Rolnummer: 22-000222-07 Parketnummers: 13-120116-03 en 13-520028-05 Datum uitspraak: 9 mei 2008 TEGENSPRAAK Gerechtshof Amsterdam zitting houdende te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam zitting houdende te Dordrecht van 6 december 2006 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], Geboren 1965, Gedetineerd te Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 1 en 25 juni 2007, 14, 17 en 24 september 2007, 16, 21, 23, 26 en 30 november 2007, 21 december 2007, 18 en 23 januari 2008, 8 februari 2008, 28 maart 2008 en 25 april 2008. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding met parketnummer 13-120116-03, zoals in eerste aanleg en in hoger beroep op vordering van respectievelijk de officier van justitie en de advocaat-generaal gewijzigd, alsmede hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding met parketnummer 13-520028-05, zoals in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd. Van de dagvaardingen en van de vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. Het hof heeft de feiten die in het tenlastegelegde zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien. Het zal die nummering in dit arrest aanhouden. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder parketnummer 13-120116-03 onder 3, aanhef en onder a, b, c en e tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder parketnummer 13-120116-03 onder 1, 2, 3 aanhef en onder d, 4, 5 en 6 en onder parketnummer 13-520028-05 onder 1 en 2 (doorgenummerd 7 en 8) tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar, met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep Zoals reeds ter terechtzitting van 25 juni 2007 door het hof is beslist, beperkt de behandeling in hoger beroep zich voor wat betreft het onder 3 tenlastegelegde tot feit 3 aanhef en onder d. Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voorzover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van het hof onderworpen. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vrijspraak Feit 3: De raadsman heeft -samengevat- betoogd dat geen sprake is van witwassen nu het een betaling aan de verdachte betreft van door hem, verdachte, verrichte werkzaamheden in het kader van beveiliging ten behoeve van (een bedrijf of bedrijven van) [SLACHTOFFER 7]. Het hof overweegt daarover als volgt. Het hof onderzoekt allereerst de vraag of wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van € 45.000,-, zoals de wet voorschrijft en als is tenlastegelegd, uit enig misdrijf afkomstig was. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte1 verklaard, kort weergegeven, dat hij betalingen van zijn (verdachte'
(1)getuige, te weten [SLACHTOFFER 8] is, die de verdachte direct belast. Alleen al om die reden zou de verdachte moeten worden vrijgesproken. Daarnaast zou [SLACHTOFFER 8] gelogen hebben en wisselend dan wel tegenstrijdig hebben verklaard, zodat op grond van een en ander de verklaringen van de getuige [SLACHTOFFER 8] - naar het hof begrijpt- niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De raadsman heeft er daarnaast op gewezen dat de andersluidende lezing van het gebeurde van de verdachte in grote lijnen wordt bevestigd door de verklaring van de getuige [PERSOON 29], afgelegd bij de rechter-commissaris op 3 augustus 2005. De raadsman betwist dat er voor [SLACHTOFFER 8] sprake was van een dreigende situatie, te meer nu [SLACHTOFFER 8] kort voor de tenlastegelegde gebeurtenis gezien zou zijn met een pistool op de stoel in zijn auto. De raadsman bepleit -primair- vrijspraak en subsidiair verzoekt hij [SLACHTOFFER 8] als getuige nader te horen.68 Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat er sprake is geweest van afpersing van [SLACHTOFFER 8] door de verdachte. Als bewijsmiddelen gebruikt het hof hiervoor onder meer de verklaringen van de getuige [SLACHTOFFER 8]. Het hof overweegt hiertoe - met name omtrent de verklaringen van de getuige [SLACHTOFFER 8] - als volgt. De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof69 verklaard dat [SLACHTOFFER 8] op 18 april 2002 fl. 200.000,- heeft overgemaakt door tussenkomst van notaris [PERSOON 20]. De verdachte heeft aangegeven dat er van zijn kant geen dwang is gebruikt en dat [SLACHTOFFER 8] uit zichzelf dat bedrag die dag heeft overgemaakt. De verdachte heeft, naar hij ter terechtzitting bij het hof heeft