← Nederland

ECLI:NL:GHSGR:2010:BK9372

Rolnummer: 22-000331-08 Parketnummers: 09-900094-06 en 09-900594-07 Datum uitspraak: 19 januari 2010 TEGENSPRAAK Gerechtshof te 's-Gravenhage meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 14 december 2007 in de strafzaak tegen de verdachte: [betrokkene 2], geboren te [geboorteplaats] (India) op [geboortedatum], thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van 13 en 20 februari 2009, 12 juni 2009, 27 en 30 oktober 2009, 6 en 20 november 2009, 9 december 2009 en 5 januari 2010. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - het navolgende ten laste gelegd. Het hof heeft de feiten van een doorlopende nummering voorzien en zal die nummering in dit arrest aanhouden: Dagvaarding met parketnummer 09-900094-06 Feit 1 hij op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, een meisje genaamd [slachtoffer], (geboren [geboortedatum slachtoffer]) van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(

  1. s)meermalen, althans eenmaal (telkens) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans (telkens) opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(
  2. en)en/of be(e)n(
  3. en)van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)gebonden en/of * die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beetgepakt en/of in de keel van die [slachtoffer] geknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of * een /de hand(
  4. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dichtgehouden en/of gekepen, althans de mond van die [slachtoffer] gesnoerd en/of * op enige wijze de ademhaling bij/van die [slachtoffer] belemmerd en/of * met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(
  5. en)in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; art 289 Wetboek van Strafrecht art 287 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of een of meer anderen op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk al dan niet met voorbedachten rade een meisje genaamd [slachtoffer], (geboren [geboortedatum slachtoffer]) van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of (een) ander(
  6. en)meermalen, althans eenmaal (telkens) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans (telkens) opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(
  7. en)en/of be(e)n(
  8. en)van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)gebonden en/of * die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beetgepakt en/of in de keel van die [slachtoffer] geknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of * een /de hand(
  9. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dichtgehouden en/of gekepen, althans de mond van die [slachtoffer] gesnoerd en/of * op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] belemmerd en/of * met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(
  10. en)in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden; tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door *met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(
  11. en)en/of be(e)n(
  12. en)van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)gebonden en/of * een of meer stok(ken) te pakken en/of over te dragen en/of te geven aan die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of (een) ander(
  13. en)en/of * aan die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of (een) ander(
  14. en)de opdracht (door) te geven, dat die [slachtoffer] moest worden vastgebonden en/of geslagen en/of * (stilzwijgend) in te stemmen met het telkens door die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of een of meer ander(
  15. en)met een/ meer stok(ken), althans een/meer hard(
  16. e)voorwerpen) op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of * wetende dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of een of meer ander(
  17. en)voornemens waren om die [slachtoffer] vast te binden en/of (met kracht) te slaan en/of te stompen na te laten die [slachtoffer] uit de woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag, althans de ruimte waar die [slachtoffer] zich toen aldaar bevond, mee te nemen en/of de politie en/of justitie hieromtrent te informeren, dan wel op enige andere wijze hulp in te roepen; art 289 Wetboek van Strafrecht art 287 Wetboek van Strafrecht art 48 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachte rade, althans, telkens opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten talrijke botbreuken: aan de ribben aan de rugzijde en/of zijwaarts, aan een sleutelbeen en/of een schouderblad en/of aan een bovenarm en/of uitgebreide bloeduitstortingen op het hartzakje en/of kneuzingen van het longweefsel en/of kneuzing van de rechterzijde van het hart en/of kneuzing van de wortel van de lever en/of kneuzing van de maag en/of vochtophoping in de hersenen en/of herseninklemming), althans enig lichamelijk letsel, heeft/hebben toegebracht, door die [slachtoffer] toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans telkens opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(
  18. en)en/of be(e)n(
  19. en)van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)te binden en/of * die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beet te pakken en/of in de keel van die [slachtoffer] te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vast te knijpen en/of dicht te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of * een /de hand(
  20. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te houden en/of te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of * op enige wijze de ademhaling bij/van die [slachtoffer] te belemmeren en/of * met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad; art 303 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht art 301 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of één of meer ander(
  21. en)op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, aan een persoon genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachte rade, althans, telkens opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten talrijke botbreuken: aan de ribben aan de rugzijde en/of zijwaarts, aan een sleutelbeen en/of een schouderblad en/of aan een bovenarm en/of uitgebreide bloeduitstortingen op het hartzakje en/of kneuzingen van het longweefsel en/of kneuzing van de rechterzijde van het hart en/of kneuzing van de wortel van de lever en/of kneuzing van de maag en/of vochtophoping in de hersenen en/of herseninklemming), althans enig lichamelijk letsel, heeft/hebben toegebracht, door die [slachtoffer] toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans telkens opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken en/of lappen (tezamen) de arm(
  22. en)en/of be(e)n(
  23. en)van die [slachtoffer] op de borstkas van die [slachtoffer] om en/of (vast)te binden en/of * die [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel beet te pakken en/of in de keel van die [slachtoffer] te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vast te knijpen en/of dicht te knijpen en/of de keel van die [slachtoffer] vastgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of * een /de hand(
  24. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te houden en/of te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of * op enige wijze de ademhaling bij/van die [slachtoffer] te belemmeren en/of * met één of meer stok(ken), althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(
  25. en)in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal, telkens * aan die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of (een) ander(
  26. en)de opdracht (door) te geven, dat die [slachtoffer] moest worden vastgebonden en/of geslagen en/of * (stilzwijgend) in te stemmen met het telkens door die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of één of meer ander(
  27. en)met één of meer stok(ken), althans één of meer hard(
  28. e)voorwerp(
  29. en)op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of wetende dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of S.[betrokkene 5] en/of één of meer ander(
  30. en)voornemens waren om die [slachtoffer] vast te binden en/of (met kracht) te slaan en/of te stompen na te laten die [slachtoffer] uit de woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag, althans de ruimte waar die [slachtoffer] zich toen aldaar bevond, mee te nemen en/of de politie en/of justitie en/of medische hulpdiensten hieromtrent te informeren, dan wel op enige andere wijze hulp in te roepen; art 303 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht art 301 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 1 en lid 3 Wetboek van Strafrecht art 48 Wetboek van Strafrecht Feit 2 hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 23 maart 2006 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meer perso(o)n(
  31. en)te verkrijgen die zeggenschap over die ander en/of anderen heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander en/of anderen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), * die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] naar Nederland overgebracht en/of * valse identiteitspapieren en/of paspoort(
  32. en)voor die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] geregeld en/of * zijn woning gelegen aan de [adres 1] beschikbaar gesteld en/of * die [betrokkene 5]/Roeplal en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] illegaal in deze woning gehuisvest * tegen geen en/of geringe betaling lange dagen als hulp in de huishouding en/of schoonmaker/schoonmaakster te werk stellen van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] waarbij de dwang, het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of de dreiging met dwang en/of geweld en /of een andere feitelijkheid en/of misleiding dan wel de door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben bestaan uit het: * die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] zonder geldige verblijfstatus in Nederland laten verblijven en/of * meermalen, althans eenmaal stompen en/of slaan met de hand(
  33. en)en/of met een stok en/of een lat en/of een kabel en/of een snoer en/of een zweep in het gezicht en/of tegen de rug, althans het lichaam van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] en/of * meermalen, althans eenmaal schoppen tegen het lichaam van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] en/of * aan die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] meermalen, althans eenmaal opdragen elkaar te slaan en/of te schoppen en/of * aan die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] meermalen, althans eenmaal toevoegen van de woorden "als je naar de politie gaat dan zal je elektrische schokken krijgen" en/of "als je gaat praten en/of als je wat zegt, dan zal ik je familie in India vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of * achterhouden van de (vervalste) identiteitspapier(
  34. en)en /of de (vervalste) paspoort(en), toebehorende aan die voornoemde [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] en/of; artikel 273a sub 1 en artikel 47 van het wetboek van Strafrecht Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [betrokkene 1], in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 23 maart 2006 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meer perso(o)n(
  35. en)te verkrijgen die zeggenschap over die ander en/of anderen heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander en/of anderen, immers heeft zij, verdachte, * die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] naar Nederland overgebracht en/of * die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] zonder geldige verblijfstatus in Nederland laten verblijven en/of * die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] illegaal in een woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag gehuisvest waarbij de dwang, het geweld en/of een andere feitelijkheid en/of de dreiging met dwang en/of geweld en /of een andere feitelijkheid en/of misleiding dan wel de door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben bestaan uit het: * meermalen, althans eenmaal stompen en/of slaan met de hand(
