GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE Sector handel Zaaknummer : 105.006.685/01 Rolnummer (oud) : 07/820 Rolnummer rechtbank : 230822/HA ZA 04-3563 arrest van de vijfde civiele kamer d.d. 30 juni 2009 inzake
(3)een rugleuning, bestaande uit twee met enige tussenruimte en (nagenoeg) verticaal onder elkaar geplaatste houten plankjes, die in horizontale richting enigszins naar achteren zijn gebogen en die bovenin tussen de staanders zijn aangebracht. Bij de Tripp Trapp met hoge rugleuning (de 'Napoleon', bestemd voor minder valide kinderen) benadert de bovenzijde van het bovenste plankje de vorm van een halve ovaal, waardoor het bovenste plankje in midden veel breder is dan het bovenste plankje bij de uitvoering met de lage rugleuning. Alle genoemde verbindingselementen zijn door middel van zwarte inbusbouten aan de liggers en staanders bevestigd. In de staanders, tussen de twee plankjes die de rugleuning vormen, is een uitsparing aangebracht waarin een veiligheidsbeugel, bestaande uit een in horizontale richting naar voren gebogen balkje, kan worden geplaatst. De veiligheidsbeugel is voorzien van een leren riempje dat aan de zitting kan worden bevestigd. De schuine staanders zijn voorzien van veertien horizontale sleuven. In die sleuven kunnen de zitting, bestaande uit een nagenoeg rechthoekig stuk multiplex, en de voetensteun, bestaande uit een eveneens nagenoeg rechthoekig, maar breder stuk multiplex, worden geplaatst door deze horizontaal in de sleuven te schuiven. De achterzijde van de zitting en de achterzijde van de voetenplank zijn (van boven bezien) enigszins gebogen en volgen de vorm van de rugleuning; de zitting is aan de voorzijde voorzien van een uitsparing waarin het leren riempje van de veiligheidsbeugel kan worden bevestigd. Door het verschillende aantal sleuven kan de hoogte van de zitting en van de voetenplank worden aangepast aan de lengte van het kind. De Tripp Trapp kan ook als stoel voor volwassenen dienen door de zitting weg te laten en de voetenplank op zithoogte te plaatsen; de voetenplank dient dan als zitting. De Tripp Trapp ziet er als volgt uit: Tripp Trapp 9. Het hof beschouwt (overeenkomstig hetgeen Stokke c.s stellen bij conclusie van repliek onder 20, voorlaatste zin) in het bijzonder als oorspronkelijk aan de Tripp Trapp de schuine staanders waarin alle elementen van de kinderstoel - de rugleuning, de zitting en de voetenplank - zijn verwerkt. De rugleuning, de zitting en de voetenplank, die aan weerszijden aan de staanders vast (rugleuning), dan wel verstelbaar (zitting en voetenplank), zijn verbonden, worden aldus 'gedragen' door de twee schuine staanders. Het effect daarvan is dat het zijaanzicht wordt bepaald door de achterover hellende staanders met de aan weerszijden van de staanders in horizontale richting uitstekende vlakken van de zitting en de voetenplank; de rugleuning is van opzij gezien nauwelijks zichtbaar. Hierdoor krijgt de Tripp Trapp een strak, 'geometrisch' uiterlijk. Van de voorkant gezien valt eveneens het strakke lijnenspel, gevormd door de (louter) verticale en horizontale elementen, op. 10. Daarnaast, en daarvan te onderscheiden, acht het hof karakteristiek voor de Tripp Trapp de L-vorm, die ontstaat door de combinatie van de schuine staanders met de horizontale liggers. Hierdoor ontstaat het 'zwevende' effect. Fikzso c.s. bestrijden niet dat de L-vorm, door hen ook wel aangeduid als open Z-vorm, een 'enigszins auteursrechtelijk beschermd element' is. Wel wijzen zij erop dat een diagonaal frame reeds gebruikt is in 1932 in de Zig-zagstoel van Gerrit Rietveld (conclusie van dupliek in conventie onder 22 en verder). In hoger beroep leggen zij