GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector handel Zaaknummer : 105.006.320/01 Rolnummer (oud) : 07/455 Rolnummer rechtbank : KG 07/149 arrest van de negende civiele kamer d.d. 2 september 2008 inzake 1. de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging CNV Publieke Zaak,, gevestigd te 's-Gravenhage, 2. de rechtpersoonlijkheid bezittende vereniging ABVAKABO aangesloten bij de FNV, gevestigd te Zoetermeer, appellanten, hierna te noemen: respectievelijk CNV en ABVAKABO FNV; tezamen: de vakbonden, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te 's-Gravenhage, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Amsterdam, zetelend te Amsterdam, geïntimeerde, hierna te noemen: de gemeente Amsterdam , of: de brandweer Amsterdam, advocaat: mr. D. den Hertog te 's-Gravenhage. Het geding Bij exploot van 9 maart 2007 zijn de vakbonden in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, sector civiel recht, van 13 februari 2007. Bij memorie van grieven (met productie) hebben de vakbonden 10 grieven aangevoerd, die door de gemeente Amsterdam bij memorie van antwoord zijn bestreden. Op 16 mei 2008 hebben partijen hun standpunten mondeling - CNV door mr. drs. H. Aydemir, advocate te Utrecht, ABVAKABO FNV door mr. L.A.A. Ongenae, advocaat te Zoetermeer, en de gemeente Amsterdam door mr. L.V. Sloot, advocaat te 's-Gravenhage - doen toelichten, ieder onder overlegging van een pleitnota. Tot slot hebben partijen arrest gevraagd onder overlegging van hun procesdossiers (zonder voormelde pleitnota's; met de raadslieden is afgesproken dat het hof gebruik zal maken van de pleitnota's uit het griffiedossier). Beoordeling van het hoger beroep 1. De Voorzieningenrechter heeft in het vonnis waarvan beroep sub 2.1. t/m 2.8. een aantal feiten vastgesteld. Daartegen is in hoger beroep niet opgekomen, zodat ook het hof daarvan uitgaat. 2. Het gaat, kort gezegd, om het volgende. 2.1. De vakbonden zijn verenigingen die de belangen van werknemers in overheidsdienst behartigen. Tot deze belangen behoren ook de belangen van de ambtenaren in dienst van de brandweer Amsterdam. 2.2. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op 9 september 2003 (C151/02) in de zogenaamde Jaeger-zaak over aanwezigheidsdiensten is gebleken dat enkele bepalingen uit het Arbeidstijdenbesluit (hierna: ATB) in strijd waren met het gemeenschapsrecht. Met ingang van 1 juni 2006 is een wijziging van het ATB inwerking getreden teneinde deze strijdigheid op te heffen. Dit had tot gevolg dat de voor het personeel van de brandweer gebruikelijke werkweek van gemiddeld 54 uur in elke periode van 26 weken moest worden teruggebracht naar gemiddeld 48 uur. 2.3. In Amsterdam was een zodanig tekort aan opgeleide brandweerlieden dat de invoering van een 48-urige werkweek gepaard zou moeten gaan met afspraken met betrekking tot compensatie ten aanzien van de te werken overuren. 2.4. Bij de sector bestuursrecht van de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de bestuursrechter) is door de heer [Brandweerman], een brandweerman werkzaam bij de brandweer 's-Gravenhage, en ABVAKABO FNV een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen de gemeente 's-Gravenhage over de vraag wat de consequenties dienden te zijn van voormelde wijziging van het ATB. Op het moment waarop het vonnis waarvan beroep werd gewezen was in deze zaak nog geen uitspraak gedaan (zie verder hierna sub 2.11). 2.5. ABVAKABO FNV heeft bij brief van 21 december 2006, gericht aan de commandant van de brandweer Amsterdam, [Commandant van de brandweer Amsterdam], het volgende ultimatum gesteld: "Hierbij stellen wij u in de gelegenheid om uiterlijk donderdag 11 januari 2007 voor 9.00 uur onze eisen in te willigen: - invoering van de 48-urige werkweek voor de brandweer op een zo kort mogelijke termijn, met als uiterste invoeringsdatum 1 januari 2007; - hierbij dient, in elk geval tot de uitspraak in de zaak [Brandweerman]/gemeente Den Haag, de bezoldiging gehandhaafd te blijven, zonder toename van zgn. "effectieve-uren" (er mag gemiddeld per dienst geen toename van zgn. effectieve uren zijn ten opzichte van het huidige rooster, tenzij dit aantoonbaar noodzakelijk is in relatie tot de geoefendheid); - een latere invoeringsdatum is voor ons alleen bespreekbaar als we afspraken kunnen maken over compensatie van de uren (54-48=6 uur) als overwerk. (…)Indien u onverhoopt niet binnen de gestelde termijn aan onze eisen tegemoet bent gekomen en er derhalve geen voor ons aanvaardbaar onderhandelingsresultaat tot stand is gekomen, zijn wij genoodzaakt door middel van collectieve acties een aanvaardbaar resultaat af te dwingen. Over de aard en omvang van de acties zullen wij u separaat berichten". 