  36. en)en/of met een stok en/of een lat en/of een kabel en/of een snoer en/of een zweep in het gezicht en/of tegen de rug, althans het lichaam van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] en/of * meermalen, althans eenmaal schoppen tegen het lichaam van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] en/of * aan die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] meermalen, althans eenmaal opdragen elkaar te slaan en/of te schoppen en/of * aan die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] meermalen, althans eenmaal toevoegen van de woorden "als je naar de politie gaat dan zal je elektrische schokken krijgen" en/of "als je gaat praten en/of als je wat zegt, dan zal ik je familie in India vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of * tegen geen en/of geringe betaling lange dagen als hulp in de huishouding en/of schoonmaker/schoonmaakster te werk stellen van die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3]; tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 t/m 23 maart 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal, telkens * voor die [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] valse identiteitspapieren en/of paspoort(
  37. en)te regelen en/of * deze (vervalste) identiteitspapier(
  38. en)en /of (vervalste) paspoort(en), toebehorende aan die voornoemde [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] achter te houden en/of * zijn woning gelegen in de [adres 1] te Den Haag beschikbaar te stellen; artikel 273a sub 1 en artikel 47 en 48 van het wetboek van Strafrecht Feit 3 hij, in of omstreeks de periode van 28 januari 2006 tot en met 10 maart 2006, in elk geval op 29 januari 2006 en/of 2 februari 2006 en/of 16 februari 2006 en/of 10 maart 2006 en/of 3 april 2006 te Den Haag en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding zich jegens een of meer personen, te weten [getuige 2] en/of [betrokkene 5] en/of [getuige 1] en/of [betrokkene 3] heeft/hebben geuit, kennelijk om diens/ dier vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), we(e)t(
  39. en)of ernstige reden heeft/hebben te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar -zakelijk weergegeven-, * op 29 januari 2006 die [getuige 2] de woorden toegevoegd: "zeg tegen de politie dat "[bijnaam betrokkene 4]" die dag pas is gekomen" en/of * op 2 maart 2006 en/of 16 februari 2006, althans in eerder genoemde periode tegen [betrokkene 5] de woorden toegevoegd: "jij mag niet over de zaak praten tegen de politie" en/of "ik verbied jou om namen te noemen tegen de politie, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of * op 10 maart 2006 tegen [getuige 1] de woorden toegevoegd: "jij moet zeggen hoe zij is gevallen en/of dat moeder en vader beiden erbij waren en zij niet op het kindje hebben gelet toen ze is gevallen" en/of "zeg dat ik jou heb gebeld en dat ik jou gezegd heb dat het kindje is gevallen en/of "zeg dat ik jou gebeld heb omdat wij nog ver van huis waren en jij kon gaan kijken of er iets ernstigs was", althans woorden van gelijke aard en strekking en/of * op 3 april 2006 aan die [betrokkene 3] een op een hand(
  40. en)geschreven tekst getoond: "je moet zeggen dat je aan ons over dat hekserij/geesten niet had verteld", althans woorden van gelijke aard en strekking; artikel 285a sub 1 en artikel 47 van het wetboek van Strafrecht Dagvaarding met parketnummer 09-900954-07 Feit 4 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en (telkens) met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van (een deel van) het hart), heeft/hebben toegebracht, door toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans telkens opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken de arm(
  41. en)en/of be(e)n(
  42. en)van die [slachtoffer] om en/of (vast) te binden en/of * een/ de hand(
  43. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te houden en/of te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  44. e)voorwerp(
  45. en)in de mond van die [slachtoffer] te stoppen en/of * op enige wijze de ademhaling bij/van die [slachtoffer] te belemmeren en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(
  46. en)in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of * met het volle gewicht (met een/de voet(en)) op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] te staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vast te pakken en deze arm vervolgens met kracht om te draaien, althans te breken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen vast te pakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond te slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan te slaan en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar te schudden en/of * het hoofd van die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) met dat hoofd tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, te slaan en/of te bonken en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of - die [slachtoffer] wakker te houden, althans te voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] (aldus) lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken; art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], althans één of meer ander(
  47. en)in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachte rade, althans, telkens opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van een deel van het hart), althans enig lichamelijk letsel, heeft/hebben toegebracht, door die [slachtoffer] toen aldaar meermalen, althans eenmaal, telkens, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans telkens opzettelijk, * met één of meer shawls en/of doeken de arm(
  48. en)en/of be(e)n(
  49. en)van die [slachtoffer] om en/of (vast) te binden en/of * een/ de hand(
  50. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] te houden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] dicht te knijpen, althans de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  51. e)voorwerp(
  52. en)in de mond van die [slachtoffer]te stoppen en/of * op enige wijze de ademhaling bij / van die [slachtoffer] te belemmeren en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde) hand(
  53. en)in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of * met het volle gewicht (met een/de voet(en)) op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] te staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vast te pakken en deze arm vervolgens met kracht om te draaien, althans te breken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen vast te pakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond te slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan te slaan en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar te schudden en/of * het hoofd van die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) met dat hoofd tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, te slaan en/of te bonken en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of * die [slachtoffer] wakker te houden, althans te voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] (aldus) lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal, telkens * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of die [slachtoffer] aldus lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken en/of * (stilzwijgend) in te stemmen met het telkens door die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of (een) ander(
  54. en)houden van een/ de hand(
  55. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] en/of dichtknijpen van de mond en/of neus van die [slachtoffer], althans het snoeren van de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of het stoppen en/of proppen van speelgoed, althans een of meer hard(
  56. e)voorwerp(
  57. en)in de mond van die [slachtoffer] en/of op enige wijze belemmering van de ademhaling bij die [slachtoffer] en/of met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of staan met het volle gewicht met een/de voet(
  58. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] en/of (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vastpakken en deze arm vervolgens met kracht omdraaien, althans breken en/of die [slachtoffer] bij haar armen vastpakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan slaan en/of het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar schudden en/of het hoofd van die [slachtoffer] vastpakken en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, slaan en/of bonken en/of * wetende dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of S.[betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer ander(
  59. en)voornemens waren om die [slachtoffer] vast te binden en/of (met kracht) te slaan en/of te stompen, na te laten die [slachtoffer] uit de woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag, althans de ruimte waar die [slachtoffer] zich toen aldaar bevond, mee te nemen en/of de politie en/of justitie hieromtrent te informeren, dan wel op enige andere wijze hulp in te roepen; art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 48 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht en/of hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans allen, aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer]), zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk * met één of meer shawls en/of doeken de arm(
  60. en)en/of be(e)n(
  61. en)van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of * de hand(
  62. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  63. e)voorwerp(
  64. en)in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of * op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of * met het volle gewicht met een/de voet(
  65. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen heeft vast gepakt en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of * het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of * die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4], althans één of meer ander(
  66. en)in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachten voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer]), zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet, (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk * met één of meer shawls en/of doeken de arm(
  67. en)en/of be(e)n(
  68. en)van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of * de hand(
  69. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  70. e)voorwerp(
  71. en)in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of * op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of * met het volle gewicht met een/de voet(
  72. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen heeft vast gepakt en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of * het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of * die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal, telkens * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of die [slachtoffer] aldus lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken en/of * (stilzwijgend) in te stemmen met het telkens door die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of (een) ander(
  73. en)houden van een/ de hand(
  74. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] en/of dichtknijpen van de mond en/of neus van die [slachtoffer], althans het snoeren van de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of het stoppen en/of proppen van speelgoed, althans een of meer hard(
  75. e)voorwerp(
  76. en)in de mond van die [slachtoffer] en/of op enige wijze belemmering van de ademhaling bij die [slachtoffer] en/of met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of staan met het volle gewicht met een/de voet(
  77. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] en/of (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vastpakken en deze arm vervolgens met kracht omdraaien, althans breken en/of die [slachtoffer] bij haar armen vastpakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan slaan en/of het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar schudden en/of het hoofd van die [slachtoffer] vastpakken en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, slaan en/of bonken en/of * wetende dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer ander(
  78. en)voornemens waren om die [slachtoffer] vast te binden en/of (met kracht) te slaan en/of te stompen, na te laten die [slachtoffer] uit de woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag, althans de ruimte waar die [slachtoffer] zich toen aldaar bevond, mee te nemen en/of de politie en/of justitie hieromtrent te informeren, dan wel op enige andere wijze hulp in te roepen; art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht en/of hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk * met één of meer shawls de arm(
  79. en)en/of be(e)n(
  80. en)van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of * de hand(
  81. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  82. e)voorwerp(
  83. en)in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of * met het volle gewicht met een/de voet(
