GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 10 december 2008 Zaaknummer : 105.012.982.01 Rekestnummer : 553-M-08 Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-477 [de man], wonende te [woonplaats], verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. W.C. Dieleman, tegen [de vrouw], wonende te [woonplaats], verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, en [de jongmeerderjarige], wonende te [woonplaats], verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de jongmeerderjarige, advocaat mr. H. Goedegebure. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 8 april 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 9 januari 2008 van de rechtbank Middelburg. De vrouw en de jongmeerderjarige hebben op 1 september 2008 een verweerschrift ingediend. Van de zijde van de man zijn bij het hof op 21 juli 2008 aanvullende stukken ingekomen. Op 21 november 2008 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door zijn advocaat, en de vrouw en de jongmeerderjarige, bijgestaan door hun advocaat. Partijen en hun raadslieden hebben het woord gevoerd. Ter terechtzitting heeft de man de inhoud van het appelschrift aldus toegelicht dat dit uitsluitend de grief bevat dat de rechtbank ten onrechte als volgt heeft geoordeeld: “Nu de man evenwel eerst thans stelt dat hij sedert 16 oktober 2006 wegens zijn huwelijk met mevrouw [X] onvoldoende draagkracht heeft om de bij beschikking van deze rechtbank van 30 maart 2005 vastgestelde bijdrage ten behoeve van [Y] te (blijven) voldoen, zal de rechtbank, mede gelet op het consumptieve karakter van de bijdrage, bepalen dat [Y] het over deze periode van 16 oktober 2006 tot 1 juni 2007 door de man betaalde niet behoeft terug te betalen.” Verder heeft de man gesteld dat al hetgeen overigens door formulering en/of strekking eveneens als grief zou kunnen worden aangemerkt, is ingetrokken. Daarop is van de zijde van de vrouw en de jongmeerderjarige verklaard dat met die uitleg van het appelschrift ingestemd kan worden en dat aldus duidelijk is waartegen het appel zich keert. HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang en uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van 30 maart 2005 van de rechtbank Middelburg gewijzigd in die zin dat is bepaald dat de man met ingang van 16 oktober 2006 niet langer gehouden is bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige, onder verdere bepaling dat hetgeen over de periode van 16 oktober 2006 tot 1 juni 2007 ter zake is betaald of verhaald niet behoeft te worden terugbetaald. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.