Rolnummer: 22-006326-08 Parketnummer: 11-510168-08 Datum uitspraak: 5 juli 2010 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 27 november 2008 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedag] 1944, adres: [woonadres] te [woonplaats], thans verblijvende in [verblijfplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 14 september 2009 en 21 juni 2010. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Blijkens een akte intrekking rechtsmiddel is het hoger beroep op 2 juni 2010 namens de verdachte ingetrokken. Ingevolge artikel 453, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is de intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk nu de behandeling van de zaak reeds was aangevangen. In voorkomend geval kan de verdachte echter niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege het ontbreken van ‘enig in rechte te respecteren belang’ bij een verdere behandeling en uitspraak. Hoewel het hoger beroep is ingetrokken nadat de behandeling van de zaak in hoger beroep al is aangevangen, zal het hof in dit specifieke geval aan de intrekking het door de verdachte gewenste gevolg verbinden door verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Het hof overweegt hieromtrent het volgende. Verdachte heeft via zijn raadsman te kennen gegeven om hem moverende redenen het hoger beroep te willen intrekken. Hieruit kan worden afgeleid dat de verdachte geen belang meer heeft bij voortzetting van de behandeling van het hoger beroep. De advocaat-generaal heeft meegedeeld dat zij de benadeelde partij heeft geïnformeerd en dat het openbaar ministerie zich niet verzet tegen een niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep. Het hof stelt vast dat geen strafvorderlijk belang is gediend met het voortzetten van de behandeling ter terechtzitting. Gelet op het vorenstaande zal het hof de verdachte alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul, mr. W.P.C.M. Bruinsma en mr. H.C. Wiersinga, in bijzijn van de griffier mr. H. Biemond. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juli 2010.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.