verklaard, vanuit De [BEDRIJF J] in [PLAATS] [SLACHTOFFER 8] gebeld en hem verzocht naar de zaak te komen om te bespreken, waarom hij, [SLACHTOFFER 8], [PERSOON 30] gevraagd had niet aan [VERDACHTE] te vertellen dat er geld bij de notaris was. Ze spraken af voor de volgende ochtend. De verdachte was, naar hij ter eerdergenoemde terechtzitting heeft verklaard, die ochtend enorm boos op [SLACHTOFFER 8] en gooide de deur van de hal zo hard dicht dat het glas brak en op zijn hand viel, waardoor een wond is ontstaan, voor welke verwonding hij naar het ziekenhuis is gegaan. Dit wordt bevestigd door medewerkers van de [BEDRIJF J]70 die verklaren glasscherven/ een kapotte ruit te hebben gezien en bloedsporen. De verdachte heeft ter zitting bij het hof tevens verklaard dat [SLACHTOFFER 8] hem als vriend had teleurgesteld en dat hij [SLACHTOFFER 8] te kennen heeft gegeven, dat hij wilde dat [SLACHTOFFER 8] het geldbedrag van fl.200.000,- naar hem zou overmaken. [SLACHTOFFER 8] is over onder meer de aard van en de gebeurtenissen rondom - en volgend op - de overmaking van fl.200.000,- veelvuldig gehoord door de politie (als verdachte en als getuige) en de rechter-commissaris. Hij heeft daarbij voor de verdachte belastende verklaringen afgelegd. Als verdachte gehoord terzake heling/afpersing van [SLACHTOFFER 7] heeft [SLACHTOFFER 8] op 1 maart 200571 verklaard dat hij onder dwang in de [BEDRIJF J] in [plaats] een geldbedrag van fl. 200.000,- heeft moeten afgeven aan [VERDACHTE]. Op 7 maart 2005 heeft [SLACHTOFFER 8] hiervan aangifte gedaan.72 Daarna is hij nog enkele malen hierover gehoord. De getuige is op 13 oktober 2006 door de rechter-commissaris gehoord, onder meer inzake de aan de verdachte tenlastegelegde afpersing van [SLACHTOFFER 7]. In die verklaring heeft hij aangegeven dat [VERDACHTE] het voor het zeggen had en de lakens uitdeelde, dat [VERDACHTE] je de kans niet liet om nee te zeggen en op gebiedende toon sprak. In die verklaring73 heeft [SLACHTOFFER 8] ten aanzien van het hem onder 8 tenlastegelegde wederom aangegeven, dat hij de ochtend dat hij naar de [BEDRIJF J] moest komen, niet naar binnen durfde, dat hij - eenmaal binnen - het geluid van brekend glas hoorde, dat [VERDACHTE] met bloed bij zijn pols binnen kwam en dat hij de situatie op dat moment angstig vond. Dat hij al voor het incident van plan was om [VERDACHTE]geld te geven, maar dat geld op dat moment gereserveerd had voor zijn eigen project X. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat [SLACHTOFFER 8], eerst als verdachte en vervolgens als getuige, ook onder ede bij de rechter-commissaris op 13 oktober 2006, in voormelde grote lijnen op de verdachte belastende onderdelen van zijn verklaringen consistent heeft verklaard. Het hof acht het voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van deze getuige - vanwege het door de raadsman aangevoerde - tevens van belang of de verklaringen, waarin hij de verdachte belast, overeenstemmen met hetgeen andere getuigen verklaren of met de inhoud van hetgeen zich overigens in het dossier bevindt. Het hof overweegt op dit punt dat de door het hof als bewijsmiddel gebezigde onderdelen van de verklaringen van [SLACHTOFFER 8] ondersteund worden door de navolgende getuigenverklaringen en overige dossierstukken. [PERSOON 30] heeft in zijn eerste verklaring hierover, als getuige afgelegd bij de politie op 3 mei 200574 aangegeven dat hij rond april 2002 getuige was van een geschil tussen [SLACHTOFFER 8] (het hof begrijpt: [SLACHTOFFER 8]) en [VERDACHTE](het hof begrijpt: de verdachte [VERDACHTE]) inzake een project in Spanje. Voor de aankoop van dat project moest een restant waarborgsom worden voldaan. [SLACHTOFFER 8] wilde via de notaris [PERSOON 20] een bedrag van fl. 200.000 gaan betalen. [VERDACHTE]claimde dat het zijn geld was. Het geschil strekte zich uit over twee dagen. [PERSOON 29] en [PERSOON 30] probeerden de ruzie te sussen maar dat lukte niet. Door [VERDACHTE]werd een gesprek bedongen voor de daarop volgende dag. Hij zag die volgende ochtend [SLACHTOFFER 8] helemaal overstuur in zijn auto zitten, zwaar gestrest en hevig geëmotioneerd, waaruit de getuige opmaakte dat [SLACHTOFFER 8] bang was voor VERDACHTE. [SLACHTOFFER 8] zei dat hij een pistool had verstopt. Hij reed weg; [SLACHTOFFER 8] kwam later terug waarna een gesprek plaats vond waarbij [PERSOON 29], [PERSOON 