  84. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen heeft vastgepakt en/of vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of * het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of * die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt; tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van een deel van het hart), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden en/of waardoor haar gezondheid opzettelijk is benadeeld; art 301 lid 2 Wetboek van Strafrecht art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht art 47 Wetboek van Strafrecht art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage aan een meisje genaamd [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer]), (telkens) opzettelijk en met voorbedachten rade, althans (telkens) opzettelijk * met één of meer shawls de arm(
  85. en)en/of be(e)n(
  86. en)van die [slachtoffer] op zeer strakke wijze (op de borstkas van die [slachtoffer]) en/of aan een babybox en/of bed om en/of (vast) heeft gebonden en/of * de hand(
  87. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft gehouden en/of de mond en/of neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen, althans de mond van die [slachtoffer] heeft gesnoerd en/of * speelgoed, althans een of meer hard(
  88. e)voorwerp(
  89. en)in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of gepropt en/of op enige wijze de ademhaling bij die [slachtoffer] heeft belemmerd en/of * met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of * (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt en/of * met het volle gewicht met een/de voet(
  90. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] is gaan staan en/of * (met kracht) een arm van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en deze arm vervolgens met kracht heeft omgedraaid, althans heeft gebroken en/of * die [slachtoffer] bij haar armen heeft vastgepakt en/of vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht heeft rondgeslingerd en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan heeft geslagen en/of * het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar heeft geschud en/of * het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp heeft geslagen en/of gebonkt en/of * die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken heeft gegeven en/of heeft toegediend en/of * die [slachtoffer] wakker heeft gehouden, althans heeft voorkomen dat die [slachtoffer] in slaap zou vallen en/of * die [slachtoffer] aldus lichamelijk heeft uitgeput en/of verzwakt; tengevolge waarvan die [slachtoffer] (telkens) zwaar lichamelijk letsel (te weten vele oude botbreuken aan: talrijke ribben aan de rugzijde en zijwaarts, het linker schouderblad, aan de linker onderarm (met blijvende scheefstand) en aan rechter bovenarm en/of een beschadiging van één van de sensibele banen van het ruggenmerg en/of haemorrghagische necrose van vrijwel de gehele achterwand van een deel van het hart), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden en/of waardoor haar gezondheid opzettelijk is benadeeld tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 27 januari 2006 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of telkens opzettelijk behulpzaam is geweest door meermalen, althans eenmaal, telkens die [slachtoffer] geen, althans onvoldoende eten en/of drinken te geven en/of toe te dienen en/of die [slachtoffer] aldus lichamelijk uit te putten en/of te verzwakken en/of * (stilzwijgend) in te stemmen met het telkens door die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of (een) ander(
  91. en)houden van een/ de hand(
  92. en)op de mond en/of neus van die [slachtoffer] en/of dichtknijpen van de mond en/of neus van die [slachtoffer], althans het snoeren van de mond van die [slachtoffer] te snoeren en/of het stoppen en/of proppen van speelgoed, althans een of meer hard(
  93. e)voorwerp(
  94. en)in de mond van die [slachtoffer] en/of op enige wijze belemmering van de ademhaling bij die [slachtoffer] en/of met één of meer stok(ken) en/of snoeren, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of de rug en/of de borst en/of de armen en/of de handen, althans het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of (met grote kracht) met de (tot vuist gebalde hand(en)) in/op/tegen de buik en/of het hoofd en/of elders op het lichaam van die [slachtoffer] slaan en/of stompen en/of staan met het volle gewicht met een/de voet(
  95. en)op de buik en/of borst, althans het lichaam van die [slachtoffer] en/of (met kracht) een arm van die [slachtoffer] vastpakken en deze arm vervolgens met kracht omdraaien, althans breken en/of die [slachtoffer] bij haar armen vastpakken en vervolgens het lichaam van die [slachtoffer] in de lucht rond slingeren en/of daarbij dit lichaam van die [slachtoffer] tegen een muur aan slaan en/of het lichaam van die [slachtoffer] door elkaar schudden en/of het hoofd van die [slachtoffer] vastpakken en/of tegen een muur, althans tegen een hard voorwerp, slaan en/of bonken en/of * wetende dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1] en/of een of meer ander(
  96. en)voornemens waren om die [slachtoffer] vast te binden en/of (met kracht) te slaan en/of te stompen, na te laten die [slachtoffer] uit de woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag, althans de ruimte waar die [slachtoffer] zich toen aldaar bevond, mee te nemen en/of de politie en/of justitie hieromtrent te informeren, dan wel op enige andere wijze hulp in te roepen; art 301 lid 1 en lid 2, 300 lid 1 en 2, 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 primair en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en drie maanden, met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Namen van de verdachte en de medeverdachten Gelet op de omstandigheid dat de verdachte en de meeste medeverdachten dezelfde achternaam hebben, zal het hof de verdachte en de medeverdachten in het vervolg bij hun voornaam aanduiden. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De verdediging heeft verweer gevoerd betreffende geheimhoudersgesprekken - zie onder 6) - en heeft zich voor wat betreft de overige formele verweren aangesloten bij de formele verweren zoals gevoerd door mr. Van Straalen in de zaak van [betrokkene 1]. 1) Tunnelvisie en vooringenomenheid (Pleitnota mr. Van Straalen deel I van II, paragraaf 3.2, pag. 31 e.v.) De verdediging heeft uitvoerig betoogd dat bij de politie sprake was van een zodanige algehele vooringenomenheid bij de uitvoering van het onderhavige onderzoek, dat de politie bewust de kans heeft aanvaard dat er onjuist belastend bewijsmateriaal aan het dossier zou worden toegevoegd. De verdediging noemt in dit kader onder andere de wijze waarop sommige verhoren (van met name verdachten) zijn afgenomen, de suggestieve en beledigende opmerkingen van de verbalisanten over [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en de schijnbaar gave bekentenis van [betrokkene 3] uit 2006 (welke werd bevestigd door de brief aan haar raadsman), waarbij [betrokkene 3] desgevraagd uitdrukkelijk de betrokkenheid van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tegenspreekt dat werd bevestigd door [betrokkene 4], welke bekentenis desondanks naar aanleiding van de verklaringen van [betrokkene 5] uit maart 2006 terzijde werd geschoven. Voorts heeft het bij de politie ontbroken aan een kritische houding met aandacht voor alle details en alle opties; de politie lijkt in de verhoren uitsluitend nog te hebben ingezet op het verkrijgen van een bevestiging van de verklaring van [betrokkene 5]. Toen [betrokkene 3] (na het indringend voorhouden van de verklaringen van [betrokkene 5]) haar bekentenis in 2007 introk en ook [betrokkene 1] ging beschuldigen, heeft de politie een maand gewacht om ook [betrokkene 4] te horen hieromtrent, zodat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] alle tijd hadden om hun verklaringen op elkaar af te stemmen, hetgeen de politie wist of had moeten weten gelet op de voortdurende observatie op de telefoongesprekken in het kader van de justitiële belregeling tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 4]. Bij het afluisteren is de betreffende wettelijke regeling, zijnde het binnen drie dagen hiervan proces-verbaal opmaken en daar ten spoedigste een proces-verbaal van bevindingen van opmaken, niet nagekomen. Overigens heeft het openbaar ministerie bekendgemaakt dat het desondanks nog een onbekend aantal gesprekken tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] heeft gemist, zodat niet kan worden vastgesteld tot hoever die afstemming is gegaan. In de vordering tot inbewaringstelling van [betrokkene 1] wordt door de officier van justitie de alleszeggende, premature opmerking gemaakt, die exemplarisch is voor de vooringenomen wijze van opsporen en tunnelvisie bij het opsporingsteam, dat '[betrokkene 5] nu de waarheid had gesproken'. Tot slot moeten ook de invloed van de politie op de werkzaamheden van de tolken en hun uitlatingen bij dit oordeel worden meegewogen (hof: zie pag. 31-33 van de pleitnota). Concluderend stelt de verdediging dat door deze onrechtmatige handelwijze [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in hun rechtens te respecteren belang zijn geschaad, er een grove inbreuk is gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde en dat een eerlijk proces aldus niet langer kan worden gegarandeerd. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. In het kader van de strafrechtelijke procedure zijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep vele getuigen gehoord en is in overwegende mate tegemoetgekomen aan de onderzoekswensen van de verdediging. Bovendien heeft de verdediging aldus de gelegenheid gehad de onderzoeksresultaten te toetsen. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat bij de uitvoering van het strafrechtelijk onderzoek door de politie dan wel bij overige betrokkenen sprake is geweest van een algehele vooringenomenheid dan wel een tunnelvisie met betrekking tot de rol van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de hun ten laste gelegde feiten. Het hof verwerpt derhalve het verweer. 2) Bejegening [getuige 2] en [R.] (Pleitnota mr. Van Straalen deel I van II, paragraaf 3.3, pag. 41 e.v.) De verdediging heeft aangevoerd dat de behandeling van [getuige 2] en [R.] door het Bureau Jeugdzorg na de aanhouding van de ouders in het kader van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing zonder contact met ouders en met een advocaat zodanig is geweest dat daardoor inbreuk is gemaakt op het recht op eerbieding van het familie- en gezinsleven van beide verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Het hof overweegt hieromtrent dat de beslissing en het beleid van het Bureau Jeugdzorg in het kader van een ondertoezichtstelling buiten de onderhavige strafprocedure staat zolang, zoals in casu is gebleken, het recht van verdachten op een eerlijke verdediging niet is geschaad. Het hof gaat aan het verwijt van de verdediging dat de kinderen - voorafgaand aan het politieverhoor - niet op hun verschoningsrecht ten opzichte van hun ouders zijn gewezen reeds daarom voorbij nu geen wettelijke bepaling daartoe verplicht. Het hof verwerpt derhalve het verweer. 3) Valse beschuldiging advocaat (Pleitnota mr. Van Straalen deel I van II, paragraaf 3.4, pag. 45 e.v.) De verdediging heeft betoogd dat de verdachte onherstelbaar in haar belangen is geschaad betreffende haar recht op rechtsbijstand naar keuze ex artikel 6 lid 3 onder c van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (verder: EVRM), en betrekt dit standpunt bij de eindconclusie strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Het hof verwerpt het verweer. Het hof is, met de verdediging, van oordeel dat de gang van zaken dienaangaande te betreuren is. Naar 's hofs oordeel behoeft dit echter geen strafrechtelijke consequenties te hebben, nu van een schending van artikel 6 lid 3 onder c EVRM geen sprake is en de verdachte derhalve niet in enig concreet individueel belang is geschaad. 4) Frustratie van appelrecht (Pleitnota mr. Van Straalen deel I van II, paragraaf 3.5, pag. 47 e.v.) De verdediging heeft bepleit dat, door het dossier niet tijdig ter beschikking te stellen aan het hof ondanks herhaalde verzoeken van het hof daartoe, waardoor het hof niet (tijdig) over de detentiesituatie van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] kon oordelen, het openbaar ministerie en/of het kabinet van de rechter-commissaris bewust de aanmerkelijke kans heeft/hebben aanvaard dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] het appelrecht tegen de beslissing omtrent hun vrijheidsbeneming niet konden effectueren. Als gevolg hiervan hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 2] weken langer in detentie verbleven dan anders het geval zou zijn geweest. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn hierdoor in hun belangen geschaad, hetgeen primair onherstelbaar is, subsidiair komt deze schending in aanmerking voor compensatie langs de weg van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof overweegt als volgt. Wat er ook zij van het handelen van het openbaar ministerie en het kabinet van de rechter-commissaris, de door de verdediging gestelde gang van zaken levert geen schending op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof verwerpt derhalve het verweer. 5) Inbeslagname woonhuis ter waarheidsvinding (Pleitnota mr. Van Straalen deel I van II, paragraaf 3.6, pag. 48 e.v.) De verdediging heeft betoogd dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in hun belangen zijn geschaad door het beslag ex artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering dat op 12 juli 2006 op hun huis is gelegd. Op 21 juli 2006 heeft de verdediging een klaagschrift ingediend teneinde het beslag opgeheven te krijgen. Dankzij de handelwijze van het openbaar ministerie is het klaagschrift nimmer door de rechter behandeld. Het openbaar ministerie heeft nagelaten een (vereiste) schriftelijke reactie op het klaagschrift in te dienen, zodat de behandeling van het klaagschrift niet geappointeerd kon worden. Naast het feit dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] door dit handelen onherstelbaar in hun rechtens te respecteren belangen zijn geschaad, meent de verdediging dat, in onderling verband bezien met de kwestie van de gevangenhouding, uit dit handelen een patroon kan worden herleid waarbij het recht van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op een (hoger) rechterlijk oordeel stelselmatig is gefrustreerd. Het hof overweegt als volgt. Wat er ook zij van het handelen van het openbaar ministerie en het kabinet van de rechter-commissaris, de door de verdediging gestelde gang van zaken levert geen schending op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof verwerpt derhalve het verweer. 6) Afluisteren geheimhouders, vernietigingsperikelen (Pleitnota mr. Noorduyn, randnummering 16-82, pag. 7 e.v.) De verdediging heeft bepleit dat allereerst sprake is van ongerechtvaardigde inbreuken op de vertrouwelijke omgang tussen advocaat en cliënt. In het onderhavige geval zijn een groot aantal geheimhoudersgesprekken niet vernietigd, terwijl voor een deel van deze gesprekken wel een bevel tot vernietiging door de officier van justitie was afgegeven. Voorts staat vast dat zich onjuiste processen-verbaal in het dossier bevinden, in welke processen-verbaal (opzettelijk en doelbewust) in strijd met de waarheid is gerelateerd dat een aantal van de geheimhoudersgesprekken wel zijn vernietigd, waarmee het hele strafproces geweld is aangedaan. Niet alleen de verdediging is onjuist voorgelicht, maar de rechtbank heeft zich zelfs bij het vonnis wijzen moeten baseren op deze onjuiste gegevens. Concluderend stelt de verdediging dat doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan zijn/haar recht op een eerlijke behandeling van de zaak tekort is gedaan, waardoor geen sprake kan zijn van een behandeling die voldoet aan de beginselen van een behoorlijke procesorde. Op grond van de afzonderlijke verzuimen dan wel van de combinatie hiervan dient primair het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging, subsidiair dienen de schendingen te worden verdisconteerd in de strafmaat. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Wettelijk kader Voor de beoordeling van het verweer zijn in het bijzonder de navolgende wettelijke bepalingen van belang. 1 - Art. 126m (oud) van het Wetboek van Strafvordering, dat is geplaatst in Titel IVA betreffende "Bijzondere bevoegdheden tot opsporing" van Boek I van het Wetboek van Strafvordering: "1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, dat gezien zijn aard of de samenhang met andere door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert, kan de officier van justitie, indien het onderzoek dit dringend vordert, bevelen dat een opsporingsambtenaar telecommunicatie opneemt met een technisch hulpmiddel. 2. Onder telecommunicatie wordt in dit artikel verstaan niet voor het publiek bestemde communicatie via een openbaar telecommunicatienetwerk, dan wel met gebruikmaking van openbare telecommunicatiediensten. (...)" 2 - Art. 126aa (oud) van het Wetboek van Strafvordering, dat is geplaatst in Titel VB betreffende "Algemene regels betreffende de bevoegdheden in de titels IVa, V en Va" van Boek I van het Wetboek van Strafvordering: "1. De officier van justitie voegt de processen-verbaal en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door de uitoefening van een van de bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Va, dan wel door de toepassing van artikel 126ff, voorzover die voor het onderzoek in de zaak van betekenis zijn, bij de processtukken. 2. Voor zover de processen-verbaal of andere voorwerpen mededelingen behelzen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van artikel 218 zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, worden deze processen-verbaal en andere voorwerpen vernietigd. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent voorschriften gegeven. Voor zover de processen-verbaal of andere voorwerpen andere mededelingen dan bedoeld in de eerste volzin behelzen gedaan door of aan een in die volzin bedoelde persoon, worden zij niet bij de processtukken gevoegd dan na voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris. 3. De voeging bij de processtukken vindt plaats zodra het belang van het onderzoek het toelaat. 4. Indien geen processen-verbaal van de uitoefening van een van de bevoegdheden, bedoeld in de titels IVa tot en met Va, dan wel van de toepassing van artikel 126ff, bij de processtukken zijn gevoegd, wordt van het gebruik van deze bevoegdheid in de processtukken melding gemaakt. 5. De verdachte of diens raadsman kan de officier van justitie schriftelijk verzoeken bepaalde door hem aangeduide processen-verbaal of andere voorwerpen bij de processtukken te voegen." 3 - Art. 218 van het Wetboek van Strafvordering: "Van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kunnen zich ook verschoonen zij die uit hoofde van hun stand, hun beroep of hun ambt tot geheimhouding verplicht zijn, doch alleen omtrent hetgeen waarvan de wetenschap aan hen als zodanig is toevertrouwd." 4 - Art. 4 (oud) Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken: "1. De opsporingsambtenaar die door de uitoefening van een van de bevoegdheden, genoemd in de titels IVa tot en met Va van het Wetboek van Strafvordering, kennisneemt van mededelingen waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat deze zijn gedaan door of aan een geheimhouder, stelt hiervan de officier van justitie onverwijld in kennis. 2. Indien de officier van justitie vaststelt dat de mededelingen, bedoeld in het eerste lid, mededelingen zijn als bedoeld in artikel 126aa, tweede lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, beveelt hij terstond de vernietiging van de processen-verbaal en andere voorwerpen, voorzover zij deze mededelingen behelzen. Het bevel tot vernietiging is schriftelijk. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt, dat wordt gezonden aan de officier van justitie. (...)." 5 - Art. 359a van het Wetboek van Strafvordering: 1. De rechtbank kan, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat: a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd; b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het telastegelegde feit; c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet. 2. Bij de toepassing van het eerste lid, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. 3. Het vonnis bevat de beslissingen vermeld in het eerste lid. Deze zijn met redenen omkleed. Voorts gold in 2006 de Instructie vernietiging geïntercepteerde gesprekken met geheimhouders van het College van procureurs-generaal van 12 maart 2002 (inwerkingstredingsdatum 1-04-2002) voorzover van belang inhoudende dat de officier van justitie beoordeelt of de communicatie met een geheimhouder mededelingen bevat als bedoeld in artikel 126aa tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. Is dat het geval, dan geeft de officier van justitie terstond schriftelijk bevel om de inhoud van de communicatie te vernietigen De feiten Met de rechtbank stelt het hof vast, dat in het kader van het opsporingsonderzoek tegen [betrokkene 2] zowel via telefoontaps als door middel van in de auto van [betrokkene 2] en zijn echtgenote [betrokkene 1] geplaatste afluisterapparatuur gesprekken zijn opgenomen. Daaronder bevonden zich gesprekken met verschoningsgerechtigden. In eerste aanleg is komen vast te staan dat twee geheimhoudersgesprekken zijn uitgewerkt en in het dossier zijn opgenomen te weten: - een gesprek d.d. 7 februari 2006 tussen [betrokkene 2] en zijn (piket) advocaat en - een gesprek d.d. 4 april 2006 tussen [betrokkene 2] en zijn huidige advocate mr. Noorduyn. Bovendien is een gesprek (nr. 151) een tweede keer schriftelijk uitgewerkt ondanks een bevel tot vernietiging. Van een tweede bevel tot vernietiging is niet gebleken. Voorts stelt de rechtbank vast dat een aantal andere processen-verbaal c.q. voorwerpen waarin/waarop gesprekken met geheimhouders zijn vastgelegd, na schriftelijk opdracht van de officier van justitie tot vernietiging ten spoedigste, blijkens de daarvan opgemaakte processen-verbaal soms op dezelfde dag, soms acht weken later en in het uiterste geval zeven maanden later vernietigd zijn. Tot slot wordt in eerste aanleg vastgesteld dat door de beheerder van het interceptiecentrum, aan wie de opdrachten van de officier van justitie ook telkens waren gericht, nooit een proces-verbaal is opgemaakt. In hoger beroep is pas tijdens haar requisitoir op 6 november 2009 door de advocaat-generaal geopenbaard (verwijzend naar een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 oktober 2009), dat 44 van de in totaal 60 geheimhoudersgesprekken niet van de audio-dragers zijn verwijderd. Voorts is na opdracht door de advocaat-generaal daartoe gebleken,dat 28 OVC gesprekken en 53 tap gesprekken destijds niet als geheimhoudersgesprekken zijn herkend. De advocaat-generaal heeft haar bevindingen vastgelegd in haar proces-verbaal van bevindingen (met twee bijlagen) d.d. 5 november 2009. Na pleidooi en voor repliek heeft de advocaat-generaal het proces-verbaal van hoofdinspecteur Schrijver d.d. 7 december 2009 aan de processtukken toegevoegd waarin verantwoording wordt afgelegd omtrent de uitvoering van de vernietigingsbeschikkingen van de officier van justitie. Beoordeling en conclusie Aan het in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering neergelegde verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, in beginsel moet wijken voor een ander maatschappelijk belang, te weten dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies tot de zogenaamde geheimhouders kan wenden. Een hulpzoekende moet er op kunnen rekenen dat hetgeen hij toevertrouwt aan een verschoningsgerechtigde, zoals zijn advocaat en zijn arts, niet alleen voor de politie en het openbaar ministerie, maar ook voor de strafrechter geheim blijft. Alle informatie die aan de verschoningsgerechtigde in die hoedanigheid is toevertrouwd, valt daaronder. Er is geen grond om een en ander te beperken tot 'vertrouwelijke' en/of 'inhoudelijke' informatie. De wetgever acht dit verschoningsrecht in het algemeen van hogere orde dan het belang dat gemoeid is met der waarheidsvinding in een strafzaak. Dit in onze rechtsorde verankerde beginsel houdt direct verband met de in art 126aa van het Wetboek van Strafvordering neergelegde vernietigingsverplichting. Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat politie en openbaar ministerie door de handelwijze zoals beschreven onder de feiten, hoe dan ook de onder 2 en 4 in het wettelijk kader genoemde wettelijke voorschriften hebben geschonden. Het hof acht de schending van deze regels, die strekken ter bescherming van het verschoningsrecht, even ernstig als een directe schending van het verschoningsrecht zelf. Gelet op het belang dat aan een strikte handhaving van het verschoningsrecht moet worden toegekend, is naar het oordeel van het hof sprake van een ernstig vormverzuim. Duidelijk is dat dit verzuim onherstelbaar is. Met het oog op artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering moet de vraag worden beantwoord of aan dit verzuim het gevolg dient te worden verbonden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging. Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een verzuim waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van zijn belangen tekort is gedaan aan het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak. De hierboven vastgestelde handelwijze van politie en openbaar ministerie kan, ondanks de daarmee gepaard gaande langdurige schending van art 126aa van het Wetboek van Strafvordering, niet worden aangemerkt als een doelbewuste of grove veronachtzaming van verdachtes belangen. Het is niet aannemelijk geworden dat door of vanwege het openbaar ministerie is aangestuurd op het afluisteren van geheimhouders. Er is evenmin reden om aan te nemen dat doelbewust een situatie is geschapen waarin opsporingsambtenaren langer dan is toegelaten kennis konden nemen van de inhoud van de geheimhoudersgesprekken. Het hof heeft voorts geen aanwijzingen gevonden dat naar aanleiding van de opgenomen communicatie onderzoekshandelingen zijn verricht dan wel informatie daaruit als sturingsinformatie is gebruikt. Bovendien stelt het hof vast, dat met betrekking tot [betrokkene 2] het slechts gaat om twee opgenomen gesprekken tussen hem en zijn advocaat die niet inhoudelijk van aard zijn. Ook ten aanzien van de procedurele afwikkeling van het vernietigen van de geheimhouders taps is er geen sprake van doelbewust of met grove veronachtzaming de belangen van de verdachte op een eerlijk proces tekortdoen. Het hof stelt weliswaar vast dat politie en openbaar ministerie onzorgvuldig hebben gehandeld door niet de nodige controle uit te oefenen op het effectueren van de door het openbaar ministerie afgegeven vernietigingsbeschikkingen, maar deelt niet de visie van de verdediging dat de onjuiste processen-verbaal willens en wetens in strijd met de waarheid door de verbalisanten zijn opgemaakt. Het hof acht aannemelijk hetgeen hierover gerelateerd staat in het hierboven genoemd proces-verbaal d.d. 7 december 2009 van hoofdinspecteur Schrijver. Op grond van het bovenstaande stelt het hof vast dat geen aanleiding bestaat om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. Evenmin acht het hof termen aanwezig om een strafkorting te geven. Het hof volstaat met het vaststellen van de vormverzuimen ten aanzien van de geheimhoudersgesprekken en de onjuiste processen-verbaal, nu niet gebleken is dat verdachte ten gevolge van de vormverzuimen in enig individueel concreet belang is geschaad en daardoor enig nadeel heeft ondervonden in de zin van artikel 359a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en betoogd dat het aan de verdachte onder 2 primair - medeplegen van uitbuiting -, 3 - het beïnvloeden van getuigen - en 4 subsidiair vijfde cumulatief/alternatief - medeplichtigheid aan het medeplegen van mishandeling met voorbedachten rade, meermalen gepleegd - tenlastegelegde, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Vrijspraak Om redenen zoals onderstaand overwogen, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan integraal behoort te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen zijn vervat (zie 'Bewijsvoering'), in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Feit 2 hij, in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, [betrokkene 5] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4], door geweld, door dreiging met geweld en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, - zijn woning gelegen aan de [adres 1] te Den Haag beschikbaar gesteld en - die [betrokkene 5] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] illegaal in deze woning gehuisvest en - tegen geen en/of geringe betaling die [betrokkene 5] en [betrokkene 4] en [betrokkene 3] lange dagen als hulp in de huishouding te werk gesteld, waarbij het geweld en de dreiging met geweld en het misbruik van een kwetsbare positie hebben bestaan uit het: - die [betrokkene 5] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zonder geldige verblijfstatus in Nederland laten verblijven en - slaan met de hand(
  97. en)en/of een kabel en/of een zweep in het gezicht en/of tegen de rug, althans het lichaam van die [betrokkene 5] en [betrokkene 4] en [betrokkene 3] en/of - aan die [betrokkene 5] en [betrokkene 4] en [betrokkene 3] opdragen elkaar te slaan. Feit 3 hij, in de periode van 28 januari 2006 tot en met 10 maart 2006 en op 3 april 2006 te Den Haag en Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk mondeling, bij geschrift of afbeelding zich jegens personen, te weten [getuige 2] en [betrokkene 5] en [getuige 1] en [betrokkene 3] heeft geuit, kennelijk om dier vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij, verdachte en zijn mededader, weten of ernstige reden hebben te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader, toen en daar - zakelijk weergegeven -, - op 29 januari 2006 die [getuige 2] de woorden toegevoegd: "zeg tegen de politie dat "[bijnaam betrokkene 4]" die dag pas is gekomen" en - in eerder genoemde periode tegen [betrokkene 5] de woorden toegevoegd: "jij mag niet over de zaak praten tegen de politie" en "ik verbied jou om namen te noemen tegen de politie", althans woorden van gelijke aard of strekking en - op 10 maart 2006 tegen [getuige 1] de woorden toegevoegd: "jij moet zeggen hoe zij is gevallen en dat moeder en vader beiden erbij waren en zij niet op het kindje hebben gelet toen ze is gevallen" en "zeg dat ik jou heb gebeld en dat ik jou gezegd heb dat het kindje is gevallen" en "zeg dat ik jou gebeld heb omdat wij nog ver van huis waren en jij kon gaan kijken of er iets ernstigs was", althans woorden van gelijke aard en strekking en - op 3 april 2006 aan die [betrokkene 3] een op een hand geschreven tekst getoond: "je moet zeggen dat je aan ons over dat hekserij/geesten niet had verteld", althans woorden van gelijke aard en strekking. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden zoals die in de onderstaande bewijsoverweging zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. Het hof maakt ook gebruik van de verklaringen van de verdachten uit het proces-verbaal van de zittingen in hoger beroep van 5 en 12 juni 2009, nu in alle zaken een proces-verbaal is opgemaakt en deze processen-verbaal met de verklaringen van de verdachten in alle dossiers zijn gevoegd en aan de advocaat-generaal en de verdediging zijn verstrekt en de raadslieden en de advocaat-generaal op nadere zittingen de gelegenheid hebben gehad de verdachten te ondervragen als getuige. De bewezenverklaring van de feiten in hoger beroep ten aanzien van de afzonderlijke verdachten wordt niet in overwegende mate gedragen door de verklaring van een medeverdachte, afgelegd ter terechtzitting als verdachte in zijn/haar eigen strafzaak.1 1. Inleiding In de onderhavige zaak worden [betrokkene 2], [betrokkene 1], [betrokkene 5] (op de dagvaarding genoemd [betrokkene 5], haar echte naam is [betrokkene 5]), [betrokkene 4] en [betrokkene 3] (op de dagvaarding genoemd [betrokkene 3]) verdacht van betrokkenheid bij de mishandelingen voor 28 januari 2006 en de mishandelingen en de dood op 28 januari 2006 van [slachtoffer], geboren [geboortedatum en geboorteplaats slachtoffer]. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] worden tevens verdacht van het uitbuiten (mensenhandel) van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] in de periode van 1 januari 2005 tot en met 23 maart 2006, alsmede van het beïnvloeden van getuigen om naar vrijheid een verklaring af te leggen. Mede gelet op de samenhang van de rollen van alle verdachten in de ten laste gelegde feiten terzake het mishandelen en overlijden van [slachtoffer] en van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] terzake de mensenhandel, heeft het hof besloten in de arresten van de verdachten na te noemen bewijsmotiveringen te geven terzake die feiten. Uit het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep is het volgende gebleken: Verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] woonden met hun kinderen, [getuige 2] en [R.], in een woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage. Eind 1999 is [betrokkene 5] vanuit India naar Nederland gekomen en heeft sinds die tijd (tot en met 28 januari 2006) bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] aan de [adres 1] verbleven. [slachtoffer], het overleden slachtoffer, is de dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4]. [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn (in India) met elkaar getrouwd. Tot midden augustus 2004 verbleven [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in India. Op 16 augustus 2004 zijn zij in Nederland aangekomen en hebben sinds die tijd (tot en met 28 januari 2006) bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] verbleven. [betrokkene 4] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 4] of [bijnaam betrokkene 4] genoemd. [betrokkene 1] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 1], [bijnaam betrokkene 1] of [bijnaam betrokkene 1] genoemd. [betrokkene 2] wordt ook wel [bijnaam betrokkene 2] of [bijnaam betrokkene 2] genoemd. Woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage De woning aan de [adres 1] had twee verdiepingen. Op zowel de eerste als de tweede verdieping was er een keuken. Hoofdzakelijk verbleven (en sliepen) [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] op de eerste verdieping en [betrokkene 1], [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.] op de tweede verdieping. Op de eerste verdieping was in ieder geval een woonkamer, een kinderkamertje en een zogenoemde dozenkamer. Op de tweede verdieping waren de slaapkamers van [betrokkene 1], [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.] en er was een tempel. In de tempel (ook wel ohmkamer genoemd) stond een soort altaar en daar werden vuuroffers gebracht. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] baden in de tempel. 2. Het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006 en de mishandelingen van [slachtoffer] vóór 28 januari 2006 Het hof zal hieronder de feiten weergeven rond het overlijden en de letsels van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, zoals deze op grond van het deskundigenbewijs zijn vastgesteld. Overigens heeft de verdediging het deskundigenbewijs niet betwist. 2.1 Overlijden van [slachtoffer] Op zaterdag 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, omstreeks 17.30 uur, werd [slachtoffer] het Juliana Kinderziekenhuis te 's-Gravenhage binnengebracht. [slachtoffer] had wijde licht stijve pupillen en meervoudig uitwendig letsel, waaronder meerdere hematomen, een fors gezwollen rechterbovenarm (waarvan de chirurg zei dat die was gebroken), een evident afwijkende stand van de linkeronderarm, beide sleutelbeenderen en verschillende ribben waren gebroken, alsmede een gezwollen en blauwe rechterknie waar duidelijk bloed in zat. Bij de aanvang van de reanimatie kwam er bloed uit de maag, wat gaandeweg erger werd, en op de echo was te zien dat zij in ieder geval een scheur in haar lever had. Een gescheurde lever kan ontstaan door een behoorlijke klap in de buik. Gezien de uitgebreidheid van het letsel leek het de behandelend arts [getuige 3] zeer onwaarschijnlijk dat dit veroorzaakt kon zijn door een val van de trap, zoals aanvankelijk door de betrokkenen werd verklaard. Om 20.10 uur is [slachtoffer] overleden.2 2.2 Oorzaak overlijden [slachtoffer] op basis van de door de deskundigen geconstateerde letsels Dr. B. Kubat, patholoog, van het Nederlands Forensisch Instituut (verder: NFI), afdeling pathologie, heeft de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] onderzocht. Haar bevindingen heeft zij neergelegd eerst in een voorlopig rapport d.d. 30 januari 20063 en later in een volledig obductieverslag d.d. 4 augustus 2006.4 In laatstgenoemd rapport constateert zij onder andere (onder Samenvatting, pagina 9) dat [slachtoffer] iets te kort en licht van gewicht is voor haar leeftijd volgens tabellen voor Europeanen en dat zij in een goede voedingstoestand verkeert (sub A). Voorts is bij röntgenonderzoek gebleken van talrijke oude en recente botbreuken, onder andere aan de ribben beiderzijds (de rugzijde en zijwaarts), het linkerschouderblad, de onderarm links (met scheefstand passend bij genezing zonder behandeling) en aan de bovenarm rechts (sub B). Er zijn in ieder geval recente breuken aangetroffen aan de armen, aan enkele ribben aan de voor- en achterzijde van de borstkas en aan het (linker)schouderblad. Ook is er sprake van uitgebreide bloeduitstortingen aan onder andere de rechterarm, voor- en achterzijde van de rechterschouder, bovenzijde van de rug, over het gehele voor- en bovenhoofd beiderzijds, in de oppervlakkige en diepe weke delen naast de wervelkolom beiderzijds, op de linkerarm/hand en op de voor- en achterzijde van de benen (sub C), evenals bloeduitstortingen op het hartzakje (sub D). Tevens is sprake van kneuzingen van longweefsel links en rechts, kneuzing van de rechterzijde van het hart, kneuzing van de wortel van de lever, kneuzing van de bovenzijde van de maag (sub D), bloedingen in de dunne en dikke darmwand (sub E), en