven welke afspraken wij gemaakt hebben over de investeringen en welke investeringen uiteindelijke door jou en McDonald’s Nederland B.V. zijn gedaan. Uit dit overzicht blijkt duidelijk dat jij nog € 150.000,- aan investeringen moet bijdragen. Tot nu toe weiger jij evenwel om dit bedrag te betalen.(…) Indien jij bovengenoemde € 150.000,- tijdig betaalt, dan is McDonald’s Nederland B.V. bereid om jou nog een laatste keer een voorstel voor een New Term met betrekking tot het McDonald’s restaurant […] aan te bieden onder de volgende voorwaarden: • er wordt een nieuwe termijn van 10 jaar afgesproken, ingaande 1 maart 2006; • er wordt gecontracteerd overeenkomstig het standaard-franchisecontract van McDonald’s Nederland B.V. en de bijbehorende algemene voorwaarden (kopie bijgaand, bijlage II) • de fixed system fee wordt vastgesteld op 20%.(…) Het is in het belang van beide partijen om tijdig duidelijkheid te hebben over de toekomst van het McDonald’s restaurant […] en wij zijn daarom uitdrukkelijk niet bereid om nog lange tijd over een eventuele New Term te discussiëren. Bovengenoemd voorstel is zeer redelijk en is geldig tot en met 14 februari 2004. Indien het voorstel op 14 februari a.s. niet onvoorwaardelijk door jou is aanvaard, is het voorstel vervallen en zal McDonald’s Nederland B.V. voor contractsbeëindiging en ontruiming zorgen, waarbij tevens bovengenoemd bedrag ad € 150.000,- gevorderd zal worden. (…)” 2.10 Bij aangetekende brief van 6 september 2004 heeft McDonald’s de huurovereenkomst (en de franchiseovereenkomst voorzover nodig) opgezegd tegen 28 februari 2006 op de volgende gronden: - op grond van een redelijke afweging van de belangen kan van McDonald’s niet langer worden gevergd dat zij haar restaurant aan de […] nog langer aan [Partij A] verhuurt. Dit geldt te meer nu de licentieovereenkomst per 28 februari 2006 zal eindigen en McDonald’s het betreffende restaurant voor haar eigen activiteiten wenst te behouden; - de bedrijfsvoering van [Partij A] is niet geweest zoals die van een goed huurder mag worden verwacht; - subsidiair: [Partij A] heeft niet ingestemd met een redelijk aanbod van McDonald’s voor een nieuwe overeenkomst met betrekking tot het gehuurde (art. 7: 296 lid 4 sub c BW). 2.11 De advocaat van [Partij A] heeft bij brief van 9 september 2004 laten weten dat de opzegging van de huurovereenkomst en de franchiseovereenkomst niet wordt geaccepteerd. In de franchisezaak voorts: 2.12 Onderdeel van de in de vaststellingsovereenkomst van 10 januari 2001 tussen partijen gemaakte afspraken maakte tevens uit dat [Partij A]s het restaurant aan [...] zou verbouwen: “3.4 Vóór 30 juni 2001 zal het restaurant aan de […] worden verbouwd en her-ingericht door [Partij A] in nauw overleg met Partij B (hof: McDonald’s). Van de hiermee gemoeid zijnde kosten voor verbouwing, apparatuur alsmede aanpassing HVAC(hof: koel-/verwarmingsinstallatie) komt een maximum van Hfl. 500.000,- (zegge; vijfhonderd duizend gulden) voor rekening van Partij B, hetgeen rechtstreeks aan de leveranciers betaald zal worden na overlegging aan Partij B van de originele facturen;” 2.13 Op 18 mei 2001 hebben partijen elkaar gesproken over de kosten van de verbouwing en de investeringen van beide partijen. Hetgeen daarbij is besproken is neergelegd in een brief van McDonalds aan [Partij A] van 12 juni 2001, waarin onder meer is opgenomen: “We bespraken de mogelijkheden van een financiële bijdrage van McDonald’s Nederland in de HVAC investering die gedaan zou moeten worden.