30], [SLACHTOFFER 8] en [VERDACHTE]aanwezig waren. [PERSOON 30] beschrijft dat gesprek als grimmig en heel dreigend. Hij hoorde [VERDACHTE][SLACHTOFFER 8] bedreigen. Hij zei op dreigende toon tegen hen "en nu luisteren jullie allemaal: het project Spanje is nu van mij". [VERDACHTE] gaf de getuige vervolgens de opdracht om de notaris [PERSOON 20] te bellen en te zeggen dat de voorgenomen transactie van fl 200.000,- (het hof begrijpt: inzake het restant waarborgsom project X) niet door ging. Dat hij, [PERSOON 30], een schriftelijk verzoek moest typen voor overmaking van fl. 200.000,- van [PERSOON 20] naar [BEDRIJF I]. De getuige verklaart dat hij niet tegen [VERDACHTE] durfde in te gaan. Dat hij om 15.00 uur weg ging omdat de sfeer te dreigend was. De politie heeft gerelateerd75 dat de getuige [PERSOON 30] tijdens het afleggen van zijn verklaring waar hij bespreekt dat hij van [VERDACHTE]dingen heeft gehoord en gezien, emotioneel wordt en tranen in zijn ogen krijgt. Het hof acht dit van belang voor de waardering van de betrouwbaarheid van de verklaring van deze getuige in relatie tot de sfeer en dreigende situatie van het door hem beschreven gesprek. Ook in de verklaring van [PERSOON 30] afgelegd bij de rechter-commissaris76 geeft hij aan dat [VERDACHTE] hem die middag vertelde wat hij moest doen, dat [SLACHTOFFER 8] -die in zijn ogen de baas was- het daar niet mee eens was en dat hij, [PERSOON 30], zich daar niet prettig bij voelde. De verklaringen van [SLACHTOFFER 8] en [PERSOON 30] worden op onderdelen ondersteund door schriftelijke stukken en wel: * overboeking van [PERSOON 20] naar [BEDRIJF I] (op 19 april 2002 bij de stichting Derdenrekening [BEDRIJF I] bijgeboekt een bedrag van € 90.756,04, afkomstig van Mr. [PERSOON 20] met als omschrijving "advies X", welk bedrag volgens verbalisanten gelijk te stellen is aan fl 200.000,-). * een getypt faxbericht van notaris [PERSOON 20] aan [BEDRIJF F] B.V., de heer [SLACHTOFFER 8], van 19 april 2002, waarin wordt vermeld dat de gelden naar de door [SLACHTOFFER 8] opgegeven rekening van [BEDRIJF I] advocaten werden overgeboekt77. * een getypt faxbericht van [BEDRIJF F] BV aan notaris [PERSOON 20] d.d. 19 april 2002, bijgesloten bij de hiervoor genoemde fax van gelijke datum, inhoudende dat in aansluiting op het telefoongesprek van de 18 april 2002 verzocht wordt het thans aanwezige saldo ad € 90.756,04 telefonisch te laten overboeken naar de derdenrekening van Stichting Derdengelden [BEDRIJF I] Advocaten te Amsterdan o.v.v. "X", waarbij als ondertekenaar is vermeld [SLACHTOFFER 8];78 * Betaaloverzicht aangetroffen bij advocatenkantoor [BEDRIJF I] met betrekking tot de inkomsten en uitgaven van [VERDACHTE] waarop vermeld een bedrag van € 90.756,0479 Het hof overweegt, onder verwijzing naar hetgeen reeds eerder is opgemerkt ten aanzien van feit 2 (afpersing[SLACHTOFFER 2]) dat het "op zichzelf willen nakomen" door [SLACHTOFFER 8], indien daar al sprake van zou zijn, niet impliceert dat dit de tenlastegelegde afpersing zou uitsluiten. Bij het beoordelen van de onvrijwilligheid dient niet alleen gekeken te worden naar het geïsoleerde gevolg, maar ook naar de omstandigheden waaronder dat gevolg tot stand is gekomen. Gelet op het hiervoor overwogene is van een vrije wil van [SLACHTOFFER 8], zeker op dat moment en onder die omstandigheden, geen sprake geweest. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen als reactie op het bewijsverweer ten aanzien van feit 180 en de vraag of sprake is geweest van "bedreiging met geweld" overweegt het hof dat van een dergelijke bedreiging met geweld als onder 8 tenlastegelegd is, in deze sprake is geweest. Door de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, zoals de grimmige en dreigende sfeer van het gesprek tussen de verdachte en [SLACHTOFFER 8], het dwingende en krachtige taalgebruik, de enorme boosheid van de verdachte en de verwonding aan zijn hand door gebroken glas, gevoegd bij de angst die [SLACHTOFFER 8] volgens zijn verklaring toen voor de verdachte voelde, is een zodanig dreigende situatie gecreerd dat de vrees van [SLACHTOFFER 8] voor geweld van de zijde van de verdachte gerechtvaardigd was. Nu de verklaringen van de getuige [SLACHTOFFER 8] als hierboven aangegeven, in de kern waar het de tenlastegelegde gedragingen betreft, consistent, authentiek en overtuigend overkomen, overeenstemmen