tekenen van vochtophoping in de hersenen (hersenoedeem) en herseninklemming (sub F). Er is sprake van tekenen van meerdere dagen oude beschadiging aan één van de sensibele banen van het ruggenmerg (die de gevoelszin van de onderste lichaamshelft verzorgt), berustend op traumatische beschadiging van de zenuwbanen die aan de achterzijde het ruggenmerg ingaan (de achterwortels) (sub G). Bloeduitstortingen in beide oogzenuwen en oogbollen, passend bij trauma zoals bijvoorbeeld acceleratie-deceleratietrauma (sub H). Voorts is er sprake van kleine oppervlakkige beschadigingen met kleine omgevende bloeduitstortingen aan de binnenzijde van de lippen en kleine wondjes en kleine bloeduitstortingen aan de punt van de tong (sub I), alsmede van kleine bloeduitstortingen in de spieren van de hals aan de voorzijde (sub J) en zeer talrijke stipvormige bloedingen in de huid en de slijmvliezen (sub K). Dr. Kubat oordeelt (epicrise) dat er tekenen waren van zeer heftig uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op het lichaam en tekenen van eerder doorgemaakte traumata in de vorm van zeer talrijke oude breuken, die niet behandeld waren. Voorts waren er tekenen van herhaaldelijk, heftig, uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op de borstkas, gezien de ribbreuken en de letsels aan de borstorganen, alsmede op de buik, gezien de letsels aan de buikorganen. Verder waren er tekenen van letsels aan de ruggenmergwortels met degeneratie van één van de banen van het ruggenmerg, welke letsels zijn ontstaan in het kader van het uitwendig mechanisch geweld op de romp. De bevindingen aan de schedelinhoud (sub F; hof: tekenen van vochtophoping in de hersenen en herseninklemming) zijn niet eenduidig te interpreteren, maar kunnen zijn ontstaan op basis van heftig, uitwendig mechanisch botsend geweld op het hoofd. Dit geweld is er zeker geweest gezien de uitgebreide onderhuidse bloeduitstortingen aan het hoofd. Het feit dat er geen aantoonbare beschadigingen aan de hersenen waren, kan betekenen dat dit geweld niet meer dan enkele uren vóór het overlijden heeft plaatsgevonden, in welk geval de beschadigingen nog niet aantoonbaar zijn middels een sectie. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat het geweld op het hoofd geen of geen uitgebreide hersenbeschadiging heeft veroorzaakt maar wél heeft geleid tot het ontstaan van hersenoedeem. Het aan de lippen en tong geconstateerde letsel (sub I en K) zouden kunnen passen bij uitwendige afsluiting van de neus en mond (in het kader van smoren) en dientengevolge optredende verstikking. De bevindingen aan de hals (sub J) kunnen passen bij bloeduitstortingen, ontstaan ten gevolge van geforceerde ademhalingsbewegingen. Geforceerde ademhalingsbewegingen kunnen optreden bij elke vorm van ademnood (derhalve ook bij smoren). Opvallend was verder dat in de oude breuken verse breuken werden geconstateerd, passend bij herhaaldelijk toegepast geweld. De gevonden letsels waren bij leven opgetreden, ernstig en zeer uitgebreid. Gezien het voorkomen van oude en recente letsels is er tenminste twee maal heftig geweld tegen [slachtoffer] gebruikt. Niet aan te geven is in welke mate welk (recent) letsel een bijdrage heeft geleverd aan het overlijden. Dr. Kubat's eindconclusie luidt: Het overlijden van [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer], wordt verklaard op basis van zeer uitgebreide en ernstige letsels op het lichaam en van de inwendige organen, al dan niet in combinatie met smoren, en de daardoor opgetreden verwikkelingen en weefselschade. Naar aanleiding van het aantreffen van oude fracturen bij [slachtoffer], is door prof. dr. Maat en R. Gerretsen, onderzoek gedaan naar de ouderdom van drie van deze oude breuken (5e, 6e en 7e rib). De fractuur van de 5e rib bleek 0-2 dagen oud te zijn, de 6e en 7e rib 2-3 weken oud, met in de breuk van de 7e rib een nieuwe fractuur van 0-2 dagen oud.5 Ten aanzien van het letsel aan het ruggenmerg heeft dr. Kubat eerst in haar briefrapport aangegeven dat het letsel aan het ruggenmerg enkele dagen tot circa een week oud zou kunnen zijn6, en in haar rapport van 20 juli 2006 heeft zij geconcludeerd dat het neuropathologisch onderzoek van de hersenen en het ruggenmerg een meerdere dagen oude beschadiging van één van de achterstrengen beiderzijds toonde, vrijwel zeker ten gevolge van traumatische letsels van de achterwortels van het ruggenmerg op laagthorakaal en hooglumbaal niveau.7 Ter zake van de beoordeling van de mogelijke mechanismen die tot de letsels hebben geleid, verklaart dr. Kubat als volgt. Er waren tekenen van zeer heftig uitwendig mechanisch botsend en/of samendrukkend geweld op de romp, de extremiteiten (hof: bovenste extremiteiten zijn armen, onderste extremiteiten zijn benen) en het hoofd. Het geweld was zowel kort voor als enige tijd voor het overlijden toegebracht. Het mechanisme dat heeft geleid tot de enkele weken oude letsels is niet meer te reconstrueren. Over het mechanisme dat heeft geleid tot de recente huidbeschadigingen en onderhuidse bloeduitstortingen kan geen uitspraak worden gedaan. De overige letsels kunnen zijn ontstaan door mechanismen van botsend geweld, zoals slaan met een vlak, hard voorwerp zoals een knuppel, slaan met handen, tegen een vlak oppervlak zoals een muur of bed botsen of gegooid worden.8 Bij de rechter-commissaris heeft dr. Kubat voorts verklaard dat er in dit geval sprake was van ernstige inwendige verwondingen, hetgeen erop wijst dat excessief geweld op het lichaam is uitgeoefend, vergelijkbaar met dat bij ernstige verkeersongevallen. Het letsel zou bijvoorbeeld kunnen zijn ontstaan door heftig slaan, schoppen of door met de knieën op het slachtoffer te gaan zitten.9 Voorts hebben ook dr. R.A.C. Bilo en H.G.T. Nijs op verzoek van de rechter-commissaris onder meer nader onderzoek gedaan naar de letsels en de dood van [slachtoffer].10 In hoofdstuk VIII van het dossier worden de skeletafwijkingen besproken. Men constateert breuken in beide sleutelbenen. Bij deze breuken is sprake van callusvorming, hetgeen betekent dat er al sprake is van oudere fracturen die aan het genezen zijn.11 Tevens wordt vastgesteld dat er sprake is van een groot aantal ribbreuken dat callusvorming toont. Bij één rib is nog geen callus zichtbaar, hetgeen wijst op een recenter moment van ontstaan.12 Het schouderbladfractuur is niet te dateren.13 Voorts blijkt niet alleen sprake van een oudere fractuur van de linkeronderarm met callusvorming, ook blijkt sprake van een afwijkende locatie van de kop van het spaakbeen ten opzichte van het ellebooggewricht. Verder blijken er in de rechterarm diverse fracturen aanwezig: het deel van de bovenarm aan de kant van de elleboog toont een humerusfractuur boven het bolvormige gewrichtsuitsteeksel, van recentere datum, zonder callusvorming. Het deel van de ellepijp aan de kant van de pols toont een fractuur met callusvorming.14 Gevraagd naar de ouderdom van het letsel aan de onderarm (het hof begrijpt: de linkeronderarm), heeft dr. Bilo bij de rechter-commissaris verklaard dat aan de arm drie oude fracturen zichtbaar waren. Er was ook sprake van uitgebreide callusvorming. Callusvorming is bij kinderen zichtbaar vanaf 10 dagen na tot ongeveer drie maanden na het ontstaan van de fractuur.15 Voorts verklaart dr. Bilo desgevraagd dat de blauwe plekken aan de buitenkant en het inwendige letsel wijzen op letsel dat enige uren voor het constateren is ontstaan. Er zijn geen aanwijzingen dat er fracturen zijn ouder dan twee of drie weken. Een aantal van de fracturen is heel recent. De standsafwijking aan de arm is niet te dateren, evenals de claviculafracturen (hof: sleutelbeenfracturen).16 Ook verklaart hij dat er sprake is geweest van een verstoorde ademhaling, hetgeen wordt ondersteund door de gevonden petechiën (kleine puntbloedinkjes). Bij het dichtknijpen van de keel ontstaat een overlijdensrisico aangezien het een belemmering van de ademhaling geeft. Door het inbinden (zoals gedaan tijdens de reconstructie) zou een heel ernstige ademhalingsbelemmering kunnen ontstaan; een belemmering van de ademhalingsbeweging van het middenrif en de borstkas. Dr. Bilo kan geen uitspraak doen of [slachtoffer] door wurging of door inbinden is overleden. De bevindingen laten beide mogelijkheden toe.17 2.3 Conclusie terzake de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006 Op basis van het voorgaande is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat op 28 januari 2006 [slachtoffer], geboren [geboortedatum slachtoffer], om het leven is gekomen als gevolg van de haar toegebrachte zeer uitgebreide en ernstige recente letsels op haar lichaam en van de inwendige organen, al dan niet in combinatie met smoren en daardoor opgetreden verwikkelingen en weefselschade. Ten overvloede overweegt het hof dat het aanvankelijk door de verdachten geschetste scenario dat [slachtoffer] van de trap was gevallen als gevolg waarvan zij de betreffende letsels zou hebben opgelopen, mede op basis van de onderzoeksresultaten van onder andere deskundige Bilo, die - kort gezegd - een val van de trap als oorzaak van de letsels zonder meer uitsluit18, apert ongeloofwaardig is. 2.4 Conclusie terzake de mishandelingen van [slachtoffer] vóór 28 januari 2006 Op basis van de onderzoeksresultaten zoals bovengenoemd met inachtneming van na te noemen feiten en omstandigheden is naar 's hofs oordeel komen vast te staan dat [slachtoffer] voorafgaand aan 28 januari 2006 zeer ernstig is mishandeld, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (onder andere meerdere fracturen en letsel aan het ruggenmerg). Gelet op de ribfracturen van twee à drie dagen oud en de meerdere dagen (tot een week) oude beschadiging aan het ruggenmerg van [slachtoffer], alsmede het grote aantal fracturen en de callusvorming (zichtbaar 10 dagen tot drie maanden na ontstaan van de fractuur) op de meeste van die fracturen, gaat het hof er vanuit dat [slachtoffer] in de periode van drie maanden tot enkele dagen althans een week voor haar overlijden tenminste tweemaal zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. 3. Feiten en omstandigheden terzake van de mishandelingen die hebben geleid tot het overlijden van [slachtoffer] op 28 januari 2006 3.1 Overwegingen van het hof met betrekking tot de voor het bewijs te bezigen verklaringen van de verdachten [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] Bekennende verklaringen [betrokkene 3] uit 2006 Voor wat betreft de bekennende verklaringen van [betrokkene 3] uit februari 2006 volgt het hof de verdachte [betrokkene 3] in zoverre dat het hof er vanuit gaat dat [betrokkene 3] op 28 januari 2006 wel geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer], mede gelet op de door [betrokkene 3] in die verklaringen en de in haar cel aangetroffen brief beschreven geweldshandelingen en de bij [slachtoffer] aangetroffen verwondingen. Voor wat betreft de uitlatingen van [betrokkene 3] dat zij alleen en met voorbedachten rade [slachtoffer] op 28 januari 2006 om het leven heeft gebracht, laat het hof die verklaringen buiten beschouwing. Het hof komt die gedeelten van de verklaringen van [betrokkene 3], in onderling verband en samenhang bezien met de overige onderzoeksresultaten en de na te melden feiten en omstandigheden, ongeloofwaardig voor. [betrokkene 5] Voor wat betreft de gedurende het strafproces afgelegde verklaringen van [betrokkene 5] volgt het hof in grote lijnen de eerste verklaringen van [betrokkene 5] uit 2006 voor zover deze naar het oordeel van het hof in onderling verband en samenhang bezien aansluiting vinden bij de overige onderzoeksresultaten en afgelegde verklaringen. Voor wat betreft de uitlatingen van [betrokkene 5] dat zij, kort gezegd, op 28 januari 2006 elders in het huis en niet in het kamertje bij [slachtoffer] (en [betrokkene 3]) is geweest, laat het hof deze gedeelten van de verklaringen buiten beschouwing nu deze het hof, in onderling verband en samenhang bezien met de overige onderzoeksresultaten en dan met name de verklaring van [betrokkene 4] terzake, ongeloofwaardig voorkomen. [betrokkene 4] Het hof volgt [betrokkene 4] in zijn verklaringen, en met name ook zijn verklaringen ter zitting in hoger beroep, terzake het aannemen van de telefoon op 28 januari 2006, het halen en geven van de stok op die dag, het slaan van [slachtoffer] in het gezicht en het slaan met de stok. Zijn verklaringen voor wat betreft de rollen van [betrokkene 3] en [betrokkene 5] op 28 januari 2006 volgt het hof eveneens in grote lijnen, met name waar zijn verklaringen aansluiting vinden bij overige onderzoeksresultaten. Het hof acht zijn waarnemingen met betrekking tot [betrokkene 3] en [betrokkene 5] betrouwbaar, temeer daar hij zichzelf niet spaart. Afstemmen verklaringen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] Het hof merkt hierbij nog op dat, wat er ook zij van de bedoelde afstemming van de verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] door [betrokkene 3] in de tapgesprekken van 26 april 2007 en 10 mei 2007, uit de nadere verklaringen van [betrokkene 4] van beïnvloeding niet is gebleken. In zijn nadere verklaring van 21 mei 2007 belast [betrokkene 4] namelijk een ieder. 