GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 16 december 2009 Zaaknummer : 200.029.135/01 Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-3099 [verzoeker], zonder vaste woon- en verblijfplaats, verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. I. Spoel te ‘s-Gravenhage, tegen de GEMEENTE DELFT, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de gemeente, gemachtigde: mevrouw F.M.L. de Vos. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 24 maart 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 4 november 2008 van de rechtbank ‘s-Gravenhage. Van de zijde van de man zijn bij het hof op 21 april 2009, 30 oktober 2009 en 2 november 2009 aanvullende stukken ingekomen. Op 11 november 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de man, en namens de gemeente, mevrouw F.M.L. de Vos en mevrouw F.M.F.N. Baeten. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet in persoon verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd. Mevrouw De Vos heeft, daarnaar gevraagd door het hof, haar machtiging getoond op grond waarvan zij gerechtigd is om namens de gemeente op te treden. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – het bedrag dat de man ten aanzien van verhaal van de kosten van bijstand verleend aan [naam vrouw] (hierna: de vrouw), mede ten behoeve van de minderjarige, [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige), geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats], met ingang van 1 februari 2008 aan de gemeente dient te betalen, vastgesteld op € 795,- per maand, zolang en voor zover die bijstandsverlening aan de vrouw, mede ten behoeve van de minderjarige voortduurt. Voorts is vastgesteld dat de inmiddels ontstane achterstand in de betaling terstond opeisbaar zal zijn. Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat - voor zover in hoger beroep van belang - tussen partijen het volgende vast. De man heeft met de vrouw een kind, de hierboven genoemde minderjarige. De minderjarige verblijft bij de vrouw. Er is ten laste van de man geen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige opgelegd, doch verhaal van de bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud van het kind. De gemeente verleent sinds 20 juni 2005 bijstand – naar de norm van een alleenstaande ouder –aan de vrouw, mede ten behoeve van de minderjarige. Bij brief van 25 september 2007 heeft de gemeente de man verzocht inlichtingen te verstrekken, zodat de verhaalsbijdrage met ingang van 1 oktober 2007 zou kunnen worden vastgesteld. Zij deelde daarbij mee dat zij de verhaalsbijdrage ambtshalve zou vaststellen op de volledige bruto bijstandskosten wanneer de man de gevraagde inlichtingen niet zou verstrekken. De man heeft aan het verzoek van de gemeente niet voldaan. Bij brief van 14 november 2007 is de man nogmaals in de gelegenheid gesteld relevante financiële gegevens te verstrekken, van welke gelegenheid hij geen gebruik heeft gemaakt. Op 15 januari 2008 heeft de gemeente de man een verhaalsbesluit gezonden, waarin de verhaalsbijdrage voor de man werd vastgesteld op de volledige bruto bijstandsuitkering zoals door de vrouw wordt genoten. Daarin is tevens aan de man meegedeeld dat de gemeente zal overgaan tot verhaal in rechte, in het geval de man niet aan zijn betalingsverplichtingen jegens haar zou voldoen. De man heeft de door de gemeente vastgestelde verhaalsbijdrage, ondanks herhaalde aanmaning door de gemeente, niet aan haar voldaan. Bij verzoekschrift van 17 april 2008 heeft de gemeente de rechtbank te ‘s-Gravenhage verzocht de verhaalsbijdrage ten laste van de man met ingang van 1 februari 2008 te bepalen op € 795,- per maand, zolang de bijstandsverlening aan de vrouw – al dan niet mede ten behoeve van de minderjarige – voorduurt. Verder verzocht zij de rechtbank te bepalen dat de man de inmiddels ontstane achterstand in de betalingen dient te voldoen. De man heeft tegen dit inleidende verzoek geen verweer gevoerd. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.