met verklaringen van de getuige [PERSOON 30] en -op onderdelen- van de verdachte zelf en daarnaast met enkele schriftelijke stukken, acht het hof deze verklaringen betrouwbaar en kunnen deze dan ook worden gebruikt voor het bewijs. Getuige [SLACHTOFFER 8] (feiten 7 en 8) Bij beslissing van 25 april 2008 heeft het hof het verzoek tot het horen van deze getuige afgewezen op gronden als vermeld in het proces-verbaal van die zitting. Bij pleidooi heeft de raadsman hiertoe een hernieuwd verzoek gedaan indien het hof de verklaringen van deze getuige voor de bewijsconstructie zou gebruiken.81 Het hof overweegt hiertoe dat door de raadsman geen nieuwe informatie of gewijzigde omstandigheden naar voren is/zijn gebracht die het hof tot een ander oordeel brengt/brengen. Voor het overige is het verzoek onvoldoende onderbouwd. Het verzoek wordt derhalve als niet noodzakelijk afgewezen. Verzoeken met betrekking tot het Y-onderzoek (feiten 7 en 8) Bij beslissing van 25 juni 2007 heeft het hof het verzoek tot inzage in of voeging bij het onderhavige dossier van stukken uit het Y-dossier, alsmede het verzoek tot het horen van de leider van en de officieren van justitie van het Y-onderzoek, afgewezen op gronden als vermeld in het proces-verbaal van die zitting. Bij pleidooi heeft de raadsman hiertoe een hernieuwd verzoek gedaan indien het hof de verklaringen van [SLACHTOFFER 8] overweegt te bezigen voor het bewijs, naar het hof begrijpt voor feiten 7 en 882. Het hof overweegt hiertoe dat door de raadsman geen nieuwe informatie of gewijzigde omstandigheden naar voren is/zijn gebracht die het hof tot een ander oordeel brengt/brengen. Voor het overige is het verzoek onvoldoende onderbouwd. Het verzoek wordt derhalve als niet noodzakelijk afgewezen. Ten aanzien van feit 8 overweegt het hof nog het navolgende. De raadsman heeft bij dupliek aangevoerd dat geen acht mag worden geslagen op de verklaring als aangetroffen in de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot de behandeling aan de wond van de verdachte in het Flevo Ziekenhuis te Almere op 18 april 2002 nu deze gegevens zijn verkregen in strijd met het (afgeleid) verschoningsrecht dat de (secretaresse van de behandelend) geneeskundige heeft. Het hof overweegt daartoe dat deze gegevens weliswaar niet zijn verkregen door de inzet van enig dwangmiddel of bijzondere opsporingsmethodiek, doch wel op verzoek van de opsporingsambtenaren83. De wetgever heeft door toekenning van het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering, beoogd het belang te beschermen dat ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van hetgeen aan -onder anderen- de arts wordt toevertrouwd tot een arts kan wenden. Ook de secretaresse van de arts heeft in dat opzicht een afgeleid verschoningsrecht, waarvan zij zelfstandig kan bepalen - al dan niet in overleg met de arts- of zij daarvan gebruik maakt. Gelet op de omstandigheden waaronder de gegevens zijn verkregen en nu niet is gebleken dat de secretaresse weloverwogen en in overleg met de behandelend arts heeft besloten af te zien van het gebruik van het verschoningsrecht in dit specifieke geval, zal het hof van deze gegevens geen gebruik maken voor het bewijs. Het hof wijst er op dat de verdachte ter terechtzitting van het hof zelf heeft aangegeven die dag naar het ziekenhuis te zijn gegaan omdat hij door glas aan zijn hand verwond was. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 15 oktober 2004 tot en met 8 december 2004 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 1] heeft gedwongen tot de afgifte van euro 4.500,- toebehorende aan die [SLACHTOFFER 1], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(
- s)in vorenomschreven periode: - naar de woning van die [SLACHTOFFER 1] zijn gegaan en - tegen die [SLACHTOFFER 1] op dreigende wijze hebben gezegd dat hij nog een week de tijd heeft om het geld te betalen en - tegen die [SLACHTOFFER 1] op dreigende wijze heeft gezegd dat als hij niet zou betalen zij bij hem terug zouden komen en zijn huis zou(den) leeg halen en - in reactie op de opmerking van die [SLACHTOFFER 1] dat verdachte en/of zijn mededader zijn, [SLACHTOFFER 1]s, botten maar moest(