3.2 Feiten en omstandigheden vóór en op 28 januari 2006 Onderstaand zal het hof eerst de vaststaande feiten en gebeurtenissen terzake de mishandelingen van [slachtoffer] in de periode voorafgaand aan 28 januari 2006 (voor zover bewezen verklaard) uiteenzetten, met daaropvolgend de feiten en gebeurtenissen op die 28ste januari, welke tot het overlijden van [slachtoffer] hebben geleid. [betrokkene 5] is eind 1999 naar Nederland gekomen om bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage te werken.19 Op 16 augustus 2004 zijn [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in Nederland aangekomen, ook om bij [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage te werken.20 [slachtoffer], geboren op [geboortedatum slachtoffer], is de dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4].21 Toen [slachtoffer] in Nederland aankwam was zij dus 5 maanden oud. Aanvankelijk ging alles nog goed en was er niets aan de hand, maar na een periode van ongeveer zes maanden begonnen de problemen rond [slachtoffer].22 [betrokkene 3] had aan [betrokkene 1] verteld dat zij in India een slang had gedood en vanaf die tijd is [betrokkene 1] zich anders gaan gedragen. Vanaf die tijd dacht [betrokkene 1] dat [slachtoffer] behekst was of dat er een spook in haar zat. Als er ook maar iets mis ging in het huis, bijvoorbeeld als [R.] of [getuige 2] struikelde, kreeg [slachtoffer] daar de schuld van. [slachtoffer] werd ook geslagen door [betrokkene 1].23 [betrokkene 3] hield eigenlijk heel veel van [slachtoffer], maar [betrokkene 3] begon ook te geloven dat [slachtoffer] behekst was en toen is zij haar ook gaan mishandelen.24 Iedereen sloeg [slachtoffer], met uitzondering van [betrokkene 2], [getuige 2] en [R.].25 Voorafgaand aan 28 januari 2006 hebben [betrokkene 3], [betrokkene 1], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] [slachtoffer] geslagen. Van [betrokkene 1] mocht [slachtoffer] heel weinig slapen, want dan zou de geest uit haar komen. Als [slachtoffer] sliep maakten [betrokkene 3], [betrokkene 5] of [betrokkene 4] haar wakker door haar te mishandelen.26 [slachtoffer] is meermalen vastgebonden (hof: terzake het vastbinden, zie verder benedenstaand).27 [betrokkene 3] heeft [slachtoffer] geslagen, onder meer met een snoer.28 [betrokkene 4] sloeg [slachtoffer]29 en [betrokkene 1] heeft [slachtoffer] met de hand en de stok geslagen.30 Volgens [betrokkene 4] sloegen [betrokkene 3] en [betrokkene 5] [slachtoffer] het meest. [betrokkene 1] gaf [betrokkene 5] en [betrokkene 3] opdracht [slachtoffer] te slaan. Het geluid van klappen heeft [betrokkene 4] veel gehoord. Vaak werd [slachtoffer] met de hand geslagen, soms ook met een stok. Als [slachtoffer] was geslagen was haar gezicht iets dikker, en waren er wel eens verkleuringen en blauwe plekken in haar gezicht te zien.31 Ook [betrokkene 5] verklaart dat [slachtoffer] door [betrokkene 3] met een stok op haar rug werd geslagen.32 Ook heeft [betrokkene 5] blauwe plekken gezien bij [slachtoffer], op haar bovenbenen en op (andere) verschillende plekken.33 [slachtoffer] is voor 28 januari 2006 meermalen vastgebonden door [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 1].34 Ze werd dan strak vastgebonden met een tjuni (hof: soort shawl van dunne stof) bij haar handen (polsen) en (boven)benen.35 [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] in de periode omstreeks december 2004 tot en met 27 januari 2006 twee of drie keer vastgebonden. Soms deed hij het, soms [betrokkene 5].36 [betrokkene 4] heeft gezien dat [betrokkene 5] [slachtoffer] een keer met haar handen boven haar hoofd aan de spijlen van haar box had vastgebonden, met haar hoofd naar achteren.37 Ook [betrokkene 3] heeft gezien dat [betrokkene 5] [slachtoffer] een keer met haar handen boven haar hoofd en met haar voeten aan de spijlen van haar box heeft vastgebonden, zodat haar hoofd naar beneden hing.38 Ook [betrokkene 3] heeft in die periode [slachtoffer] meermalen vastgebonden.39 Niemand anders dan [betrokkene 1] gaf de opdracht om [slachtoffer] te slaan. [slachtoffer] werd echter ook geslagen als [betrokkene 1] niet thuis was; [betrokkene 1] gaf ook telefonisch door dat [slachtoffer] moest worden geslagen. Zowel [betrokkene 4], als [betrokkene 3] als [betrokkene 5] hebben deze telefonische opdrachten van [betrokkene 1] tot het mishandelen van [slachtoffer] aangenomen en doorgegeven aan (een van) de anderen.40 Gebeurtenissen op 28 januari 2006 Op 28 januari 2006, vanaf ongeveer 12.15 uur, zijn [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [getuige 2] en [slachtoffer] thuis in de woning aan de [adres 1] te 's-Gravenhage.41 [slachtoffer] is op dit moment dus 1 jaar en 10 maanden oud. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn op deze dag omstreeks 12.00 uur met hun zoon [R.] en een vriendje van hem, [D.], naar een schaaktoernooi gegaan waaraan [R.] en [D.] zouden deelnemen.42 Het schaaktoernooi vond plaats in de [sportvereniging] gevestigd op [adres 2] te 's-Gravenhage.43 Het toernooi begon, iets te laat, om 12.55 uur en telde 7 rondes met telkens een pauze tussendoor. De leiding kwam toch goed uit met het speelschema en de tijd omdat de pauzes iets werden ingekort. [R.] en [D.] hebben alle 7 wedstrijden gespeeld.44 [R.] heeft de eerste drie wedstrijden verloren, de vierde is in remise geëindigd en de laatste drie heeft hij gewonnen.45 Gedurende de dag, vanaf 13.25.45 uur, is er (zeer) intensief belverkeer geweest tussen de telefoons van [betrokkene 1] ([telefoonnummer 1]) en [betrokkene 2] ([telefoonnummer 2]) enerzijds, die op dat moment naar het schaaktoernooi waren, en de vaste huistelefoon van de [adres 1] ([telefoonnummer 3]) en de mobiele telefoon die [betrokkene 4] op 28 januari 2006 in gebruik had ([telefoonnummer 4]) anderzijds.46 Op deze dag tussen 14.00 en 14.30 uur, zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer], gewikkeld in een dekentje, korte tijd buiten de woning geweest. Buren hebben twee personen, een man en een vrouw, met een klein kind, gewikkeld in een dekentje, buiten zien staan en onder andere [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] hebben bevestigd dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer] naar buiten zijn geweest.47 [betrokkene 1] had die dag, reeds voorafgaand aan haar vertrek uit de woning, aan [betrokkene 3] en [betrokkene 5] de opdracht gegeven om [betrokkene 3] met [slachtoffer] in het kinderkamertje (hof: ook wel kleine kamertje genoemd) op te sluiten, [slachtoffer] vast te binden en haar geen eten of drinken te geven, omdat [R.] zou gaan huilen als hij zou verliezen op het schaaktoernooi en als [slachtoffer] los was kon het spook uit [slachtoffer] komen en ervoor zorgen dat [R.] zou verliezen.48 [slachtoffer] heeft die dag dan ook niets te eten of te drinken gekregen.49 Om 13.25 uur belde [betrokkene 1] voor het eerst die middag naar de woning aan de [adres 1].50 [R.] heeft op dat moment net zijn eerste schaakronde gehad en heeft deze verloren. De ronde begon (iets te laat) om 12.55 uur en zal rond 13.20/13.25 uur zijn afgelopen. De andere rondes zijn wel op tijd begonnen, omdat de pauzes iets korter waren.51 [betrokkene 5] neemt de eerste keer de huistelefoon op (of [betrokkene 4], die hem daarna aan [betrokkene 5] gaf52) en [betrokkene 1] geeft haar de opdracht tegen [betrokkene 3] te zeggen dat [slachtoffer] moet worden vastgebonden en klappen moet krijgen.53 Als reden hiervoor gaf zij dat [R.] op het schaaktoernooi aan het verliezen was en dat de reden daarvan [slachtoffer] was, want in [slachtoffer] zat een geest.54 [betrokkene 5] geeft de opdracht van [betrokkene 1] om [slachtoffer] te slaan door aan [betrokkene 3].55 Na het eerste telefoontje van [betrokkene 1] is [slachtoffer] in het kinderkamertje door [betrokkene 3] met een shawl (hof: uit het dossier blijkt dat de shawl waarmee [slachtoffer] wordt vastgebonden, door de verdachten ook wel wordt omschreven als 'tjuni', 'sluier' of 'doek') vastgebonden en wordt [slachtoffer] geslagen.56 Het hof gaat er vanuit dat zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] op dat moment met [slachtoffer] in het kinderkamertje waren.57 [betrokkene 3] heeft [slachtoffer], voordat zij met [slachtoffer] en [betrokkene 4] naar buiten ging, hard op het gezicht geslagen waardoor [slachtoffer] moest huilen.58 [betrokkene 5] heeft [slachtoffer] op 28 januari 2006 tussen 13.00 uur en 14.00 uur heel erg hard horen huilen. [slachtoffer] was toen in het kleine kamertje.59 [betrokkene 4] heeft gehoord dat [slachtoffer] van [betrokkene 1] moest worden vastgebonden en geslagen.60 Om 13.54 uur wordt er voor de tweede keer door [betrokkene 1] naar de woning gebeld. De tweede ronde van het schaaktoernooi is dan net geweest en [R.] heeft wederom een wedstrijd verloren. Een minuut daarna belt [betrokkene 1] voor de derde keer naar de woning, om 13.55 uur.61 [betrokkene 1] geeft op dat moment de opdracht aan [betrokkene 5]62 om [betrokkene 4] en [betrokkene 3] met [slachtoffer] naar buiten te sturen, omdat er een kwade geest in het lichaam van [slachtoffer] zat en omdat ze in het huis waren, was [R.] de schaakwedstrijden aan het verliezen.63 [betrokkene 5] geeft de boodschap van [betrokkene 1] door dat [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] naar buiten moeten gaan.64 [betrokkene 5] weet dat [slachtoffer] op dat moment al flink was mishandeld; [betrokkene 5] heeft [betrokkene 3] horen slaan, [slachtoffer] horen huilen en gillen en ze ziet haar liggen, ze lijkt te zweten, had rode vlekken op haar handen, bloed op haar lippen, ze bewoog maar een klein beetje en ze huilde zachtjes.65 [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] zijn korte tijd buiten geweest66: Omstreeks 14.00 uur zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 4] met [slachtoffer], gewikkeld in een dekentje, naar buiten gegaan.67 [betrokkene 4] had een mobiele telefoon (nummer [telefoonnummer 4]) mee naar buiten genomen. Uit onder meer de telefoongegevens blijkt dat [betrokkene 1] om 14.07 uur naar de mobiele telefoon van [betrokkene 4] heeft gebeld.68 [betrokkene 1] gaf hen de opdracht weer terug te keren naar de woning, omdat de geest in [slachtoffer] anders terug zou gaan naar [R.].69 [betrokkene 3] en [betrokkene 4] zijn teruggegaan en tussen 14.15 uur en 14.30 uur weer de woning binnengegaan.70 Na hun terugkeer van buiten zijn [betrokkene 3] en [slachtoffer] het kinderkamertje ingegaan.71 [betrokkene 1] belde om 14.19 uur weer naar de woning72 en [betrokkene 5] nam de huistelefoon op. De derde schaakronde is dan (zo goed als) voorbij en [R.] heeft die weer verloren.73 [betrokkene 1] gaf [betrokkene 5] de opdracht [slachtoffer] weer vast te binden in het kinderkamertje. Daar is [slachtoffer] wederom vastgebonden en is zij opnieuw geslagen.74 [slachtoffer] wordt vastgebonden met één of meer shawls.75 Bij het vastbinden wordt [slachtoffer] helemaal in elkaar gevouwen, als een bolletje; haar benen worden omhoog opgevouwen en haar armen over elkaar aan de voorkant opgevouwen, en dan met de shawl vastgebonden.76 [betrokkene 3] verklaart dat [slachtoffer] op de dag van haar dood met de benen op haar borst is vastgebonden.77 [betrokkene 5] beschrijft de wijze waarop [slachtoffer] was vastgebonden voorts als met de benen omhoog gevouwen, de armen zaten ook vast. Het was op een heel strakke manier vastgebonden. [betrokkene 5] ziet dat [slachtoffer] er heel slecht uitziet en ziet geelkleurig spuug bij de mondhoek van [slachtoffer].78 Op verzoek van [betrokkene 5] legt [betrokkene 4] een knoop in de shawl waarmee [slachtoffer] is vastgebonden.79 [slachtoffer] is, na van buiten teruggekeerd te zijn, heel erg geslagen en [betrokkene 5] heeft [slachtoffer] heel erg hard horen huilen.80 Op verzoek van [betrokkene 5] haalt [betrokkene 4] een stok om [slachtoffer] te slaan. [betrokkene 4] haalt de stok van boven en geeft hem aan [betrokkene 5].81 [slachtoffer] wordt door [betrokkene 5] geslagen, met de stok op haar lichaam.82 [betrokkene 3] slaat [slachtoffer] met een tot vuist gebalde hand op haar voorhoofd en op haar wangen.83 [betrokkene 3] slaat [slachtoffer] ook met de stok, tot er bijna geen geluid meer uit de keel van [slachtoffer] komt.84 In een bij [betrokkene 3] aangetroffen handgeschreven geschrift, waarvan zij heeft verklaard dat het door haar is