ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1856
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector handel Zaaknummer : 200.020.684/01 Rolnummer rechtbank : 755015/08-11277 arrest van de negende civiele kamer d.d. 13 juli 2010 inzake [de huurder], wonende te [Woonplaats], appellant, hierna te noemen: [de huurder], advocaat: mr. T.P. Schut te Amsterdam, tegen [de verhuurder], wonende te [Woonplaats], geïntimeerde, hierna te noemen: [de verhuurder], advocaat: mr. R. van Kessel te 's-Gravenhage.
Het geding Bij exploot van 27 oktober 2008, hersteld bij exploot van 4 december 2008, is [de huurder] in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie ’s-Gravenhage (hierna: de kantonrechter), tussen partijen gewezen vonnis van 11 augustus 2008. Bij memorie van grieven (met producties) heeft [de huurder] één grief aangevoerd, die door [de verhuurder] bij memorie van antwoord (met productie) is bestreden.
Tot slot heeft [de verhuurder] de stukken overgelegd en arrest gevraagd. In het overgelegde dossier ontbreekt blz. 2 van de dagvaarding d.d. 27 oktober 2008; in het overgelegde dossier en in het griffiedossier ontbreken de in de memorie van grieven genoemde producties 7 en 8.
Beoordeling van het hoger beroep 1 Het gaat in deze zaak - kort gezegd en voor zover in hoger beroep van belang - om het volgende.
1.2. [de huurder] heeft met ingang van 15 juli 2007 van [de verhuurder] de woonruimte aan de [Straatnaam] te [Plaatsnaam] gehuurd tegen een huurprijs van € 550,= per maand.
1.3. Per 30 april 2008 bestond een huurachterstand van vier maanden, neerkomend op € 2.200,=.
1.4. Op vordering van [de verhuurder] heeft de kantonrechter - nadat [de huurder] geen gebruik had gemaakt van de gelegenheid om verweer te voeren nadat hem daartoe op zijn verzoek uitstel was verleend - in het vonnis waarvan beroep: a. de huurovereenkomst ontbonden (derhalve per 11 augustus 2008) en [de huurder] tot ontruiming veroordeeld; b. [de huurder] veroordeeld tot betaling van
5.1. Voor zover sprake is van gebreken aan het gehuurde leidt dat op zich niet tot verval of vermindering van de verplichting tot huurbetaling. Daartoe dient de huurder een of meer van in de wet voorziene routes te bewandelen.
5.2. Voor huurvermindering langs de weg van art. 7:207 BW is een daarop gericht vordering noodzakelijk.
5.3. Voor (partiële) ontbinding van de huurovereenkomst uit hoofde van art. 7:210 of 7:279 BW is een daarop gerichte vordering dan wel een buitengerechtelijke verklaring die voldoet aan het bepaalde in art. 6:276 BW noodzakelijk.
5.4. Van een vordering is reconventie is hier geen sprake. Verder is gesteld noch gebleken dat [de huurder] ter zake een separate procedure heeft aanhangig gemaakt.
5.5. Evenmin is gesteld of gebleken dat [de huurder] een buitengerechtgelijke verklaring strekkende tot (partiële) ontbinding heeft uitgebracht. [de huurder] heeft niet aangevoerd dat zijn overgelegde brief aan [de verhuurder] aan [de zoon] en A&N Vastgoed en beheer d.d. 8 januari 2008 als zodanig moet worden opgevat en het hof vat die brief ook niet als zodanig op.
5.6. Van opschorting van de verplichting tot huurbetaling in afwachting van een beslissing op een vordering tot huurvermindering of van (partiële) ontbinding is gelet op het bovenstaande geen sprake. Ook kan opschorting niet meer dienen om [de verhuurder] tot actie te bewegen. Immers, het belang van [de huurder] daarbij is als gevolg van het inmiddels geëindigd zijn van de huurovereenkomst niet meer aanwezig. [de huurder] kan zich dus niet ter afwering van de vordering tot huurbetaling op opschorting beroepen.
5.7. Hetgeen [de huurder] naar voren heeft gebracht kan naar het oordeel van het hof ook niet worden opgevat als een beroep op - voor rekening van [de verhuurder] komende - dwaling aan de kant van [de huurder] . Een vernietiging of wijziging van de huurovereenkomst langs de weg van art. 6:228 jo. 3:50 of 6:230 BW komt dus evenmin aan de orde.
5.8. [de huurder] heeft zich beroepen op een door hem gestelde (nadere) afspraak dat [de huurder] geen huur zou betalen totdat de gebreken zouden zijn verholpen Aangezien [de verhuurder] een dergelijke afspraak heeft betwist zal [de huurder] overeenkomstig zijn aanbod daartoe worden toegelaten tot het bewijs daarvan.
Beslissing Het hof:
Dit arrest is gewezen door mrs. M.H. van Coeverden, R.C. Schlingemann en E.E. de Wijkerslooth-Vinke en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2010 in aanwezigheid van de griffier.