GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 10 juni 2009 Zaaknummer : 105.012.089.01 Rekestnummer : 1525-H-07 Rekestnr. rechtbank : FA RK 06-4836 de heer X, wonende te A, verzoeker tevens incidenteel verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man, procesadvocaat mr. N.J.R.M. Elings, advocaat mr. G.J.J. Lolkema te Capelle aan den IJssel tegen mevrouw Y, wonende te B, verweerster tevens incidenteel verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. J.W. van der Kooi. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 24 oktober 2007 in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 juli 2007. De vrouw heeft op 12 december 2007 een verweerschrift tevens houdende incidenteel appel ingediend. De man heeft op 18 januari 2008 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend. Van de zijde van de man zijn bij het hof op 25 oktober 2007 en 28 december 2007 aanvullende stukken ingekomen. De raad heeft het hof bij brief van 9 juni 2008 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen. Op 12 september 2008 is de zaak mondeling behandeld, alwaar partijen ten overstaan van het hof hebben het volgende verklaard: “De partijen zijn als volgt overeengekomen: met ingang van 15 november 2007 zal de partneralimentatie op nihil worden gesteld nu de vrouw sinds die datum inkomen verwerft; met ingang van 15 november 2007 zal de man aan de vrouw een bedrag van € 400,00 per maand kinderalimentatie betalen. Partijen zullen voorts hun geschil omtrent de partneralimentatie voor de periode tot 15 november 2007, alsmede hun geschil over de gewone verblijfplaats van de minderjarige en de omgangsregeling aan de mediator voorleggen. Zij zullen het traject van mediation naast rechtspraak volgen ten einde hun geschil in onderling overleg op te lossen”. Beide partijen hebben, nadat de mediation is mislukt, het hof verzocht om een voortgezette mondelinge behandeling. Voorts zijn van de zijde van de vrouw bij het hof op 14 mei 2009 en van de zijde van de man op respectievelijk 18 mei 2009 en 27 mei 2009 nog aanvullende stukken ingekomen. De raad heeft het hof aanvankelijk bij faxbrief van 27 april 2009 laten weten ter terechtzitting te zullen verschijnen, doch heeft het hof bij faxbrief van 28 mei 2009 bericht als gevolg van gebrek aan capaciteit niet in staat te zijn zorg te dragen voor vertegenwoordiging ter terechtzitting. Op 29 mei 2009 is de mondelinge behandeling van de zaak voortgezet. Verschenen zijn: de man, bijgestaan door mr. G.J.J. Lolkema en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Alle aanwezigen hebben het woord gevoerd, de raadsvrouw van de man onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie. HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is onder meer de echtscheiding uitgesproken en is bepaald dat; na te noemen minderjarige de gewone verblijfplaats zal hebben bij de vrouw; de man met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de vrouw, die de minderjarige verzorgt en opvoedt zal betalen een bedrag van € 500,00 per maand telkens bij vooruitbetaling te voldoen; de man ten behoeve van de vrouw tegen kwijting tot haar levensonderhoud een bedrag van € 804,00 per maand telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. In hoger beroep is voorts komen vast te staan dat de bestreden beschikking van 25 juli 2007 waarbij tussen partijen de echtscheiding is uitgesproken op 7 december 2007 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP 1. In geschil is thans nog in het kader van de toedeling van de zorg- en opvoedingstaken de gewone verblijfplaats van de minderjarige [kind M geboren in] 2002 te [plaats], alsmede de omgangsregeling. Voorts is tussen partijen nog in geschil de partneralimentatie voor de periode tot 15 november 2007. 2. De man verzoekt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te bepalen bij de man, de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige voor de man te bepalen op 75% en voor de vrouw op 25% van € 455,00 per maand en het verzoek van de vrouw tot betaling van een bijdrage in haar levensonderhoud af te wijzen. 3. De vrouw bestrijdt het principale beroep en verzoekt dit op alle punten af te wijzen, en in incidenteel appel de beschikking van de rechtbank op het punt van de omgangsregeling te vernietigen en opnieuw beschikkende te bepalen dat de minderjarige een weekend per veertien dagen van vrijdag na school tot zondag 19.00 uur – 20.00 uur alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de man verblijft. 4. De man bestrijdt het incidenteel beroep en verzoekt de bestreden beschikking voor wat betreft de omgangsregeling in stand te houden voorzover het hof in hoger beroep bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw is, en de vrouw niet ontvankelijk te verklaren in haar incidenteel appel, kosten rechtens. kinderalimentatie 5. Partijen hebben ter terechtzitting van 12 september 2008 overeenstemming bereikt over de met ingang 15 november 2007 door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie. Nu partijen over de kinderalimentatie voor zover deze aan het oordeel van het hof is onderworpen derhalve overeenstemming hebben bereikt, zal het hof dienovereenkomstig beslissen. partneralimentatie 6. Partijen zijn het er over eens dat de vrouw met ingang van 15 november 2007 in staat is om volledig in haar eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Nu partijen over de partneralimentatie voor zover deze aan het oordeel van het hof is onderworpen derhalve overeenstemming hebben bereikt zal het hof dienovereenkomstig beslissen. verdeling van de zorg en opvoedingstaken 7. Op 1 maart 2009 is in werking getreden de Wet van 27 november 2008 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding; Stb. 2008, 500). Nu daarin overgangsrechtelijke bepalingen ontbreken, gaat het hof uit van de onmiddellijke werking van de wet. Waar het vóór eerstgenoemde datum, in het geval ouders gezamenlijk het gezag hebben over hun minderjarige kind(eren), in gerechtelijke procedures gangbaar was te spreken van “omgang”, in de zin van de duur van het verblijf van de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.