afbeeldingen over van andere toepassingen van de L-vorm in stoelen (memorie van antwoord onder 37). Dit leidt er opnieuw toe dat het ontwerp van [...] niet baanbrekend was in esthetisch zin, aldus Fikzso c.s. Het hof overweegt dat de Zig-zagstoel (die overigens ook als kinderstoel bestaat) is voorzien van een onderstel, bestaande uit een (nagenoeg) vierkante horizontale houten grondplaat waaraan een in een hoek van ongeveer 45º naar voren hellende rechthoekige houten plaat is verbonden. Daarop rust een (nagenoeg) vierkante, horizontaal geplaatste houten zitting. De rugleuning bestaat uit een (nagenoeg) vierkante houten plaat die een hoek van (nagenoeg) 90º maakt met de zitting. De Zig-zagstoel er als volgt uit (bron: website Vitra designmuseum): Zig-zagstoel De zitting van de Zig-zagstoel rust dus niet op twee afzonderlijke staanders en liggers van een bepaalde breedte en dikte, maar op twee houten platen. De overeenkomst met de Tripp Trapp is slechts dat die platen van opzij bezien een L-vorm hebben, zij het in spiegelbeeld ten opzichte van de Tripp Trapp, terwijl de platen een aanmerkelijk kleinere hoek met elkaar maken dan de liggers met de staanders van de Tripp Trapp. De constructie is dan ook een geheel andere. Hieruit volgt dat de Zig-zagstoel geen, althans niet noemenswaardig, afbreuk doet aan de oorspronkelijkheid van de L-vorm die de staanders en liggers van de Tripp Trapp tezamen hebben. 11. Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat de schuine stand van de staanders niet louter technisch is bepaald, waarmee bedoeld wordt dat die schuine stand inherent is aan de toepassing van het sleuvensysteem bij een in hoogte verstelbare kinderstoel. Het hof stelt voorop dat ook voortbrengselen die een technisch effect dienen, voorwerp van auteursrechtelijke bescherming kunnen zijn, mits zij oorspronkelijk zijn. Van bescherming is slechts uitgesloten datgene wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect. Stokke c.s. stellen gemotiveerd dat het sleuvensysteem ook kan worden toegepast bij een meegroeikinderstoel met verticale staanders. Zij hebben ter onderbouwing van hun stelling bij memorie van grieven een rapport van januari 2008 van prof. A.H. Marinissen overgelegd. In dit rapport wijst prof. Marinissen erop dat een verticale stand van de dragers 'logisch' zou zijn. Hij geeft voorbeelden van mogelijke toepassingen van het systeem waarbij verticale staanders ('dragers') zijn voorzien van horizontale sleuven ('geleidingen') waarin elementen geschoven kunnen worden (afbeeldingen 20 tot en met 24 bij zijn rapport). Dat zijn betoog niet slechts theoretisch is, blijkt uit de door Fikzso c.s. bij pleidooi als productie 13 overgelegde afbeelding van de 'Bopita'-kinderstoel. Deze verstelbare kinderstoel voorziet in twee verticale, althans een aanmerkelijk grotere hoek dan 70? met de liggers makende, staanders waarin sleuven zijn aangebracht, waarin de zitting op verschillende hoogtes kan worden tussengeschoven. De rugleuning is dieper naar achteren gebogen en duidelijk zichtbaar in het silhouet; de (in hoogte verstelbare) voetenplank is aangebracht op een vaste verbinding tussen de staanders en steekt alleen naar voren - dus niet naar achteren - uit. Fikzso c.s. stellen dat Stokke de Bopita-kinderstoel niet 'aanpakt' omdat deze zich in hetzelfde prijssegment bevindt als de Tripp Trapp. Zij ziet evenwel over het hoofd dat de Bopita-kinderstoel geen auteursrechtinbreuk maakt op de Tripp Trapp, immers voorziet in een systeem van staanders met sleuven die (nagenoeg) loodrecht op de liggers staan. Doordat de staanders niet schuin, maar (nagenoeg) loodrecht staan en de (cursieve) L-vorm ontbreekt, maakt deze