- en)breken, heeft gezegd: "We zien wel, je krijgt eerst een week de tijd" en heel dicht bij die [SLACHTOFFER 1] is gaan staan en - heeft gezegd dat zij over een week, dezelfde dag en dezelfde tijd terug zouden komen, 2. hij in de periode van 1 juli 2002 tot en met 8 augustus 2002 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[SLACHTOFFER 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een deel van) de eigendom van horeca onderneming '[BEDRIJF B]' en/of aandelen in horeca onderneming '[BEDRIJF B]' toebehorende aan[SLACHTOFFER 2] voornoemd, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte tezamen en in vereniging met anderen: -op het kantoor van [SLACHTOFFER 7], dan wel [BEDRIJF C] tegen die[SLACHTOFFER 2] (aldaar) met stemverheffing en op dreigende wijze heeft gezegd: "Je moet vandaag gaan tekenen" en "Je hebt niets meer met [SLACHTOFFER 7] te maken, je hebt nu met mij te maken" en "Wij gaan nu tekenen. Wat er ook gebeurt, je gaat nu tekenen." en SLACHTOFFER 7] heeft geld in jouw zaak gestopt en nu wil jij niet tekenen." en "We gaan jouw paspoort halen, want ik weet waar je woont en wie jouw vriendin is, en dan gaan we naar de notaris" en -(vervolgens) met[SLACHTOFFER 2] in de auto van verdachte naar het huis van die vriendin is gereden en - het paspoort van[SLACHTOFFER 2] heeft opgehaald en -die[SLACHTOFFER 2] in de auto van verdachte heeft meegenomen naar een notaris en -die[SLACHTOFFER 2] onder bovenomschreven dreigende situatie een overeenkomst tot overdracht van aandelen en/of de (gedeeltelijke) eigendom heeft laten tekenen. 4. hij in de periode van 1 juni 2003 tot en met 8 december 2004 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, telkens facturen op naam van BEDRIJF A te weten: - een factuur (in diverse versies) d.d. 4 juni 2003, factuurnummer B03.384 gericht aan BEDRIJF K ten bedrage van euro 29.750,- en - een factuur d.d. 11 augustus 2003, factuurnummer B.03 544 gericht aan BEDRIJF K ten bedrage van euro 20.944,- en - een factuur (in diverse versies) d.d. 29 maart 2004, factuurnummer B 04.186 gericht aan BEDRIJF L ten bedrage van euro 45.000,-, - zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft/hebben verdachte en zijn mededader telkens in strijd met de waarheid op voornoemde facturen te betalen bedragen vanwege verrichte diensten vermeld, terwijl er in werkelijkheid geen diensten verricht waren, aan degene aan wie de factuur was gericht, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken; 5. hij in de periode van 1 maart 2003 tot en met 8 december 2004 te Baarn, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, leenovereenkomsten, elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders in strijd met de waarheid op voornoemde leenovereenkomsten een handtekening gezet terwijl er in werkelijkheid geen leningen verstrekt waren, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken. 7. hij in de periode van 18 april 2000 tot en met 17 mei 2000 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 7] heeft gedwongen tot de afgifte van (ongeveer) 4 miljoen gulden, geheel of ten dele toebehorende aan [BEDRIJF C], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(
- en)dat verdachte en/of een of meer anderen: - [SLACHTOFFER 7] voornoemd in de achterbak van een auto heeft/hebben gegooid en/of geduwd en - [SLACHTOFFER 7] voornoemd heeft/hebben bedreigd met een (vuur)wapen en - een dermate dreigende situatie heeft/hebben gecreëerd, dat de vrees van voornoemde [SLACHTOFFER 7] voor geweld van de zijde van verdachte en/of zijn mededader(
- s)gerechtvaardigd was; 8. hij op 18 en 19 april 2002 te Bussum, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [SLACHTOFFER 8] heeft gedwongen tot de afgifte van NLG 200.000, toebehorende aan [SLACHTOFFER 8] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte, - die [SLACHTOFFER 8] (samen met [PERSOON 29] en [PERSOON 30]) naar ADRES te Bussum heeft laten komen en - vervolgens aldaar op dreigende wijze heeft gezegd: "En nu luisteren jullie allemaal. Het project in Spanje is nu van mij." en - die [PERSOON 30] op dreigende wijze opdracht heeft gegeven om een voorgenomen transactie van NLG 200.000 bij notaris [PERSOON 20] te annuleren en een overboekingsopdracht op te stellen om de betreffende NLG 200.000 over te maken naar de derdenrekening van advocatenkantoor [BEDRIJF I] en - (vervolgens) [PERSOON 29] heeft weggestuurd en - die [SLACHTOFFER 8] de woorden heeft toegevoegd: "nu maak je godverdomme het geld over naar mijn rekening", en - die [SLACHTOFFER 8] dreigend heeft gesommeerd voornoemde overboekingsopdracht te ondertekenen en notaris [PERSOON 20] te bellen en te bevestigen dat het geld moest worden overgemaakt naar de derdenrekening van advocatenkantoor [BEDRIJF I]. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Bewijsoverweging Bij de bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 7 en 8 (de afpersingen van respectievelijk [SLACHTOFFER 1],[SLACHTOFFER 2], [SLACHTOFFER 7] en [SLACHTOFFER 8]) heeft het hof mede in zijn oordeel betrokken dat de verdachte blijkens de bewijsmiddelen bij die afpersingen voor een belangrijk deel steeds op dezelfde wijze is opgetreden om zijn of andermans doel te bereiken. Zijn handelwijze komt erop neer dat hij - na door derden/schuldeisers te zijn ingeschakeld om een einde te maken aan een conflict in de financiële sfeer, dan wel voor eigen geldelijke belangen - op intimiderende toon tegen de (latere) slachtoffers - dan wel tegen een ander die nauw bij de kwestie betrokken was - heeft gezegd dat dezen voortaan niets meer te vertellen zouden hebben over hun eigen zaak en/of geld. Daarbij presenteerde hij zich door krachtig taalgebruik en dwingende voorkomen als degene die voortaan het initiatief zou nemen en de verdere gang van zaken zou bepalen. Zo heeft [SLACHTOFFER 1] , zakelijk weergegeven, verklaard84 dat hij op een avond onverwacht bezoek kreeg van zijn vroegere zakenpartner [PERSOON 4], die pretendeerde een vordering van fl 10.000,- op hem te hebben en die was vergezeld van een brede man die zich voorstelde als [VERDACHTE]. [SLACHTOFFER 1] verklaart daarover verder dat [VERDACHTE] heel dicht bij kwam staan en tegen hem zei dat hij wel moest betalen en dat hij daarvoor een week de tijd zou krijgen. Dit optreden van de verdachte kwam volgens [SLACHTOFFER 1] dreigend op hem over; "Ik had hierdoor het idee dat hij mij wel in elkaar zou slaan". Voorts heeft hij tegen[SLACHTOFFER 2] volgens diens verklaring in het kader van de afpersing gezegd: "Je hebt nu met mij te maken".85 In verband met de afpersing van [SLACHTOFFER 7] heeft [SLACHTOFFER 8] bij de rechter-commissaris verklaard86 dat hij kort na de door [SLACHTOFFER 7] geuite belediging jegens de verdachte in Vak Zuid werd gebeld door de verdachte die hem gebood naar zijn, verdachte's, huis te komen. Daar aangekomen zei de verdachte tegen [SLACHTOFFER 8]: "Vanaf nu ben jij mijn vriend niet meer. Nu ga je doen wat ik zeg". Het hof wijst in dit verband ten slotte nog op een verklaring die de getuige [PERSOON 30] bij de politie heeft afgelegd in het kader van de bewezenverklaarde afpersing van [SLACHTOFFER 8] ([BEDRIJF J]). Die verklaring 87 houdt in dat de verdachte op dreigende toon tegen hem, tegen zijn broer en tegen [SLACHTOFFER 8] heeft gezegd: "En nu luisteren jullie allemaal. Het project Spanje is nu van mij". Verder verklaart hij dat [VERDACHTE](het hof begrijpt: de verdachte) duidelijk de baas was en besliste. De omstandigheid dat de hiervoor genoemde vier getuigen, [SLACHTOFFER 1],[SLACHTOFFER 2], [SLACHTOFFER 8] en [PERSOON 30], onafhankelijk van elkaar hebben verklaard over deze manier van optreden en spreken van de verdachte, wiens woorden naar hun strekking een grote gelijkenis vertonen, terwijl zij betrekking hebben op vier - in tijd en plaats - los van elkaar staande gebeurtenissen, draagt bij aan de overtuiging van het hof dat de verdachte zich aan de onder 1, 2, 7 en 8 tenlastegelegde afpersingen schuldig heeft gemaakt. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: T.a.v. het onder 1, 2 en 7 tenlastegelegde: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd T.a.v. het onder 4 en 5 tenlastegelegde: Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd T.a.v. het onder 8 tenlastegelegde: Afpersing. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 aanhef en onder d, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar, met aftrek van voorarrest. Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere afpersingen op in de bewezenverklaring genoemde wijze, die naar het oordeel van het hof in alle gevallen een grote impact op de persoonlijke levenssfeer van de respectieve slachtoffers hebben gehad en mogelijk nog kunnen hebben, mede door de wijze waarop de verdachte zich heeft gemanifesteerd. Uit het oogpunt van generale preventie is het noodzakelijk om aan dergelijke praktijken, die zich zoals in dit geval deels in de vastgoedwereld hebben voorgedaan, een halt toe te roepen; door dit soort praktijken wordt het zakendoen door bonafide personen ernstig bemoeilijkt, waardoor tevens gevaar bestaat voor concurrentievervalsing. De omstandigheid dat er bij het onder 1, 2 en 8 bewezenverklaarde door de respectieve slachtoffers is aangegeven dat er weliswaar ten dele sprake was van het nakomen van een eerder gemaakte afspraak/overeenkomst, dan wel een mogelijke verschuldigdheid van een geldbedrag, doet daaraan niet af; dergelijke geschillen in het handelsverkeer dienen op een andere wijze te worden beslecht bijvoorbeeld door onderling overleg of door tussenkomst van een rechter of arbiter. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift door het valselijk opmaken van facturen en leenovereenkomsten. Door aldus te handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming als de onderhavige. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich bij het plegen van de feiten 1, 2, 7 en 8 uitsluitend heeft laten leiden door zijn verlangen naar eigen of andermans geldelijk gewin, zonder zich ook maar enigszins te bekommeren over de mede door hem middels (bedreiging met) geweld gecreëerde angst bij de slachtoffers, de personen in de directe omgeving van de slachtoffers en de maatschappij in het algemeen. Bij de bepaling van de strafmaat heeft het hof de verdachte met name ernstig aangerekend hetgeen onder 7 is bewezenverklaard, waarbij verdachte en zijn mededader(
- s)niet hebben geschuwd ernstige vormen van geweld en bedreiging met geweld aan te wenden. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen een gevangenisstraf van lange duur. Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt. Wel heeft het hof in het voordeel van de verdachte acht geslagen op de omstandigheid dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, d.d. 7 februari 2008, niet eerder voor soortgelijke feiten met politie of justitie in aanraking is gekomen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57 (oud), 225 (oud), 312 (oud) en 317 (oud) van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht. Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 aanhef en onder d en 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4, 5, 7 en 8 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) jaren en 6 (ZES) maanden. Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen en mr. W.F. Groos, in bijzijn van de griffiers mr. B.Y. de Boer en mr. J.P. Lahr. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 mei 2008. 1 Verdachte, ter terechtzitting hof d.d. 17 september 2007, proces-verbaal september zittingen. 2 [PERSOON 2], ter terechtzitting hof d.d. 24 september 2007, proces-verbaal september zittingen. 3 [PERSOON 2] bij de politie d.d. 9 december 2004, ordner 34, (V14.1) pag. 933. 4 [SLACHTOFFER 7], ter terechtzitting hof d.d. 24 september 2007, proces-verbaal september zittingen, en bij de rechter-commissaris d.d. 29 juni 2005. 5 Verdachte, ter terechtzitting hof d.d. 17 september 2007, proces-verbaal september zittingen. 6 Proces-verbaal 16 juni 2006, weergave telefoongesprek d.d. 13 juni 2004, ordner: "Tap 3 0642295555 map 4". 7 Schriftelijke repliek, pagina 3. 8 Proces-verbaal van aangifte d.d. 3 mei 2004, ordner 20, A.07, pagina 94 tot en met 96. 9 Verdachte, ter terechtzitting hof d.d. 14 september 2007, proces-verbaal september zittingen. 10 Proces-verbaal Regiopolitie Amsterdam Amstelland map 27 G 09 pg 132-135 verhoor [SLACHTOFFER 1] d.d. 21-12-2004. 11 Proces-verbaal Regiopolitie Amsterdam Amstelland map 27 G 09 pg 132-135 verhoor [SLACHTOFFER 1] d.d. 8 (het hof gaat uit van een ander tijdstip van verhoor te weten 15-12-2004. 12 Proces-verbaal Regiopolitie Amsterdam- Amstelland map 32 V02.1 verklaring [PERSOON 4] d.d. 14 december 2004 pg 33- 36 en V02-2 verklaring [PERSOON 4] d.d. 16 december 2004 37-41). 13 [SLACHTOFFER 1] bij de rc op 13 december 2005 14 Proces-verbaal van opgenomen telefoongesprekken m.b.t. [SLACHTOFFER 1] d.d. 9 december 2004 TAP 3 06422955555 map 6 volgnummer 11841 15 30 november 2004 12.58 uur 16 map 15, pg 156.13 17 map 15. pg 156.12 18 dossier pg 156.1 en 2 19 Pg 72-175 van de pleitnota. 