(…) Concreet kwamen wij tot de volgende afspraak: • Indien de TC’s (transacties) van het McDonald’s restaurant […] tijdens het eerste jaar na de verbouwing (te rekenen vanaf de opleveringsdatum, die door de afdeling Bouw zal worden bepaald) met ten minste 25% toeneemt, zal McDonald’s Nederland 50% van het budget (met een maximum van ƒ 89.800,00) van de HVAC investering voor haar rekening nemen. Indien de tac stijging lager is dan 25% draagt [Partij A] de volledige investering. Verder hebben wij vrij uitgebreid gesproken over totale verbouwing en de investeringen die wij gezamenlijk gaan doen. Volgens opgave van […] zal de totale investering ongeveer ƒ950.000,00 bedragen. McDonalds zal een investering doen van ƒ 500.000,00 , dit conform onze afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomst tussen [Partij A]/[Partij B] en McDonald’s Nederland B.V. d.d. 10 januari 2001, en eventueel een bijdrage in de HVAC dit conform bovenstaande afspraak. De rest van het bedrag, waarschijnlijk ƒ 450.000,00, zal door [Partij A] worden geïnvesteerd”.(...) 2.14 Vervolgens zijn tussen partijen problemen gerezen over de verbouwing en de bijdrage van [Partij A] in de kosten daarvan. Op 12 november 2001 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen partijen dat niet tot een oplossing heeft geleid. Gebleken was dat het oorspronkelijke geplande bedrag van ƒ 950.000,00 niet genoeg zou zijn, en dat een complete “remodeling” van […] ƒ 1.200.000,00 ging kosten (inclusief HVAC). McDonald’s bood aan van deze kosten ƒ 840.000,00 voor haar rekening te nemen, waarbij de rest voor [Partij A] zou zijn (ƒ 360.000,00). [Partij A] was hiertoe niet bereid en deed een tegenvoorstel waarbij zijnerzijds nog een bedrag van ƒ 90.000,00 zou worden geïnvesteerd in de HVAC en ƒ 20.000,00 in de verbouwing van de crew room. Na correspondentie over en weer hebben partijen elkaar weer gesproken op 20 december 2001. De resultaten van die bespreking zijn neergelegd in een brief van McDonald’s aan [Partij A] van 11 januari 2002: “Donderdag 20 december jl. hebben wij elkaar, in het bijzijn van [Partij B], gesproken. Tijdens dit gesprek hebben wij finale afspraken gemaakt omtrent de verbouwing van het McDonald’s restaurant […] In verband hiermee maakten wij de volgende afspraken. • McDonald’s Nederland zal de “regie” van de verbouwing op zich nemen. Ik zal zelf de contactpersoon zijn gedurende de verbouwing. (…) • Wij hebben afgesproken dat de tekeningen van de heer […] de basis zullen vormen voor aanpassingen voor het interieur. Richtprijs per stoel is € 795,00, wij gaan uit van een capaciteit van 235/250 stoelen. Een en ander is afhankelijk van de definitieve tekeningen. • Wij zullen eveneens de gevel opknappen van de […]. • [Partij A] zal een bedrag van € 90.757,- investeren in de verniewing/remoddeling van de HVAC installatie. • Crewroom zal door [Partij A] worden verbouwd. • De noodzakelijke sluiting zullen wij zo kort mogelijk houden en in overleg plannen met [Partij A].(…)” 2.15 Omdat sprake was van budgetoverschrijdingen heeft McDonald’s in een faxbericht van 27 maart 2002 aan [Partij A] bericht: “(…)Tevens is afgesproken dat jij als gevolg van de ontstane budgetoverschrijdingen, e.e.a. als onlangs vastgelegd in onze eerdere correspondentie hierover, een extra bijdrage zult leveren van Euro 20.000,-- op dezelfde condities als reeds overeengekomen in de deal ten aanzien van de HVAC installatie ,zijnde Euro 90.000,-(…)“ 2.16 Vervolgens schrijft [Partij A] bij brief van 20 november 2002 aan McDonald’s: “(…)Als 2e willen wij nog even reageren op de afspraak omtrent de HVAC. Wij hebben inderdaad veelvuldig met […] over dit onderwerp gesproken waarna de afspraken zoals die in 1e instantie met jullie zijn gemaakt zijn bijgesteld (€ 110.000,-). Wij wachten zijn bericht af.(…)” 2.17 Hierop antwoordt McDonald’s bij telefax van 26 november 2002 aan [Partij A]: “Via deze fax bevestig ik ons telefoongesprek van vandaag naar aanleiding van jouw schrijven d.d. 20 november 2002. De genoemde investering van HVAC en andere budget overschrijdingen zijn bijgesteld ter hoogte van in totaal € 110.000,-- en is dus conform de afspraak in het verleden.