kinderstoel ook een geheel andere totaalindruk. Op de tevens door Fikzso c.s. overgelegde advertentie komt ook een andere, in hoogte verstelbare kinderstoel voor ('Childwood'). Deze stoel, uit een veel lagers prijssegment, laat eveneens een andere, niet inbreukmakende toepassing van het systeem van de Tripp Trapp zien. Naar het oordeel van het hof waren dus andere uitvoeringsvormen met toepassing van dezelfde techniek mogelijk. De maker van de Tripp Trapp heeft gekozen voor een uitvoeringsvorm waarbij alle elementen van de kinderstoel in de staanders zijn verwerkt en wel zodanig dat deze elementen, van opzij bezien, zoveel mogelijk 'wegvallen' tegen de staanders. Aan dit oordeel doet niet af dat de hoek tussen de staanders en de liggers van de Tripp Trapp mede wordt bepaald door de anatomie van de mens (het kind) en voorts door praktische en technische voorwaarden, zoals de lengte van de liggers en de staanders en de stabiliteit van de stoel. 12. Indien moet worden aangenomen dat de Tripp Trapp, een ontwerp van de Noor [...], valt binnen de 'Scandinavische stijl', is het hof van oordeel dat deze stijl op zichzelf geen invloed heeft gehad op de vormgeving van de auteursrechtelijk beschermde trekken. Deze trekken, te weten de schuine staanders waarin alle elementen van de stoel zijn verwerkt en de L-vorm van de staanders en de liggers, kunnen immers niet worden aangemerkt als typisch voor de 'Scandinavische stijl'. De uitvoering van de Tripp Trapp (destijds uitsluitend) in blank hout behoort wel tot genoemde stijl, maar niet tot de auteursrechtelijk beschermde trekken; de Tripp Trapp wordt overigens tegenwoordig ook in diverse kleuren uitgevoerd, waaruit blijkt dat deze stijl in het ontwerp een ondergeschikte rol speelt. Een sobere vormgeving, zonder tierelantijnen, is niet voorbehouden aan Scandinavisch design. 13. Naar het oordeel van het hof heeft de Tripp Trapp dus twee afzonderlijke auteursrechtelijk beschermde trekken: de schuine staanders waarin alle elementen van de stoel zijn verwerkt en de L-vorm van de staanders en de liggers. Het door Fikzo c.s. ingenomen standpunt dat de auteursrechtelijke beschermingsomvang uitsluitend wordt bepaald door de L-vorm, wordt dus als te beperkt verworpen. 14. In het licht van het voorgaande dient vervolgens te worden beoordeeld of de Bambino van Fikzso c.s. inbreuk maakt op het auteursrecht op de Tripp Trapp. Het hof overweegt dat de Bambino is uitgevoerd in blank hout/multiplex en is voorzien van twee, onder een hoek van ongeveer 70º naar achteren hellende staanders van een bepaalde breedte en dikte waarin rugleuning, zitting en voetenplank zijn verwerkt op (vrijwel) dezelfde wijze als bij de Tripp Trapp. De afmetingen van staanders en liggers en de uitvoering van de rugleuning en de veiligheidsbeugel komen vrijwel overeen met die van de Tripp Trapp met hoge rugleuning, met dien verstande dat bij de Bambino de bovenzijden van de staanders, van opzij bezien, enigszins zijn afgerond, dat de rugleuning minder hoog is en dat de veiligheidsbeugel is voorzien van een riempje van textiel dat aan de zitting kan worden bevestigd. De schuine staanders zijn voorzien van elf horizontale sleuven. De zitting, bestaande uit een stuk multiplex, en de voetensteun, bestaande uit een iets breder stuk multiplex, zijn (van boven bezien) zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde enigszins gebogen; de zitting is aan de voorzijde voorzien van een uitsparing waarin het riempje van de veiligheidsbeugel kan worden bevestigd. De naar achteren hellende staanders steunen op andere, in een hoek van ongeveer 75º naar voren hellende staanders die op enige afstand (ongeveer 11
