ECLI:NL:GHSGR:2010:BP8427
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Familiesector Uitspraak : 22 december 2010 Zaaknummer : 200.071.011/01 Rekestnr. rechtbank : FA RK 09-6368 [verzoekster], wonende te [woonplaats] verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. G.W.A. de Groot-Op den Brouw te Delft, tegen [verweerder] wonende te [woonplaats] verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat mr. T.K. Dik te Voorburg.
Als belanghebbende zijn aangemerkt:
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De moeder is op 23 juli 2010 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 26 april 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage.
De man heeft op 13 september 2010 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 6 augustus 2010, 8 september 2010, 5 november 2010 en 11 november 2010 aanvullende stukken ingekomen.
Van de zijde van de man zijn bij het hof op 12 november 2010 en 16 november 2010 aanvullende stukken ingekomen.
De gemeente [woonplaats] heeft bij brief van 2 november 2010 laten weten dat het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand ten opzichte van de procedure bij de rechtbank niet is gewijzigd en aangekondigd niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.
Op 17 november 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de man, bijgestaan door zijn advocaat en in aanwezigheid van de advocaat die de man bijstaat in een lopende strafzaak. Voorts is verschenen de vader. Partijen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de man onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotitie.
Nadien zijn van de zijde van beide partijen op 30 november 2010 de door hen ingevulde mediationformulieren bij het hof ingekomen met het verzoek een mediator aan te zoeken.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking heeft de rechtbank de moeder in haar verzoek, het geregistreerde partnerschap en het opvolgend huwelijk tussen haar dochter en de man nietig te verklaren, niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. De moeder heeft bij voornoemde brief van 11 november 2010 de grondslag van haar verzoek gewijzigd. Het hof zal allereerst beoordelen of deze wijziging van verzoek, die neerkomt op het formuleren van een niet eerder aangevoerde grief, toelaatbaar is en overweegt als volgt.
Wijziging van eis 2. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad dienen als grieven te worden aangemerkt alle gronden die de appellant aanvoert om te betogen dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd. Als grief moet daarom ook worden aangemerkt een verandering of vermeerdering van eis in hoger beroep indien toewijzing daarvan zou meebrengen dat het dictum van het vonnis van de rechtbank door een ander moet worden vervangen zodat het vonnis vernietigd moet worden. Aan een grief moet de eis worden gesteld dat deze voor de wederpartij voldoende kenbaar in de procedure naar voren is gebracht.
Daarnaast kan in het algemeen het aanvoeren van een grief of een verandering of vermeerdering van eis na het tijdstip van de memorie van grieven of antwoord toelaatbaar zijn, indien daarmee aanpassing wordt beoogd aan eerst na dat tijdstip voorgevallen of gebleken feiten en omstandigheden en de nieuwe grief of de eisverandering of -vermeerdering ertoe strekt te voorkomen dat het geschil aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken (juridische of feitelijke) gegevens zou moeten worden beslist, of dat - indien dan nog mogelijk - een nieuwe procedure zou moeten worden aangespannen om het geschil alsnog aan de hand van de juiste en volledige gegevens te kunnen doen beslissen. Onverkort blijft dan gelden dat toelating van de nieuwe grief of de eisverandering of -vermeerdering niet in strijd mag komen met de eisen van een goede procesorde.
Beoordeling ontvankelijkheid 7. Het hof zal, alvorens het verzoek van de moeder, en daarmee de grieven zoals geformuleerd in haar beroepschrift te beoordelen, eerst bezien of de moeder kan worden ontvangen in haar verzoek.
Beoordeling grieven 10. De vrouw stelt in haar eerste grief dat de rechtbank bij haar beoordeling onvoldoende heeft meegewogen dat de man de volmacht van zijn partner heeft vervalst.
In haar derde grief stelt de vrouw dat het zonder toestemming van de man onmogelijk is om de grafrechten te verkrijgen.
In haar vierde grief stelt de vrouw dat door de rechtbank geen aandacht is geschonken aan de omstandigheden waaronder het geregistreerd partnerschap en de omzetting in een huwelijk tot stand zijn gekomen.
In haar tweede en vijfde grief betoogt de vrouw dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap uitsluitend mogelijk is op grond van de bepalingen in Afdeling 5 van Boek 1 BW. Volgens de vrouw is er valsheid in geschrifte gepleegd, heeft de ambtenaar van de burgerlijke stand hierop niet alert genoeg gereageerd en kan de bevoegdheid van de ambtenaar in twijfel worden getrokken. De vrouw doet daarom een beroep op artikel 1:70 BW.
Voorts voorziet geen wetsbepaling in nietigverklaring van een geregistreerd partnerschap of huwelijk wegens het niet kunnen verkrijgen van grafrechten.
Proceskosten 16. Het hof ziet geen aanleiding om de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure en zal – gelet op de aard van de procedure – de kosten compenseren. Het verzoek van de man tot veroordeling van moeder in de proceskosten wordt daarom afgewezen.
Mediation naast rechtspraak 17. Partijen hebben - zoals besproken tijdens de zitting bij het hof – aan het hof te kennen gegeven dat zij – ook als het hof een eindbeslissing geeft – gebruik willen maken van mediation naast rechtspraak. Het hof heeft met partijen ter zitting besproken dat de resultaten van de mediation niet door het hof zullen worden afgewacht en dat er een eindbeslissing zal worden gegeven. Het hof heeft partijen aangemeld voor mediation naast rechtspraak en gaat ervan uit dat beide partijen zich volledig zullen inzetten om de mediationpoging te laten slagen.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: vernietigt de bestreden beschikking en, in zoverre opnieuw beschikkende: wijst het inleidende verzoek van de moeder alsnog af; wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, De Haan-Boerdijk en Hulsebosch, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2010.