(…)” 2.18 In een brief aan [Partij A] van 1 april 2004 zet McDonald’s nogmaals aan [Partij A] uiteen waarom [Partij A] in haar visie nog steeds een bedrag van € 150.000,- aan de verbouwingskosten moet bijdragen. McDonald’s schrijft hierin onder meer: “(…) Vervolgens bleken er opnieuw budgetoverschrijdingen en terzake is afgesproken (zie fax d.d. 27 maart 2002, bijlage 7) dat jij € 20.000,-- extra zou investeren op dezelfde condities als overeengekomen in de deal ten aanzien van de HVAC (te weten: McDonald’s Nederland B.V. zou hierin 50% bijdragen indien de transacties in het eerste jaar met minstens 25 % zouden toenemen). Bij de overgang van de gulden naar de Euro is over de bijdrage aan de HVAC installatie vervolgens verwarring ontstaan: uit bovengenoemde brief d.d. 12 juni 2001 (bijlage 2) blijkt overduidelijk dat McDonald’s Nederland B.V. maximaal ƒ 89.800,-- (ongeveer ƒ90.000,--) zou bijdragen aan de HVAC. In de fax van Johan van Leeuwen d.d. 27 maart 2002 is per abuis evenwel gesproken over € 90.000,--. Jij hebt deze vergissing aangegrepen om McDonald’s tot een bijdrage in de HVAC en andere budgetoverschrijdingen te brengen van € 110.000,-- (€ 90.000,-- + € 20.000,--). Hoewel McDonald’s Nederland B.V. hiertoe geenszins verplicht was heeft zij uit coulance toegezegd dat zij de bijdrage ad € 110.000,-- zou leveren, ook als de transacties in het eerste jaar niet met 25% zouden toenemen. (…)” Beoordeling in de franchisezaak (07/313): 3.1 [Partij A] heeft op 30 september 2004 McDonald’s gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector civiel, en - na voorwaardelijke wijziging en na vermeerdering van eis - gevorderd, voorzover in hoger beroep nog van belang: - (alleen voorzover de kantonrechter niet met [Partij A] van oordeel is dat partijen overeenstemming hebben bereikt over optie A waardoor [Partij A] niets meer aan de verbouwingskosten hoeft bij te dragen): veroordeling van McDonald’s om rekening en verantwoording af te leggen aan [Partij A] over de onder regie van McDonald’s uitgevoerde verbouwing van het McDonald’s restaurant aan de […]; - een verklaring voor recht dat McDonald’s aansprakelijk is voor de schade die [Partij A] lijdt als gevolg van de opening door McDonald’s van een vestiging aan de […] en dat McDonald’s gehouden is deze schade aan [Partij A] te vergoeden; - primair een verklaring voor recht dat partijen een overeenkomst hebben gesloten in het kader waarvan het [Partij A] wordt toegestaan zijn franchiseovereenkomst met McDonald’s na 28 februari 2006 voor de duur van 10 jaar onder de in de brief van McDonald’s van 2 december 2003 geformuleerde voorwaarden voort te zetten; subsidiair McDonald’s te veroordelen om met [Partij A] op basis van de brieven van 2 en 8 december 2003 voort te onderhandelen over het sluiten van een overeenkomst tot voortzetting van de franchiseovereenkomst na 28 februari 2006; In reconventie heeft McDonald’s gevorderd - voorzover in hoger beroep nog van belang - [Partij A] alsnog te veroordelen tot betaling van zijn aandeel in de kosten van verbouwing en herinrichting van het restaurant aan [...], te vermeerderen met wettelijke rente met ingang van 1 juni 2006 tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2 Bij vonnis van 4 mei 2005 heeft de rechtbank Amsterdam, sector civiel, zich onbevoegd verklaard om van de hoofdzaak in conventie en in reconventie kennis te nemen vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie met de tussen partijen geldende huurovereenkomst over de beëindiging waarvan bij de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage al een procedure tussen partijen aanhangig was. Vervolgens heeft de rechtbank de zaak in conventie en in reconventie in de stand waarin zij zich bevond verwezen naar de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage, en verklaard dat de zaak in conventie en in reconventie was gevoegd met de bij de kantonrechter te ‘s-Gravenhage aanhangige zaak met rolnummer 453790 / RL EXPL 04-22240 (“de huur¬beëindigings¬zaak”). 