- cm)van de bovenzijde van de achterwaarts hellende staanders daaraan zijn verbonden. Daardoor zijn de naar voren hellende staanders iets korter dan de naar achteren hellende staanders. Op enige afstand van de onderzijde (ongeveer 9
- cm)zijn de achterwaarts hellende staanders en de voorwaarts hellende staanders met elkaar verbonden door een dwarsbalk, die iets breder is dan de staanders, maar dezelfde dikte heeft. Aldus benadert het zijaanzicht van de Bambino de contouren van een cursieve A (A), waarbij het horizontale streepje niet, zoals gebruikelijk, ongeveer halverwege, maar bijna onderaan is aangebracht. De achterwaarts hellende staanders zijn onderling verbonden door een aan de onderzijde aangebrachte zwarte metalen stang; de voorwaarts hellende staanders zijn met elkaar verbonden door een plank. Alle genoemde verbindingselementen (inclusief de veiligheidsbeugel) zijn door middel van metaalkleurige inbusbouten aan de liggers en staanders bevestigd. De Bambino ziet er als volgt uit: Bambino 15. Het hof is in het licht van het voorgaande van oordeel dat de Bambino in ieder geval één van de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont: de schuine staanders waarin rugleuning, zitting en voetenplank zijn verwerkt, zodanig dat van opzij gezien deze elementen wegvallen tegen de achterwaarts hellende staanders. De L-vorm van de staanders en de liggers van de Tripp Trapp, is in de Bambino als zodanig niet aanwezig. Van opzij gezien vormen de staander tezamen met de dwarsbalk de contouren van een A. Het 'zwevende' effect ontbreekt dan ook bij de Bambino. Dit neemt niet weg dat in het zijaanzicht van de Bambino, als onderdeel van de A-vorm, tevens de L-vorm ligt besloten, hetgeen wordt benadrukt door de keuze de dwarsbalk vrij laag (op ongeveer 9 cm afstand van de vloer) te plaatsen. De vraag rijst welke gevolgen dit heeft voor de totaalindrukken van beide kinderstoelen. In dit verband acht het hof het volgende van belang. 16. Het door de Hoge Raad aanvaarde 'totaalindrukken'-criterium geldt, naar wordt aangenomen, alleen voor voorwerpen van toegepaste kunst. Bij werken van literatuur en (zuivere) kunst levert overname van één auteursrechtelijk beschermd element reeds inbreuk op, ook als de totaalindrukken geheel verschillend zijn. Het 'totaalindrukken'-criterium dient om vast te stellen in hoeverre de auteursrechtelijk beschermde trekken van het werk van toegepaste kunst in het beweerdelijk inbreukmakende voorwerp zijn overgenomen en tevens of sprake is van ontlening. Bedacht moet daarbij worden dat de overeenkomst van totaalindrukken iets anders is dan verwarringsgevaar; bij auteursrechtinbreuk is verwarringsgevaar immers geen vereiste. Verder geldt ook bij toegepaste kunst dat de beantwoording van de vraag of sprake is van auteursrechtinbreuk in hoge mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder de aard van het werk. Het gaat in dit geval om een ontwerp dat bekroond is met verschillende prijzen en is opgenomen in de collectie van het Vitra Design Museum. Naar het oordeel van het hof, en anders dan de rechtbank, is dan ook sprake van revolutionair ontwerp met een hoge mate van oorspronkelijkheid en een nieuwe visie op het tot dan toe bestaande concept van een kinderstoel. Daarbij past een ruime beschermingsomvang. In een geval als het onderhavige, waarin in een werk twee auteursrechtelijk beschermde trekken kunnen worden onderscheiden, terwijl voorts moeten worden uitgegaan van een ruime beschermingsomvang, kan niet worden aanvaard dat het overnemen van slechts één van die trekken zou meebrengen dat van auteursrechtinbreuk geen sprake kan zijn. 17. Het voorgaande in aanmerking genomen is het hof van oordeel