geschreven,85 schrijft [betrokkene 3] dat zij met de stok op de borst van [slachtoffer] heeft geslagen, alsmede dat zij [slachtoffer] op haar gezicht, oren, armen en benen heeft geslagen.86 Ook [betrokkene 5] zag dat [betrokkene 3] [slachtoffer] met de stok sloeg.87 Ze hoorde [slachtoffer] eerst heel erg hard huilen en toen dat de stem van [slachtoffer] zwaarder werd, alsof iemand bijna doodgaat. [slachtoffer] lag op de grond van het kleine kamertje. [betrokkene 5] zag dat [slachtoffer] aan het hijgen was en dat haar borst op en neer ging. [betrokkene 4] heeft dit ook gezien.88 Zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] zijn wederom, gedurende de (gezien het letsel zoals bovenomschreven) zeer ernstige mishandelingen van [slachtoffer], in het kinderkamertje bij [slachtoffer] aanwezig.89 Ook [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] de betreffende 28ste januari geslagen. [betrokkene 4] heeft [slachtoffer] enkele malen met zijn hand op haar mond althans haar gezicht geslagen en hij heeft haar met de stok op haar rug geslagen.90 Daarna riep [betrokkene 5] [betrokkene 4] en zei dat hij sambal mee moest nemen. [betrokkene 4] voldeed hieraan en [betrokkene 5] heeft vervolgens sambal op de lippen van [slachtoffer] gesmeerd.91 [betrokkene 4] denkt dat [slachtoffer] al werd geslagen voordat hij met haar en [betrokkene 3] naar buiten gaat.92 [betrokkene 4] wist dat op 28 januari 2006 [betrokkene 3] en [betrokkene 5] bij [slachtoffer] in het kamertje waren, dat [slachtoffer] was vastgebonden en dat [slachtoffer] met een stok werd geslagen, die hij op verzoek van [betrokkene 5] had gehaald. Hij wist dat [betrokkene 1] tegen [betrokkene 5] had gezegd dat [slachtoffer] moest worden geslagen. [betrokkene 4] verklaart dat hij zich kan voorstellen dat [slachtoffer] pijn heeft geleden toen ze werd geslagen.93 Aan het einde van de middag zag [betrokkene 5] dat [slachtoffer] er slecht uitzag; ze lag op haar rug met haar handen naast haar, ze zag dat [slachtoffer] nog maar moeilijk kon ademen (alsof ze aan het spartelen was) en haar ogen werden doffig. Toen ze dat zag heeft [betrokkene 5] (om 16.54 en 16.55 uur, gelet op de telefonische gegevens) naar [betrokkene 1] gebeld (ze weet niet meer precies of ze het nummer van [betrokkene 1] of [betrokkene 2] heeft gebeld, maar ze heeft in ieder geval met [betrokkene 1] gesproken) om te zeggen dat het niet goed ging met [slachtoffer].94 Door [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] is [slachtoffer] naar het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag gebracht.95 3.3 Juridische kwalificatie van het handelen van de verdachten op 28 januari 2006 [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5]: Conclusie Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] zich op voornoemde bewezenverklaarde wijze schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van doodslag van [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]), dochter van [betrokkene 3] en [betrokkene 4], op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage. Medeplegen Uit deze feiten en omstandigheden is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 5] als [betrokkene 4] ieder een eigen rol hebben gehad in het jegens [slachtoffer] op 28 januari 2006 gepleegde geweld. Geen van de verdachten heeft zich op enig moment (op welke wijze dan ook) gedistantieerd van de geweldshandelingen jegens [slachtoffer]. In tegendeel, [betrokkene 3] en [betrokkene 5] hebben in het kinderkamertje (ernstig) geweld jegens [slachtoffer] gepleegd, zonder dat ieders aandeel daarin precies is vastgesteld. Ook [betrokkene 4] heeft bijgedragen aan het gepleegde geweld en ondersteunende handelingen verricht. [betrokkene 5] heeft voorts een belangrijke rol gespeeld als zogezegd de contactpersoon tussen [betrokkene 1] en de aanwezigen in de woning aan de [adres 1]; zij heeft de opdrachten van [betrokkene 1] strekkende tot het vastbinden en mishandelen van [slachtoffer] doorgegeven en aan [betrokkene 1] gemeld dat het niet goed met haar ging. De ondersteunende handelingen van [betrokkene 4] ter zake van het gepleegde geweld verricht zijn zodanig direct en in hetzelfde feitenkader verricht, dat zij passen binnen de gezamenlijke delictueuze gedraging, namelijk het zwaar lichamelijk mishandelen van [slachtoffer]. Het hof noemt in dit kader onder andere het opnemen en doorgeven van de telefoon aan [betrokkene 5] terwijl hij wist dat [slachtoffer] dan mishandeld zou worden, het halen en geven aan [betrokkene 5] van de stok waarmee [slachtoffer] is geslagen en het halen van de sambal. Conclusie: Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat vast is komen te staan dat de verdachten zo bewust en nauw hebben samengewerkt ter zake van het mishandelen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht. Voorwaardelijk opzet: Met name op basis van het voornoemde deskundigenbewijs ter zake van de ernst van de letsels van [slachtoffer] en hetgeen bovenstaand is overwogen omtrent de oorzaak van overlijden van [slachtoffer], is het hof van oordeel dat de gebeurtenissen op 28 januari 2006 ten aanzien van [slachtoffer] vele malen verder gingen dan 'gewoon' mishandelen. [betrokkene 5] heeft dit bevestigd ter zitting in hoger beroep van 5 juni 2009; desgevraagd verklaart zij dat zij zich besefte dat het slaan met de stok en het opgevouwen liggen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 veel verder ging dan de normale mishandelingen van [slachtoffer], alsmede dat zij zag dat het 'er niet goed uitzag'.96 [slachtoffer] (1 jaar en 10 maanden oud) is gelet op de aard en duur van het op haar uitgeoefende geweld zwaar mishandeld. Uit voornoemde feiten en omstandigheden blijkt dat om 13.25 uur [betrokkene 1] voor het eerst heeft gebeld naar de woning en de opdracht gaf om [slachtoffer] vast te binden en klappen te geven. Pas om 16.54 en 16.55 uur heeft [betrokkene 5] naar [betrokkene 1] gebeld om te zeggen dat [slachtoffer] er niet goed uitzag en is het geweld jegens [slachtoffer] gestopt. Dit houdt in dat er gedurende een periode van maar liefst 3,5 uur (heftig) geweld is uitgeoefend op [slachtoffer] (met in ieder geval uitzondering van de korte tijd dat zij met [betrokkene 3] en [betrokkene 4] buiten is geweest) en dat zij gedurende een groot gedeelte van die tijd strak was vastgebonden, met haar benen op haar borstkas en haar armen over elkaar opgevouwen. [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] waren op de hoogte van het op [slachtoffer] uitgeoefende geweld en haar verslechterende fysieke toestand op die dag als gevolg van de mishandelingen. In samenhang bezien met haar leeftijd en de duur, aard en ernst van de mishandelingen zoals voornoemd, hadden zij moeten weten dat het voortduren van deze mishandelingen [slachtoffer] fataal konden worden. Conclusie Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat [betrokkene 5], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van de mishandelingen op 28 januari 2006 zou komen te overlijden en aldus daartoe het voorwaardelijk opzet hebben gehad. Naar 's hofs oordeel doet de omstandigheid dat [betrokkene 4] niet de gehele tijd lijfelijk in het kinderkamertje aanwezig was bij de mishandelingen van [slachtoffer] en derhalve niet exact weet had van de precieze gedragingen van [betrokkene 3] en [betrokkene 5], aan dit oordeel niet af.97 [betrokkene 4] wist van de mishandelingen van [slachtoffer], (in grote mate) ook van de aard, de ernst en de duur daarvan en hij wist dat zij vastgebonden was. Hij moet haar hard hebben horen huilen.98 Rond de tijd dat [betrokkene 4] de knoop in de shawl had gelegd en de stok haalde, lag er geelkleurig spuug bij [slachtoffer]. [betrokkene 1]: Vrijspraak ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is niet komen vast te staan dat verdachte [betrokkene 1] opzet, ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet, had op de dood van [slachtoffer]. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat [slachtoffer] vaker werd mishandeld en vastgebonden en dat [betrokkene 1] die dag de opdracht gaf [slachtoffer] weer te mishandelen en vast te binden. In onvoldoende mate is komen vast te staan dat, in tegenstelling tot [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5], [betrokkene 1] op de hoogte was van de verslechterende, kritieke lichamelijke gezondheidstoestand van [slachtoffer] op die dag als gevolg van de mishandelingen, zodat niet vastgesteld kan worden dat zij, door opdracht te geven om [slachtoffer] te mishandelen (op de wijze zoals uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt), willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van die mishandelingen zou komen te overlijden. Derhalve dient zij naar 's hofs oordeel van het haar onder 1 primair tenlastegelegde, zijnde het medeplegen van de doodslag van [slachtoffer], te worden vrijgesproken. Bewezenverklaring ter zake van feit 1 subsidiair Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de verdachte [betrokkene 1] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage meermalen telefonisch opdracht heeft gegeven om [slachtoffer] (geboren [geboortedatum slachtoffer]) vast te binden en te mishandelen, alsmede om [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] naar buiten te sturen. Het hof neemt hierbij in aanmerking - zakelijk weergegeven - de tijdstippen en frequentie van de gepleegde telefoontjes en het verloop van de schaakwedstrijd van [R.], in onderling verband en samenhang bezien met de verklaringen van [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] hieromtrent, alsmede de omstandigheid dat [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer] in opdracht van [betrokkene 1] naar buiten zijn gegaan. Het hof merkt in dit kader overigens op dat gedurende de gehele strafprocedure door geen van de verdachten een andere aannemelijke verklaring is gegeven voor het gedurende korte tijd buiten zijn van [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer]. Uit de omstandigheid dat [betrokkene 1] telefonisch de opdracht tot het vastbinden en mishandelen van [slachtoffer] doorgaf aan anderen, die deze opdracht daadwerkelijk uitvoerden, blijkt zowel de voorbedachte rade als de bewuste en nauwe samenwerking van de verdachte [betrokkene 1] met [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4] ten aanzien van de (zware) mishandelingen van [slachtoffer]. De omstandigheid dat verdachte [betrokkene 1] lijfelijk niet bij de mishandelingen van [slachtoffer] op 28 januari 2006 aanwezig is geweest, doet aan dit oordeel niet af.99 Voorts is het hof van oordeel dat de verdachte [betrokkene 1] door aldus te handelen, mede gelet op de leeftijd van het slachtoffer (1 jaar en 10 maanden) en de duur en aard van de mishandelingen, zoals [betrokkene 1] daartoe gedurende de dag opdracht heeft gegeven, minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. De verdachte [betrokkene 1] heeft aldus daartoe het voorwaardelijk opzet gehad. De omstandigheid dat [betrokkene 1] niet op de hoogte is geweest van de precieze gedragingen van haar medeplegers [betrokkene 3], [betrokkene 5] en [betrokkene 4], doet hier niet aan af. Het ten laste gelegde geobjectiveerde gevolg van die zware mishandelingen, te weten de dood van [slachtoffer], is naar het oordeel van het hof de verdachte [betrokkene 1] ook strafrechtelijk toe te rekenen. Conclusie Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte [betrokkene 1] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade van [slachtoffer] op 28 januari 2006 te 's-Gravenhage, terwijl dit feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad, een en ander zoals bewezen verklaard. Verweer betreffende het belgedrag van [betrokkene 1] op 28 januari 2006 De verdediging van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben bij pleidooi in hoger beroep bepleit, kort gezegd, dat het intensieve telefoonverkeer op 28 januari 2006 van de mobiele telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] met de huislijn van de [adres 1] en de mobiele telefoon in gebruik bij [betrokkene 4], moet worden bezien in het licht van een verwacht telefoontje uit India omtrent de aankoop van een stuk grond aldaar, het eten, de boodschappen en het huiswerk en de gezondheid van [getuige 2], zodat dit belgedrag van [betrokkene 1] niet kan bijdragen tot het bewijs van het tenlastegelegde. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De verklaring van [betrokkene 1] omtrent de redenen voor de vele telefonische contacten, zoals het verwachte telefonisch contact met India, afspraken met [betrokkene 3] over het eten en het huiswerk van dochter [getuige 2], een en ander zoals door de verdediging bij pleidooi herhaald, laat het

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.