GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 8 april 2009 Zaaknummer : 105.012.922.01 Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-4734 + FA RK 07-5962 [appellant], wonende te [woonplaats], verzoekster, tevens incidenteel verweerster, in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. J.W. van der Kooi, tegen [geïntimeerde], wonende te [woonplaats], verweerder, tevens incidenteel verzoeker, in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. J.W. Verhoef. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De moeder is op 21 maart 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te Den Haag van 21 december 2007, hierna: de bestreden beschikking. De vader heeft op 9 mei 2008 een verweerschrift, tevens houdende incidenteel appel, ingediend. De moeder heeft op 30 juni 2008 een verweerschrift op het incidenteel appel ingediend. Van de zijde van de moeder zijn op 29 mei 2008 en 3 september 2008 aanvullende stukken binnengekomen. Van de zijde van de vader zijn op 2 juni 2008 aanvullende stukken binnengekomen. De raad voor de kinderbescherming, vestiging ’s-Gravenhage, heeft het hof bij faxbrief van 16 maart 2009 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen. Op 18 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Ten behoeve van de ouders is tevens verschenen de heer A. Dahmani, tolk in de Marokkaanse en Arabische taal, die de eed heeft afgelegd. HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is - voor zover in hoger beroep van belang - bepaald dat, met wijziging in zoverre van de beschikking van de rechtbank d.d. 21 september 2007, de hoofdverblijfplaats van [naam minderjarige], geboren op 18 augustus 2004 te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige, voortaan bij de vader zal zijn. Daarnaast is bepaald dat de minderjarige bij zijn moeder zal zijn gedurende: - twee weekenden per drie weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.00 uur; - de helft van de schoolvakanties en feestdagen; - het slachtfeest; - de eerste helft van de zomervakantie, waarbij de moeder de minderjarige aan het begin van de omgang ophaalt van het treinstation te [y] en de vader de minderjarige aan het einde van de omgang terugbrengt naar [z], alwaar de overdracht plaats zal hebben voor het politiebureau, locatie [x]. Het anders of meer verzochte is door de rechtbank afgewezen. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.