dat Bambino met zijn schuine staanders, waarin de rugleuning, zitting en voetenplank zijn verwerkt, in combinatie met de A-vorm van het onderstel, waarin de L-vorm van de staanders en liggers van de Tripp Trapp ligt besloten, van opzij gezien in voldoende mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp vertoont, terwijl het vooraanzicht van beide stoelen alleen hierin verschilt dat bij de Bambino de dwarsbalk tussen de liggers ontbreekt. Een en ander leidt ertoe dat, ook al verschillen de totaalindrukken doordat de L-vorm van staander en ligger in de Bambino niet aanwezig is, de totaalindrukken die de Tripp Trapp en de Bambino maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de Bambino als een nieuw en oorspronkelijk werk kan worden aangemerkt. Hieruit volgt tevens dat een vermoeden van ontlening moet worden aangenomen. Fikszo c.s. hebben niets gesteld ter ontzenuwing van dit vermoeden. Het hof is dan ook van oordeel dat de Bambino inbreuk maakt op het auteursrecht op de Tripp Trapp. De grieven I tot en met VI zijn in zoverre gegrond. 18. Grief VI klaagt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat ook de kinderstoelen Amber, Yasmine en Thomas inbreuk maken op de rechten van Stokke. In het bijzonder heeft de rechtbank miskend dat de totaalindrukken van deze kinderstoelen overeenstemmen met die van de Tripp Trapp, dat er meer punten van overeenstemming dan verschil zijn en dat de essentie van de Tripp Trapp in deze stoelen is geïncorporeerd. Bij pleidooi betogen Stokke c.s. nog dat de Amber, Yasmine en Thomas prototypes zijn, die niet daadwerkelijk worden verhandeld, ook niet sinds de rechtbank heeft geoordeeld dat deze geen inbreuk op het auteursrecht op de Tripp Trapp maken. Het zijn slechts 'proefballonnetjes'. Daarvoor is een civiel geding niet bedoeld. Fikzso c.s. hebben daarom geen belang bij hun reconventionele vordering, aldus Stokke c.s. 19. Het hof overweegt dat Fikzso c.s. in reconventie een verklaring voor recht vorderen dat zij geen inbreuk maken op de auteursrechten van Stokke c.s. De eiser van een verklaring voor recht moet voldoende belang bij zijn vordering hebben (artikel 3:303 BW). Dit geldt in het bijzonder als het, zoals in dit geval, een negatieve verklaring voor recht betreft. Stokke c.s. zijn tijdens deze procedure voor het eerst met de Amber, de Yasmine en de Thomas geconfronteerd. Zij hebben dus niet voorafgaand aan deze procedure Fikzso c.s. aansprakelijk gesteld of gedreigd met een verbodsactie. Wel hebben zij in deze procedure inhoudelijk verweer gevoerd tegen de reconventionele vordering en zich op het standpunt gesteld dat de Amber, de Yasmine en de Thomas inbreuk maken op het auteursrecht op de Tripp Trapp. Fikzso c.s. betwisten dat de Amber, de Yasmine en de Thomas nog niet worden verhandeld. Het hof is van oordeel dat onder deze omstandigheden Fikzso c.s. alleen dan een rechtens te respecteren belang hebben bij hun vordering indien genoemde modellen kinderstoelen thans reeds op de markt zijn, althans indien aannemelijk is dat deze modellen binnenkort op de markt zullen worden gebracht. Het hof zal Fikzso c.s. in de gelegenheid stellen hun standpunt dat de Amber, de Yasmine en de Thomas thans reeds (in Nederland) op de markt zijn of binnenkort zullen zijn, te onderbouwen. Het zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen. 20. Grief VII heeft geen zelfstandige betekenis. Beslissing Het hof: alvorens verder te beslissen, verwijst de zaak naar de rol van 28 juli 2009 met het doel als hiervoor onder 19 overwogen. Dit arrest is gewezen door mrs J.C. Fasseur-Van Santen, C.J. Verduyn en M.Y. Bonneur en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.