20 [PERSOON 6], ttz hof 26 november 2007, zie proces-verbaal november zittingen 21 [PERSOON 2], onder meer ttz hof 24 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen 22 Proces-verbaal van C. de Jong en M. Metselaar relaterend een gesprek met de heren [PERSOON 7] en [PERSOON 1] op 30-1-2003 23 [PERSOON 8] bij de rc op 15 mei 2006 24 [PERSOON 9], bij de rc op 6 maart 2006 25 [PERSOON 2], ttz hof, zie proces verbaal september zittingen. 26 Brief notaris [PERSOON 10] aan [PERSOON 12], d.d. 20 augustus 2002, zie (dossier) map 12 27 [PERSOON 11] bij de politie, d.d. 6 juni 2005, G 83 28 [PERSOON 11] bij de rc op 12 december 2005 29 [PERSOON 12] bij de rc op 18 mei 2006 30 [SLACHTOFFER 2] ttz hof, zie proces-verbaal november zittingen 31 Proces-verbaal van C. de Jong en M. Metselaar relaterend een gesprek met de heren [PERSOON 7] en [PERSOON 1] op 30 januari 2003, zie (dossier) map 11 32 [PERSOON 13] bij de rc op 13 december 2005 33 [PERSOON 14] bij de rc op 15 juni 2006 34 [PERSOON 2] bij de politie op 8 december 2004 (V14 pg. 923- 929) 35 [PERSOON 15] bij de rc op 25 oktober 2005 36 [PERSOON 6], ttz hof 26 november 2007, zie proces-verbaal november zittingen 37 Verdachte ttz hof, 14 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen 38 Pleitnota pg. 171 39 [SLACHTOFFER 2], ter terechtzitting hof op 24 september 2007, proces-verbaal september zittingen. 40 Proces-verbaal van C. de Jong en M. Metselaar d.d. 30 januari 2003, relaterend een door hen gevoerd gesprek met [PERSOON 7] en [PERSOON 1] op 21 januari 2003, zie (dossier) map 11, pagina 2. 41 Respectievelijk 24 september 2007 en 16 november 2007 42 Verdachte ttz hof, 14 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen. 43 Pg. 175-267 pleitnota 44 [SLACHTOFFER 8] bij de rc op 14 juni 2005, p. 5. 45 [SLACHTOFFER 8] bij de politie als getuige op 26 april 2006, p. 2. 46 [SLACHTOFFER 8] bij de rc op 15 juni 2005, p. 12. 47 [SLACHTOFFER 8] bij de rc op 13 oktober 2006, p. 5. 48 [SLACHTOFFER 8] bij de politie als verdachte op 26 april 2006, map 32. 49 [SLACHTOFFER 8] bij de rc, 14 juni 2005, p. 8. 50 [SLACHTOFFER 8] bij de politie, als verdachte op 26 april 2006, map 32 51 [SLACHTOFFER 8] bij de rc, 14 juni 2005, p.8. 52 [PERSOON 21] bij de rc op 6 oktober 2005, p. 4 53 [PERSOON 21] bij de politie, 27 maart 2006, p. 3 54 [PERSOON 21] bij de politie, 26 september 2005, p. 1 en 2. 55[SLACHTOFFER 2] bij de rc, 9 maart 2006, pagina's 5 en 10. 56 [PERSOON 23], ttz hof, 21 december 2007, zie proces-verbaal 21 december 2007 en 18 januari 2008. 57 Transcript van Bureau Misdaad, pagina 4. 58 Transcript van Bureau Misdaad, pagina 6. 59 Transcript van Bureau Misdaad, pagina 6. 60 [SLACHTOFFER 7], ttz hof, 24 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen. 61 Transcript van Bureau Misdaad, pagina 7 62 op de terechtzitting van 16 november 2007 aan het dossier toegevoegd 63 [PERSOON 24] bij de rc op 29 augustus 2005. Zie in dit verband ook het pv Hienkens d.d. 10 oktober 2007, zoals op de terechtzitting van 16 november 2007 (pagina 5 proces-verbaal) aan het dossier toegevoegd, pagina 2. 64 [PERSOON 25] bij de politie op 28 september 2005 map 29. 65 Verdachte ttz hof, 17 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen. 66 [SLACHTOFFER 8] bij de rechter-commissaris op 15 juni 2006, p. 12. 67 [PERSOON 21] bij de politie op 26 september 2005, map 27 68 Zie pleitnota pag. 267-279 69 Verdachte ttz hof van 14 september 2007, zie proces-verbaal september zittingen 70 [PERSOON 31] van 24 maart 2005 (G 22) en [PERSOON 32] d.d. 25 maart 2005 (G 89) 71 Verklaring van 1 maart 2005 V 11 pg 361 en 366 72 Verklaring van 7 maart 2005 V 11.2 pg 89-91 73 Verklaring [SLACHTOFFER 8] bij de rc op 13 oktober 2006 pg 8 en 9 bovenste alinea 74 Verklaring [PERSOON 30] bij de politie, G.68 pg 1399 ev 75 Zie noot 64, pag. 1402 van die verklaring 76 Verklaring [PERSOON 30] bij de rc op 30 januari 2006, pag 3 van die verklaring 77 Map 15 pg 268 78 Map 15 pg 269 79 Proces-verbaal van 13 juli 2005 met rekeningafschrift, map 15 pg 270-272 (pand.6.) 80 Zie vanaf pag.7 arrest 81 Pleitnota pg. 200 82 Pleitnota p. 24. 83 Proces-verbaal van bevindingen Flevo Ziekenhuis d.d. 17 mei 2005 pand.3 Map 15, pg 261 en proces- verbaal van bevindingen omtrent gegevens hechtingen van verdachte I.[VERDACHTE] in Flevo Ziekenhuis d.d. 17 mei 2005 Map 15 pg 262-263. 84 [SLACHTOFFER 1] bij de politie, map 27, blz. 00132 e.v. 85[SLACHTOFFER 2] bij de rc d.d. 9 maart 2006; blz. 4,5,7. 86 [SLACHTOFFER 8] bij de rc d.d. 14/15 juni 2006 87 Map 30, G.68, p. 01399-1409.