2.6. Het College van B & W van de gemeente Amsterdam heeft niet aan het hiervoor bedoelde ultimatum voldaan en daarbij onder meer aangegeven dat zij de uitkomst van de hiervoor onder 2.4. genoemde procedure wenste af te wachten. Vervolgens hebben de vakbonden acties aangekondigd in de vorm van zondagsdiensten bij de uitrukdienst van de Amsterdamse brandweer. Op 17 januari 2007 is de eerste actieweek aangevangen. Vervolgens is door de vakbonden een vijfde actieweek aangekondigd die zou ingaan op 14 februari en tot 21 februari 2007 zou duren. 2.7. Zondagsdiensten houden in dat trainingen, oefeningen, algemene brandveiligheidbezoeken en oriëntatiebezoeken geen doorgang vinden. 2.8. Bij vonnis in kort geding van de Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage, sector civiel (hierna: de rechtbank) van 24 januari 2007 is de vordering van eiseres om de vakbonden het oproepen tot het voeren van acties in de vorm van zondagdiensten te verbieden, afgewezen. 2.9. Op 5 februari 2007 heeft informeel overleg plaatsgevonden tussen partijen. Dit heeft niet geleid tot een resultaat. 2.10. In een door de gemeente Amsterdam tegen de vakbonden aanhangig gemaakt tweede kort geding heeft de rechtbank bij vonnis van 13 februari 2007 - zakelijk en voor zover in hoger beroep van belang - op straffe van een dwangsom bepaald dat de vakbonden zich met ingang van 21 februari 2007 (d.w.z. na afloop van de eerste vijf actieweken met alleen zondagsdiensten) dienden te onthouden van het oproepen tot medewerkers van de brandweer Amsterdam om tot zondagsdiensten over te gaan, in ieder geval tot acht weken na voormelde datum. Daarbij is onder meer als volgt overwogen: "In het reeds genoemde vonnis van 24 januari 2007 is geoordeeld dat actie door het draaien van zondagsdiensten niet doorlopend mag worden gevoerd, alsmede dat het onderhouden van de vaardigheden door trainingen en oefeningen op een korte termijn weer moet worden hervat teneinde ervoor te zorgen dat de veiligheid van de brandweerlieden zelf en de openbare veiligheid, in het bijzonder van de inwoners van Amsterdam, kan worden gegarandeerd. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die thans nopen tot een ander oordeel. (…) In dit verband wordt overwogen dat ter gelegenheid van de vorige behandeling – zoals ook is overwogen in het vonnis van 24 januari 2006 – tussen partijen niet ter discussie stond dat deze oefeningen en trainingen een belangrijk onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden bij de brandweer betreffen." 2.11. In de hierboven sub 2.4. bedoelde bodemprocedure heeft de bestuursrechter bij vonnis van 27 februari 2007 het beroep van de heer [Brandweerman] en ABVAKABO FNV gegrond verklaard, waarbij onder meer als volgt is overwogen: "(…) dat niet kan worden gezegd dat dit, zoals verweerder [hof: de gemeente Den Haag] stelt, het logisch gevolg is van zijn keuze [hof: de heer [Brandweerman]] om in overeenstemming met het ATB te kiezen voor een 48-urige werkweek. Integendeel, veeleer is dit het gevolg van de omstandigheid dat verweerder niet tijdig zijn plichten als goed werkgever is nagekomen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat richtlijn I [hof: 93/104] reeds van 1993 dateert en dat vervolgens in ieder geval reeds vanaf 2003 (met het Jaeger-arrest) duidelijk is hoe deze richtlijn volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap moet worden uitgelegd. De Nederlandse regering heeft vervolgens tot 1 juni 2006 met het aanpassen van het ATB gewacht in afwachting van een voorstel tot wijziging van richtlijn II [hof: 2003/88] door de Europese Commissie, waarover echter geen akkoord is bereikt. Het feit dat verweerder om deze redenen aanvankelijk geen stappen heeft gezet om tot een 48-uur rooster met een salaris overeenkomstig een volledige betrekking te komen, is een omstandigheid die in de risicosfeer van verweerder ligt." De bestuursrechter heeft geoordeeld dat de gemeente Den Haag aan de heer [Brandweerman] voor een 48-urige werkweek het salaris dient te betalen dat de heer [Brandweerman] verdiende (en verdient) voor de 54-urige werkweek zoals dat gebruikelijk is. Deze verplichting geldt tot het tijdstip dat de gemeente Den Haag de heer [Brandweerman] een 48-urige werkweek aanbiedt overeenkomstig een volledige betrekking in de zin van de beloningsregeling Gemeente Den Haag. 2.12. Naar aanleiding van voormeld vonnis van de bestuursrechter is tussen de vakbonden en de VNG een akkoord gesloten. Ook met betrekking tot het conflict dat de aanleiding tot de collectieve acties van de brandweer Amsterdam vormde is een oplossing bereikt. 3. Blijkens de grieven en de toelichtingen is het geschil in het onderhavige hoger beroep beperkt tot de navolgende onderwerpen (zakelijk weergegeven): a. aan welke zijde ligt de stelplicht/bewijslast voor het in het gedrang komen van geoefendheid en getraindheid van de brandweerlieden als gevolg van het te lang achter elkaar draaien van zondagsdiensten; volgens de vakbonden heeft de rechtbank miskend dat deze aan de zijde van de gemeente Amsterdam ligt. b. komt voormelde geoefendheid/getraindheid in gedrang door langer dan vijf weken achtereen zondagsdiensten te draaien, en (zo
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.