3.3 Gevoegde behandeling van de onderhavige franchisezaak met de al aanhangige huurbeëindigingszaak heeft echter niet plaatsgevonden. Nadat in de huurbeëindigingszaak op 8 november 2005 een eindvonnis was gewezen, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage bij eindvonnis van 5 oktober 2006 in conventie voor recht verklaard dat tussen partijen medio januari 2004 een overeenkomst tot stand is gekomen in het kader waarvan het [Partij A] wordt toegestaan zijn franchiseovereenkomst met McDonald’s na 28 februari 2006 voor de duur van tien jaar onder de in de brief van McDonald’s d.d. 2 december 2003 geformuleerde voorwaarden van optie A voort te zetten, het meer of anders gevorderde afgewezen en de kosten gecompenseerd. In reconventie heeft de rechtbank de vordering van McDonald’s afgewezen met veroordeling van McDonald’s in de proceskosten. 4.1 Tegen dit vonnis komt McDonald’s op met veertien grieven. De grieven III tot en met XI richten zich alle tegen rechtsoverweging 3.5 van het bestreden vonnis, waarin de rechtbank tot de slotsom komt dat [Partij A] medio januari 2004 het voorstel voor een New Term overeenkomstig optie A heeft aanvaard en dat aldus tussen partijen een nieuwe franchiseovereenkomst tot stand is gekomen onder de voorwaarden zoals McDonald’s die in optie A heeft weergegeven. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 4.2 In de toelichting op deze grieven betoogt McDonald’s, dat de brief van 17 december 2002 van McDonald’s aan [Partij A] (geciteerd hierboven onder 2.3), waarin McDonald’s meedeelt dat de directie na ampele overweging heeft besloten [Partij A] een New Term te verlenen, moet worden gezien in het licht van de mondiale richtlijn van McDonald’s dat drie jaar voor het einde van de looptijd van een franchiseovereenkomst wordt bezien of een franchisenemer zich in beginsel kwalificeert voor een nieuwe franchiseovereenkomst. Bij de onderhandelingen die blijkens diezelfde brief eind 2003 moeten zijn afgerond gaat het met name over de door de franchisenemer aan McDonald’s te betalen fee. Het aanbod dat McDonald’s in dat kader heeft gedaan (de brief van 2 december 2003 met opties A en B, geciteerd onder 2.5) heeft [Partij A] niet aanvaard. Zijn brief van 6 december 2003 (geciteerd onder 2.6) moet gelden als een nieuw aanbod en als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod. Dit tegenvoorstel is door McDonald’s niet aanvaard. Er is derhalve tussen partijen op geen enkel moment wilsovereenstemming bereikt over (de voorwaarden van) een New Term ingaande op 1 maart 2006, aldus McDonald’s. Het hof overweegt als volgt. 4.3 Het hof is met McDonald’s van oordeel dat partijen niet reeds voorafgaand aan de brief van 2 december 2003 van McDonald’s aan [Partij A] een akkoord hebben bereikt over het aangaan van een New Term na expiratie van de lopende franchiseovereenkomst. De brief van McDonald’s van 17 decem¬ber 2002 moet veeleer worden gezien als een verklaring van de kant van McDonald’s dat [Partij A] zich kwalificeerde voor een nieuwe franchise¬overeenkomst en dat dientengevolge aan hem overeenkomstig het daarvoor geldende traject een voorstel voor een New Term zou worden gedaan, over de inhoud waarvan partijen dan vervolgens nog wel overeenstemming dienden te bereiken. 4.4 In zijn antwoord bij brief van 6 december 2003 (zoals geciteerd onder 2.6) op de twee voorstellen (opties A en B) die McDonald’s in dat kader heeft gedaan stelt [Partij A]:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.