datum uitspraak 9 september 2010 GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE raadkamer TUSSENBESCHKKING gegeven op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 december 2009 op een verzoekschrift, op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering ingediend door: [verzoeker], geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats] (Turkije), in deze zaak woonplaats kiezende aan het kantooradres van zijn advocaat mr. A. Verbruggen aan de Sophialaan 9 te Den Haag. Procesgang Verzoeker is bij vonnis van de politierechter te 's-Gravenhage van 6 maart 2009 vrijgesproken van het aan hem in zijn strafzaak tenlastegelegde. Bij een op 16 juni 2009 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker gevraagd hem op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering een bedrag toe te kennen van € 38.678,12 als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in zijn strafzaak, alsmede een bedrag van € 275,- als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in verband met het opstellen en indienen van een verzoekschrift ex artikel 591a jo artikel 89 van het Wetboek van Straf-vordering, danwel een bedrag van € 540,- in het geval van een mondelinge behandeling van dat verzoekschrift in raadkamer. De rechtbank 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 10 november 2009 aan verzoeker een bedrag toegekend van € 25.000,- als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak en een bedrag van € 540,- als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoek-schriftprocedure, derhalve in totaal een bedrag van € 25.540,-. Namens verzoeker is op 11 december 2009 hoger beroep tegen die beschikking ingesteld. Het hof heeft dit hoger beroep op 26 augustus 2010 in raadkamer behandeld. In raadkamer zijn gehoord de verzoeker, diens advocaat mr. Verbruggen en de advocaat-generaal mr. Plas. In raadkamer heeft de advocaat van verzoeker het bedrag waarvan vergoeding wordt verzocht nader gesteld op € 38.157,37, te vermeerderen met een bedrag van € 540,- in verband met de kosten voor rechtsbijstand voor de behandeling van het verzoekschrift in hoger beroep. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van het hoger beroep. Heropening van het onderzoek De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd met een beslissing, die hem op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering in beginsel recht geeft op vergoeding van de ten behoeve van de strafzaak gemaakte kosten voor rechtsbijstand, waaronder de gemaakte kosten in de verzoekschriftprocedure ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering, indien en voorzover daartoe, naar het oordeel van het hof -alle omstandigheden in aanmerking genomen- gronden van billijkheid aanwezig zijn. Voor zover het betreft die gronden van billijkheid, is het hof tijdens de beraadslaging in raadkamer na sluiting van het onderzoek tot het oordeel gekomen dat het onder-zoek niet volledig is geweest. Immers, tijdens het onderzoek in raadkamer is gebleken dat de gemeente 's-Gravenhage een civiele vordering tegen onder andere verzoeker heeft ingediend, strekkende tot vernieting van de rechtshandeling die ten grondslag ligt aan de betaling door de gemeente aan verzoeker van de verbouwingskosten van een portocabin voor een bedrag van € 98.279,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.